Opinie

Trekpop

Eigenlijk had ik voor deze column subsidie moeten aanvragen – als het de referendumcommissie behaagt vijftig mille opzij te zetten voor een joker die wc-rollen met argumenten tegen het associatieverdrag met Oekraïne wil laten drukken, zodat de mensen kunnen laten zien dat ze „hun kont met het verdrag afvegen”, dan moet het met een megaduidend stukje over deze Hollandse kermis ook lukken.

Hoewel – ik heb meer een vraag dan een standpunt. Als dit het feest van de democratie is, waarom is iedereen dan zo boos? Zodra ik online ga, suist de woede en weerzin me om de oren. Het is vooral woede over de manier waarop, woede over die wc-rollen, woede over de wandelende natte vinger Jan Roos, woede over de ruime subsidie voor RaamopRusland, woede over de uitgelekte strategie van het kabinet (RTL: „Een fraai staaltje overheidspropaganda”), woede over BN’er Victoria Koblenko als „steunzender”.

En Victoria zelf is, lees ik, nu ook boos. De actrice is vanaf het begin uit volle overtuiging vóór het associatieverdrag en voelt zich door RTL onterecht te kijk gezet als trekpop van de regering, die een handjevol BN’ers op een vertrouwelijk lijstje zette als bondgenoot voor de goede zaak. Niemand, moeten ze op het ministerie gedacht hebben, gaat dat zeshonderdpagina-dikke associatieverdrag lezen voor hij gaat stemmen, dus laat het volk vooral kiezen tussen Evgeniy Levchenko en Jan Roos.

Ik kan Victoria geruststellen – in Nederland is inmiddels iedereen een trekpop. Het is het ultieme argument. Iedereen die iets vindt, zegt dat enkel omdat hij de belangen van een ander dient, er vet voor betaald krijgt, zijn groep of klasse steunt, toch? Je spreekt namens je vriendjes, namens de gevestigde orde, de policormaffia, of namens Vladimir Poetin en zijn trollen in ultrarechts Europa. Achter iedere mening gaat in dit giftige klimaat een belang schuil. De achterdocht is vitaler dan het idealisme. De duistere motieven van je tegenstanders zijn oneindig interessanter dan hun argumenten.

Trekpop!

Wat moet je ermee? En eerlijk: wie heeft er nog echt zin in dat referendum? Ik ben vóór dat associatieverdrag – maar ik ben tegen dat referendum, omdat het eigenlijk over heel andere zaken gaat.

Er wordt terecht geklaagd dat het inmiddels niet meer over de inhoud gaat, dat iedereen weer gewoon iedereen persoonlijk de maat neemt, dat het geopolitieke vergezicht allang weer heeft plaatsgemaakt voor het infantiele geruzie rond de dorpspomp. Iedereen beschuldigt, hoont en blokt elkaar. In het hoofdartikel in deze krant van afgelopen donderdag werd de hele gang van zaken rond het referendum dan ook „potsierlijk” genoemd, een ontsporing die louter het gevolg zou zijn van balorig gedrag van de „studentikoze kwajongens” van GeenStijl en van PowNews, die het ontregelen als bestaansvoorwaarde zouden koesteren. Studentikoze kwajongens. De hoofdschuddende toon van dat commentaar lijkt me onbedoeld de kern raken. Je kunt het referendum onzinnig noemen, maar dan nog is het een symptoom van iets dat zich niet zomaar laat negeren.

Want opnieuw gaat het over een bestuurlijke elite die nauwelijks of geen krediet meer heeft, die bij een aanzienlijk deel van de bevolking louter nog op wantrouwen en opstandigheid lijkt te kunnen rekenen.

Dat besef lijkt nog steeds niet echt doorgedrongen; vandaar dat Jean-Claude Juncker effect denkt te sorteren door het Nederlandse volk te waarschuwen voor de catastrofale gevolgen van een Hollands „nee”. Dat de man niet beseft dat zo’n actie averechts werkt, niet door heeft dat hij wordt afgerekend op zijn motieven en niet op zijn argumenten, tekent de elitaire blikvernauwing. Veel woede richt zich daarop.

Nog een teken: de niks-aan-de-hand houding van Mark Rutte. Hij beseft kennelijk niet dat zijn „het gaat enkel om de handel!” argument als een boemerang bij hem terug komt. Het verdrag vormt wel degelijk een brandpunt van geopolitieke kwesties – de Russische propagandamachine draait niet voor niets op volle toeren. Doe dan niet alsof dat niet zo is. De weerzin tegen dit soort lachend paternalisme kun je nauwelijks overschatten.

Want hier gaat het echt om: het raadgevend referendum is ingesteld om de democratie dichter bij de mensen te brengen. Nu het eerste plaatsvindt, legt het genadeloos de crisis in de democratie bloot. Over die crisis moet het gaan. Niet over wc-rollen.