Papegaaitje leef je nog?

Peuters, paarden, honden – via de webcam houden ouders en eigenaren ze in de gaten.

Als hun baasjes op vakantie zijn, worden papegaaien Tommy en Dusty opeens aanhalig. Zitten ze hele tijd aan elkaar te plukken, terwijl ze dat thuis nooit doen. „Ze missen ons natuurlijk ook”, verklaart eigenaar Hans Keppel. Hij en zijn vrouw Mariska weten van het opmerkelijke gedrag van hun papegaaien, omdat ze ze via de webcam volgen. Zij op reis in Florida of Alaska, de papegaaien in een dierenpension in Drachten. Zodra ze wifi hebben, loggen ze in. Soms vijf minuten, soms een half uur. „Het zijn onze kinderen, we hebben ze grootgebracht”, zegt Mariska. „Als het niet goed met ze gaat, heb ik geen leuke vakantie.”

Niet alleen dieren, ook kinderen worden steeds vaker door hun ouders op afstand via de webcam bekeken. Er hangen camera’s in crèches, bij couveuses in ziekenhuizen, bij dierenartsen en in de dierenopvang. Ouders en baasjes krijgen een code waarmee ze op de site van de aanbieder kunnen inloggen. Zo kunnen ze hun kind of beestje in de gaten houden. Als ze iets zien dat zorgen baart, pakken ze de telefoon.

In een paardenstal in het Noord-Brabantse Oirschot hangen sinds negen jaar camera’s. De eigenaar kwam op het idee toen een pasgeboren neefje in het ziekenhuis lag, waar ook webcams hingen, vertelt hij. „Ik dacht: die techniek is leuk voor klanten, als extraatje. En we zochten een manier om ons te onderscheiden.”

Een paard geef je niet zomaar uit handen, zegt hij. „Ik zeg altijd: een paard is emotie. Soms twijfelen mensen of ze hem bij ons brengen, dan kunnen die camera’s de doorslaggevende factor zijn.” Het levert wel extra telefoontjes of vragen op. „Ik had een keer een klant die volgens mij de hele dag naar dat paard zat te kijken. Dan belde hij: hij ligt nu wel heel lang stil, kun je eens kijken?”

In Kinderopvang ’t Molentje in Wateringen hangen sinds de oprichting in 2010 camera’s, gewoon, omdat dat leuk is voor ouders, zegt eigenaar Tatjana Latenko. „Ik dacht: waarom niet?” In Amerika was cameratoezicht destijds al populair, vertelt ze. Ze maakte mee dat een thuiswerkende vader continu twee schermen open had staan: een voor werk, een voor beelden van de crèche. Een moeder trok haar kinderen expres opvallende kleuren aan, zodat ze ze makkelijk op de beelden kon herkennen.

Sinds 2013, na de zedenzaak rond Robert M., geldt op crèches het vierogenprincipe: een tweede volwassene moet altijd kunnen meekijken. Een extra reden voor camera’s, zeggen crèches die ze aanbieden. Maar er schuilt ook een gevaar in: ze kunnen worden gehackt. Een 16-jarige jongen lukte dat in 2012 binnen een halfuur bij het camerasysteem van een crèche in Sliedrecht. Kinderactiviteitencentrum Amberrosia in Almere huurde daarom een ethisch hacker in – het lukte hem niet in te breken. ’t Molentje vertelt eerlijk tegen ouders dat dit risico bestaat, zegt Latenko. „We hebben verrassend genoeg geen klachten gehad.”

Het zijn vooral de bezorgde ouders die kijken, zeggen crèchebegeleiders: bij een eerste kind, of een die erg huilt bij het wegbrengen. Sylvi Minderhoud, moeder van een zoon van 2 en dochter van 1, kijkt soms vanuit huis, tussen het werken door. Dat kan alleen tussen 9 en 11 ’s ochtends – „ouders moeten ons wel vertrouwen”, zegt de eigenaar van de opvang, Mijn Tweede Thuis in Dordrecht. Als Minderhoud „iets ziet”, zoals een voorgeschotelde banaan terwijl haar zoon die niet lekker vindt, belt ze even. „Twee leidsters hebben tien kinderen; die kunnen niet op alles letten. Maar als ik inlog, zie ik alleen mijn twee kindjes.”

Extra vertrouwen

Die camera’s geven extra vertrouwen, zegt Minderhoud: zo van, wij hebben niks te verbergen. En ze vindt het leuk te zien hoe haar kinderen omgaan met anderen. Zo kon ze zien dat haar zoon van 2 een vriendinnetje heeft; hij gaf haar kusjes en sloeg een arm om haar heen. „Zoiets zou je zonder camera’s nooit zien. Ik heb meteen, bam, een foto gemaakt.”

Geven die camera’s verzorgers geen ongemakkelijk gevoel? „Als je net in je neus zit te peuteren, zien ouders dat”, zegt de eigenaar van Mijn Tweede Thuis. „Maar leidsters merken het niet meer. Ik heb er altijd achter gestaan.” Ook de eigenaar van de paardenstal in Noord-Brabant heeft er geen erg meer in, zegt hij. „Je doet gewoon je werk.”

Toch is dit soort „toezichttechnologie” minder onschuldig dan het in eerste instantie lijkt, zegt filosoof Gerben Bakker, die onlangs een boek schreef over veiligheid en ethiek. „Als je alleen in termen van nut en efficiëntie denkt, denk je: win-winsituatie. Maar er is sprake van een sluipend proces waarin we steeds meer van dit soort dingen accepteren in de samenleving. Dat komt voor uit de Westerse beheersmentaliteit: een sterk vertrouwen in technologie als middel om bedreigingen weg te nemen. We zien gevaar niet als onderdeel van het leven.” Het gevolg: „Een horizontale samenleving, waarin alles voor iedereen zichtbaar is, en de relatie tussen gezagsdrager en burger op het spel staat.”

Het oog van God maakt plaats voor de lens van de techniek, zegt filosoof en jurist Marc Schuilenburg (Vrije Universiteit). Transparantie was oorspronkelijk een neutrale term, zegt hij, om de eigenschap van een materiaal mee aan te duiden. „Maar het is een morele term geworden. We zien het als iets goeds alles zichtbaar te maken voor de mens. Dat zorgt, denken we, voor objectiviteit, oprechtheid en legitimiteit.” De „transparantiesamenleving” is overal zichtbaar, zegt hij: in ons denken over camera’s, in hoe we met politici omgaan.

Het voelde voyeuristisch

Toen Schuilenburg onlangs vader werd van een tweeling, kreeg ook hij de mogelijkheid via de webcam mee te kijken in de couveuses. Hij deed het niet. Het voelde ongemakkelijk, voyeuristisch. „Die neiging tot verlichting leidt tot overbelichting”, zegt Schuilenburg. „De camera geeft ons de macht controle te hebben, ook als we niet kijken, maar dat leidt tot een overdreven nadruk op bewaking. En daardoor verdwijnen bepaalde vanzelfsprekendheden, zoals vertrouwen in professionals.” Dat is, zegt hij, de „protocolisering van de samenleving”: professionals hebben geen ruimte meer iets anders te doen dan wat ze altijd doen. Spontaniteit verdwijnt. „Zo verliezen we kenmerken als intimiteit, schaamte en het geheim – elementen die belangrijk zijn in een democratie.”

Dierenarts Bert Hazelaar hing tien jaar geleden camera’s op in zijn kliniek in West-Friesland, oorspronkelijk uit geneeskundig oogpunt: het leek hem handig voor nachtelijk toezicht. Maar die illusie heeft hij niet meer – op beeld blijk je niet echt te kunnen zien of het goed gaat met een dier. Nu hangen de camera’s er voornamelijk „voor de lol”. En voor de gerustheid van mensen: „Je ontkracht het idee dat de dieren aan een ketting liggen.”

Het was overigens een heel gedoe, die webcams werkend krijgen. Wat moet je kopen en waar moet je op letten? Lampjes kocht hij bij Ikea, de webcams monteerde hij op een werkblad voor de hokken. Grote hokken kregen een grote hoeklens, kleinere een telelens. Duur was het niet, wel een hele puzzel. „Zelfs nu, tien jaar later, zijn er nog geen hondenhokken te koop met een internetverbinding en een lampje.” Wegens een te veel aan technische storingen gaat hij binnenkort over op een nieuw camerasysteem, en dit keer huurt hij iemand in. „Want die computerfratsen, dat-ie het opeens niet doet, dat is geen voer voor een dierenarts.”

Niet alleen eigenaren vinden het „ontzettend leuk” hun huisdier te bekijken. Hazelaar en zijn collega’s beleven er ook lol aan. „Het leukste is als mensen bleek met wallen onder hun ogen binnenkomen, om te vertellen dat hun poes niet goed geslapen heeft.”

    • Mirjam Remie