Turken voelen zich verraden

De Turkse president Erdogan ziet de Westerse steun voor Koerdische zelfbeschikking in Irak en Syrië als nieuwe poging de Turkse staat te ondermijnen. „Irrationele angst, niet op feiten gebaseerd.”

Rook boven de Turkse stad Diyarbakir. In de zuidoostelijke plaats vonden eind januari vier Turkse militairen de dood na gevechten met PKK-strijders. Foto ILYAS AKENGIN/AFP

Turkije bevindt zich in een penibele situatie. Geen ander land wordt zo sterk geconfronteerd met de gevolgen van de chaos in het Midden-Oosten. De oorlogen in Irak en Syrië zorgen voor toenemende instabiliteit in Turkije zelf. Het land vangt miljoenen Syrische vluchtelingen op, kampt met een oplaaiende Koerdische opstand, en is steeds vaker doelwit van terreuraanslagen. Woensdag vielen nog 28 doden bij een zelfmoordaanslag op een bus met defensiepersoneel in Ankara.

Om alle bedreigingen het hoofd te bieden heeft Turkije de Europese Unie en de NAVO hard nodig. Andersom doet het Westen steeds vaker een beroep op Turkije, aangezien het land een cruciale rol speelt in de vluchtelingencrisis, de strijd tegen de terreurbeweging Islamitische Staat (IS) in Syrië en Irak, en de oplopende spanningen met Rusland. Maar nauwere samenwerking tussen Turkije en het Westen wordt belemmerd door onderling wantrouwen.

De Turkse achterdocht wordt gevoed door de pijnlijke herinneringen aan de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk, een traumatische gebeurtenis die diep in de Turkse psyche is geworteld. Dit is terug te voeren naar het verdrag van Sèvres van 1920, toen het grondgebied van het Ottomaanse Rijk werd verdeeld onder de Europese grootmachten. De Koerden zouden een eigen staat krijgen.

Dankzij de Turkse onafhankelijkheidsoorlog is het verdrag nooit geïmplementeerd. Maar sindsdien koestert Turkije een diepgeworteld wantrouwen tegenover buitenlandse grootmachten, vooral in het Westen, die eropuit zouden zijn het land te verzwakken en op te delen.

President Erdogan ziet de westerse steun voor Koerdische zelfbeschikking in Irak en Syrië als een nieuwe poging de Turkse staat te ondermijnen. „Dit is een irrationele angst, die niet op feiten is gebaseerd”, zegt Ian Lesser , directeur buitenlandbeleid van het German Marshall Fund en expert op het gebied van de Turks-westerse relaties. „Het Westen heeft juist belang bij een sterk en stabiel Turkije. Toch komt die angst niet helemaal uit de lucht vallen.”

De grote risico's voor Turkije:

Sympathie Westen voor Koerden

In het Westen bestaat veel sympathie voor het Koerdische streven naar een eigen staat. De Verenigde Staten en Europa hebben de Turks-Koerdische guerrillabeweging PKK, die in de jaren negentig een bloedige strijd voerde tegen de Turkse staat, weliswaar bestempeld als een terroristische organisatie maar Koerdische organisaties die sympathiseren met de PKK kunnen in Europa nog altijd zonder veel problemen geld inzamelen en hun boodschap verspreiden.

Door de oorlog in Syrië is er een nieuwe dimensie bij gekomen. De Syrisch-Koerdische partij PYD (en zijn militie YPG) heeft van de chaos gebruikgemaakt om een groot deel van Noord-Syrië te veroveren. De PYD wordt om opportunistische redenen gesteund en bewapend door het Westen, aangezien de partij een effectieve bondgenoot is in de strijd tegen de IS. Maar de PYD is nauw gelieerd aan de PKK. Ze hebben dezelfde ideologie en vechten samen aan het front.

„Voor de Turken voelt dit als verraad”, zegt Joost Hiltermann, directeur Midden-Oosten van de denktank International Crisis Group. „Want Turkije heeft decennialang gebouwd op de Verenigde Staten als partner binnen de NAVO. Ze voelen zich in de steek gelaten, juist op het moment dat de regionale orde die na het einde van het Ottomaanse Rijk is ontstaan begint te wankelen. De grenzen die destijds zijn getrokken worden in twijfel getrokken door IS, en door de Koerden die menen dat een eigen staat binnen handbereik is.”

De Turken zien de opmars van de Syrische Koerden als een bedreiging voor hun eigen grenzen. Daarom proberen ze hun bondgenoten bij de NAVO over te halen een bufferzone te creëren in Noord-Syrië. Doel is tweeledig: een veilige haven creëren voor vluchtelingen, en verdere veroveringen van de Syrische Koerden voorkomen. De Duitsers zien wat in het plan, het is twijfelachtig of de VS zich ertoe laten verleiden. Het plan is moeilijk uitvoerbaar, zeker nu de Russische luchtmacht actief is boven Syrië.

Zullen de Turken besluiten het alleen op te knappen? Lesser denkt niet dat ze het aandurven. „Het Turkse leger is altijd erg voorzichtig met militaire avonturen over de grens.”

Collega-expert Hiltermann is er niet gerust op. „Erdogan is een ongeleid projectiel, die niet volwassen reageert op een vermeende bedreiging. Dat zag je vorig jaar toen Turkije een Russisch gevechtsvliegtuig uit de lucht schoot bij de Turkse grens. Het werd meteen een persoonlijk gevecht met president Poetin, twee mannen met een groot ego. Er kwamen sancties en strafmaatregelen. Enorm hoog spel, want Turkije wordt gedekt door artikel 5 (een aanval op één is aanval op allen, red) van de NAVO.”

Vooral de situatie in rond de Noord-Syrische stad Azaz, het logistieke centrum voor Turkse hulp aan Syrische rebellen is erg gevaarlijk. Want in dit gebied lopen alle strijdende partijen door elkaar. De rebellen zijn er actief, evenals de Koerden, IS-strijders, het Syrische leger, Iraanse troepen, strijders van de Libanese beweging Hezbollah, de Russen voeren er luchtaanvallen uit. Toen de Koerden in de buurt een legerbasis veroverden begonnen de Turken meteen te schieten. Hiltermann: „Dit is erg gevaarlijk. Een incident is genoeg om een internationaal conflict te ontketenen.”

Gecompliceerd

De Turkse neiging militair te reageren op de opmars van de Syrische Koerden leidt tot spanningen binnen de NAVO. Sommige lidstaten, waaronder Nederland, vrezen dat ze ongewild het Syrische conflict in getrokken worden. Dit vormt een test voor de samenhang binnen het bondgenootschap, meent Lesser. Want tegelijkertijd worden NAVO-schepen ingezet om de mensensmokkel voor de Turkse kust tegen te gaan. „Het is een gecompliceerde situatie.”

Ook de Turkse relatie met de EU is problematisch. Na 2005 is de toenadering tot Europa gestokt. Erdogan besloot zich niet langer alleen op het Westen te richten, ook de banden met de vroegere Ottomaanse gebieden in het Midden-Oosten aan te halen. Als islamitische democratie en economische grootmacht moest Turkije de leider van de sunnitische wereld worden. De Arabische Lente gooide echter roet in het eten en nu moet Turkije toch weer terugvallen op Europa.

De hernieuwde toenadering tot Europa gaat volgens Lesser gepaard met ongemak. „Samenwerking is cruciaal de existentiële problemen van Turkije en de EU het hoofd te bieden. Maar de onderlinge relatie zal waarschijnlijk erg moeizaam blijven, ondanks het recente akkoord over vluchtelingen. Het akkoord is erg moeilijk te implementeren, versterkt doordat beide partijen onredelijke verwachtingen van elkaar hebben.”