Papegaaitje leef je nog?

Peuters, paarden, honden – via de webcam houden ouders en eigenaren ze in de gaten.

Als hun baasjes op vakantie zijn, worden papegaaien Tommy en Dusty opeens aanhalig. Zitten ze hele tijd aan elkaar te plukken. „Ze missen ons natuurlijk ook”, verklaart eigenaar Hans Keppel. Hij en zijn vrouw Mariska weten van het opmerkelijke gedrag van hun papegaaien, omdat ze ze via de webcam volgen. Zij op reis in Florida of Alaska, de papegaaien in een dierenpension in Drachten. Zodra ze wifi hebben, loggen ze in. „Het zijn onze kinderen, we hebben ze grootgebracht”, zegt Mariska. „Als het niet goed met ze gaat, heb ik geen leuke vakantie.”

Niet alleen dieren, ook kinderen worden steeds vaker door hun ouders op afstand via de webcam bekeken. Er hangen camera’s in crèches, bij couveuses in ziekenhuizen, bij dierenartsen en in de dierenopvang.

In een paardenstal in het Noord-Brabantse Oirschot hangen sinds negen jaar camera’s. De eigenaar kwam op het idee toen een pasgeboren neefje in het ziekenhuis lag, waar ook webcams hingen, vertelt hij. „Ik dacht: die techniek is leuk voor klanten, als extraatje. En we zochten een manier om ons te onderscheiden.”

Het levert wel extra telefoontjes of vragen op. „Ik had een keer een klant die volgens mij de hele dag naar dat paard zat te kijken. Dan belde hij: hij ligt nu wel heel lang stil, kun je eens kijken?”

In Kinderopvang ’t Molentje in Wateringen hangen sinds de oprichting in 2010 camera’s, gewoon, omdat dat leuk is voor ouders, zegt eigenaar Tatjana Latenko. Sinds 2013, na de zedenzaak rond Robert M., geldt op crèches het vierogenprincipe: een tweede volwassene moet altijd kunnen meekijken. Een extra reden voor camera’s, zeggen crèches die ze aanbieden. Maar er schuilt ook een gevaar in: ze kunnen worden gehackt. Een 16-jarige jongen lukte dat in 2012 binnen een halfuur bij het camerasysteem van een crèche in Sliedrecht. ’t Molentje vertelt eerlijk tegen ouders dat dit risico bestaat, zegt Latenko. „We hebben verrassend genoeg geen klachten gehad.”

Meekijken kan alleen tussen 9 en 11 ’s ochtends – „ouders moeten ons wel vertrouwen”, zegt de eigenaar van kinderopvang Mijn Tweede Thuis in Dordrecht. Als Sylvi Minderhoud, moeder van een zoon van 2 en dochter van 1, „iets ziet”, zoals een voorgeschotelde banaan terwijl haar zoon die niet lekker vindt, belt ze even. „Twee leidsters hebben tien kinderen; die kunnen niet op alles letten. Als ik inlog, zie ik alleen mijn twee kindjes.”

Extra vertrouwen

Die camera’s geven extra vertrouwen, zegt Minderhoud: zo van, wij hebben niks te verbergen. En ze vindt het leuk te zien hoe haar kinderen omgaan met anderen. Zo kon ze zien dat haar zoon van 2 een vriendinnetje heeft; hij gaf haar kusjes en sloeg een arm om haar heen. „Zoiets zou je zonder camera’s nooit zien. Ik heb meteen, bam, een foto gemaakt.”

Geven die camera’s verzorgers geen ongemakkelijk gevoel? „Als je net in je neus zit te peuteren, zien ouders dat”, zegt de eigenaar van Mijn Tweede Thuis. „Maar leidsters merken het niet meer. Ik heb er altijd achter gestaan.”

Toch is dit soort „toezichttechnologie” minder onschuldig dan het lijkt, zegt filosoof Gerben Bakker, die onlangs het boek Ethiek en veiligheid schreef. „Als je alleen in termen van nut en efficiëntie denkt, denk je: win-winsituatie. Maar er is sprake van een sluipend proces waarin we steeds meer van dit soort dingen accepteren in de samenleving. Dat komt voor uit de westerse beheersmentaliteit: een sterk vertrouwen in technologie als middel om bedreigingen weg te nemen. We zien gevaar niet als onderdeel van het leven.” Het gevolg: „Een horizontale samenleving, waarin alles voor iedereen zichtbaar is, en de relatie tussen gezagsdrager en burger op het spel staat.”

Het oog van God maakt plaats voor de lens van de techniek, zegt filosoof en jurist Marc Schuilenburg (Vrije Universiteit). Transparantie was oorspronkelijk een neutrale term, zegt hij. „Maar het is een morele term geworden. We zien het als iets goeds alles zichtbaar te maken. Dat zorgt, denken we, voor objectiviteit, oprechtheid en legitimiteit.” De „transparantiesamenleving” is overal zichtbaar, zegt hij: in ons denken over camera’s, in hoe we met politici omgaan.

Het voelde voyeuristisch

Toen Schuilenburg onlangs vader werd van een tweeling, kreeg ook hij de mogelijkheid via de webcam mee te kijken in de couveuses. Hij deed het niet. Het voelde ongemakkelijk, voyeuristisch. „Die neiging tot verlichting leidt tot overbelichting”, zegt Schuilenburg. „De camera geeft ons de macht controle te hebben, ook als we niet kijken, maar dat leidt tot een overdreven nadruk op bewaking. En daardoor verdwijnen bepaalde vanzelfsprekendheden, zoals vertrouwen in professionals.” Dat is, zegt hij, de „protocolisering van de samenleving”: professionals hebben geen ruimte meer iets anders te doen dan wat ze altijd doen. Spontaniteit verdwijnt. „Zo verliezen we kenmerken als intimiteit, schaamte en het geheim – elementen die belangrijk zijn in een democratie.”

Dierenarts Bert Hazelaar hing tien jaar geleden camera’s op in zijn kliniek in West-Friesland: het leek hem handig voor nachtelijk toezicht. Maar op beeld blijk je niet echt te kunnen zien of het goed gaat met een dier. Nu hangen de camera’s er voornamelijk „voor de lol”. En voor de gerustheid van mensen: „Je ontkracht het idee dat de dieren aan een ketting liggen.”

Hazelaar en zijn collega’s beleven er ook lol aan. „Het leukste is als mensen bleek met wallen onder hun ogen binnenkomen, om te vertellen dat hun poes niet goed geslapen heeft.”

    • Mirjam Remie