Urban op 37 meter hoogte

In restaurant Watertoren smaken de bietjes heerlijk maar is de eend te zoet, vindt Joël Broekaert.

Het uitzicht op Utrecht vanuit de kleine brede raampjes in de dikke bakstenen muur van restaurant Watertoren is heel romantisch. Foto Rien Zilvold

Bijzonder

Dé hotspot in Utrecht, of liever boven Utrecht, is restaurant Watertoren. Het restaurant – helemaal bovenin een 37 meter hoge watertoren – biedt 360 graden zicht op de stad. Dineren op de tiende etage is het meest spectaculair: de volledig glazen wand rondom geeft een panoramisch uitzicht. Bij mooi weer kun je daar ook het terras op.

De keuken zit een verdieping lager, waar vroeger de watertank stond. De tafeltjes daaromheen zijn een stuk knusser (of eigenlijk gewoon erg krap), maar het uitzicht vanuit de kleine brede raampjes in de dikke bakstenen muur is heel romantisch. Helemaal beneden zit een sympathiek cafeetje waar je een biertje en een vlees- of kaasplankje kunt genieten (12,50 euro), voordat je aan de barre tocht omhoog begint. (Geintje, er is een lift.)

Op de kaart

Bij Watertoren eet je drie, vier of vijf gangen voor 34, 39 of 44 euro. Dat is erg schappelijk. Je mag bij elke gang uit drie of vier gerechten kiezen (bij vijf gangen kies je een extra voor- of tussengerecht). Wijnen kunnen bijpassend geschonken worden voor zes euro per glas. De kaart maakt enkel melding van ingrediënten, zoals: kabeljauw/radicchio/paarse peen/groene alg/meiknol/zeebanaan. Of: eend/appel/cognac/zoethout/spelt. Best toffe combi’s voor een leuke prijs, zou je zeggen. Maar het meeste valt tegen.

Twee dingen zijn ronduit slecht. Een: Risotto met parmezaan en echte truffel kan natuurlijk nooit voor die prijs. De weeïge geur van truffeltapenade (en dus van truffelolie) heeft ons al bereikt voordat het bord op tafel staat. Als je het betaalbaar wil houden dan moet je wat anders verzinnen, niet met die vieze troep gaan koken. Daarbij is de risotto veel te nat en zitten er harde randjes aan de halfgesmolten parmezaanschilfers. Twee: Rog serveren is niet duurzaam. Rog serveren in een plas waterige, wrange beurre blanc is een doodzonde.

Voor de rest is het allemaal niet onaardig, maar er zitten veel weeffouten in. Die kabeljauw (een knoepert van een rugfilet) is gepekeld en daarna gepocheerd. Hij is dus niet rauw maar wordt toch koud geserveerd. De crème van meiknol smaakt als Olvarit recht uit de koelkast (koud en zoutloos). De zeebanaan (een zeekraal-achtige, zilte groente) en de toefjes rodepeenpuree kunnen dat niet compenseren. Het voelt een beetje alsof we te laat waren voor het avondeten en het voor straf koud moeten opeten. De eend is voornamelijk veel zoet en weinig hout. Maar soit, het vlees is mooi rosé, appels en cognac gaan daar goed bij. Jammer alleen van dat laagje onaangenaam harde, muffe stukjes gebroken spelt. Ceviche van coquilles, met avocado, haringkuit, yoghurt en lotuswortel is goed bedacht. Het smaakt ook bijna helemaal goed, de yoghurt heeft zelfs een aangenaam en verrassend rooksmaakje. Maar ook hier is wat op aan te merken: de coquilles hebben te lang in het zuur gelegen en de lotuswortel te lang in het frituurvet.

Waar we wel echt van genieten is het voorgerecht van verschillende kleuren bietjes (met allemaal hun eigen juiste garing) met hangop, schorseneren en walnoot. En van het hoofdgerecht: een heerlijk zachte kalfswang met spruitjes, zilverui en amandel. Een zeer smakelijke garnering waarmee ze door de toevoeging van torentjesbloemkool, Japanse andoorn (een knapperig knolletje), bloemspruitjes en een aardappeltje een slim en lekker vegetarisch gerecht neerzetten.

De drankkaart is ook een pluspunt. Een heel aardige selectie met lokale bieren en likeuren van eigen bodem en hier en daar een vin nature in het arrangement – dat doen ze goed. Alleen ongevraagd een dessert-cocktail van hazelnootlikeur op ijs met een shot koffie en room serveren in het wijnarrangement, daar is misschien niet iedereen van gediend.

Eindoordeel

Restaurant Watertoren is immens populair, je moet er niet aankomen zonder reservering. Dat is begrijpelijk: het is een ontzettend gave plek om te eten en de prijs is zeer aantrekkelijk. Maar voor het uitzicht kom je maar een keer. Het eten moet echt beter. Dat moet kunnen – de chef heeft aardige ideeën. Het is voornamelijk de uitvoering die te wensen overlaat.

    • Joël Broekaert