Niemand is de hele dag PVV’er of moslim

Leerlingen met orthodoxe ideeën zijn als mens heel leuk, zegt Jacob Eikelboom, docent aan de Hogeschool Amsterdam.

Na de aanslagen in Parijs van november besloot de Hogeschool van Amsterdam een minuut stilte in acht te nemen. Dan weet Jacob Eikelboom al dat er studenten zijn die daar niet aan willen meewerken. „Wat ik ook nooit zou eisen, trouwens. En ik wil er straks best over in gesprek, alleen die minuut stilte ís er, jongens.”

Jacob Eikelboom is docent taalbeheersing bij de opleiding sociaal-juridische dienstverlening. Hij was, in een recente rapportage over polarisatie op school, de enige docent die bij naam genoemd wilde worden. „Het rapport werd in een besloten bijeenkomst gepresenteerd. Het eerste wat werd meegedeeld was: niets van wat hier wordt gezegd, mag worden getwitterd.” Dat bewijst wel in wat voor een kramp het onderwijs zit als het op dit onderwerp aankomt, vindt Eikelboom.

Na die minuut stilte bood Eikelboom zijn studenten – hbo-niveau, rond de twintig jaar – dus „ruimte om een gesprek te voeren”. In dat gesprek, zegt hij, „is er heel snel iemand die zegt: dit is allemaal wel gebeurd in Parijs, maar het is nep, het is een complot van de zionisten en de Amerikanen, en die hebben maar één doel: de islam zwart maken.”

„Ik vraag: waar heb je deze wetenschap vandaan? ‘Dat heb ik gelezen of gezien, meneer.’ Allemaal vage bronnen van internet. Ik vraag de klas: zijn er meer die zo denken? Dan blijken er in die groep van 25 nog drie of vier mensen te zitten die het daar mee eens zijn.”

Drie of vier, zucht Eikelboom. „Moet je dat erg vinden? Ja, ik vind het heel erg. Want die gaan straks onze samenleving in.”

Zák er maar in

Vijftien jaar is Jacob Eikelboom (42) nu docent. Hij heeft „alles gezien”: vmbo, havo/vwo, hbo. „Vaak leerlingen met dezelfde gemengde achtergrond, veel moslims.”

We bespreken hoe radicaal studenten denken, en wat school en docent daarmee moeten. Hij zal in het gesprek een paar keer nadrukkelijk zeggen hoeveel hij houdt van zijn studenten, hoe leuk en hartelijk ze zijn. Maar soms zeggen ze zulke domme dingen dat hij denkt: zák er maar in!

Jacob Eikelboom is „christelijk opgevoed, redelijk orthodox” Hij is zich sterk bewust van de vrijheid waarin hij leeft. „Ik ben homo en mijn vrijheid hebben mensen vóór mij veroverd. Ik ben alweer vrijer dan mijn ouders waren.”

Leerlingen van nu trekken juist aan de rem, zegt hij. „Ik zie een enorm conservatisme. Het ultieme vrije denken, keuzevrijheid, is voor hen niet vanzelfsprekend. Vijftien jaar geleden dacht ik: het ligt aan het feit dat ze vmbo-leerlingen zijn. Maar op het hbo is het niet anders.”

„Ik ga niet meer in gesprek over homorechten, vrouwenrechten, godsdienstvrijheid. Iedereen die daaraan wil tornen, kssst, wegwezen.”

Vijftien jaar geleden, twee dagen na 11 september 2001 schreef Eikelboom een ingezonden brief. Een meerderheid van zijn leerlingen bleek achter de aanslag op het World Trade Center te staan. Nu zou hij dat stuk gewoon kunnen herhalen, zegt hij. „Met één verschil. Toen schreef ik ‘Pim Fortuyn biedt geen oplossing’. Maar vergeleken met toen, is de onderbuik van de andere kant heel groot geworden. De PVV-kant, zeg maar.

„Het conservatisme van die kant komt niet van binnenuit, dat bestaat alleen bij de gratie van de conservatieve islam. Ik vind het allebei, sorry, even dom. Ik kan alleen de reactie op de moslimdomheid beter verklaren. Als ik heel dom zou zijn, was ik misschien ook PVV’er geworden.”

Het tegenstrijdige is, de radicale conservatieven beroepen zich wel op die essentiële verworvenheid van de Nederlandse samenleving: de vrijheid van meningsuiting. „Eigenlijk ben je tegenstander van de vrijheid waar zo hard voor gevochten is, maar je plukt er wel de vruchten van.”

„Ze dragen voortdurend hun eigen gelijk uit. Er is geen twijfel. Geen historische kennis. Ik probeer studenten bij te brengen: voor je iets zegt, ben je fatsoenlijk tegen mij. Heb je je verdiept in het onderwerp? Dan gaan we praten.”

„Het vermogen tot reflectie is minimaal. Ze zijn heel snel op de teentjes getrapt. De meest gebruikte zinnetjes zijn: dit is mijn mening! Dat mag ik toch vinden?”

De orthodoxe denkers praten het hardst en voelen zich het snelst beledigd, zegt Eikelboom. „Als mens zijn ze heel leuk, dus je moet zorgen dat je contact hebt met de mens. Een haatbaard kan ook van voetbal houden, dus dan moet je over voetbal praten. Niemand is de hele dag PVV’er of moslim. Dat ben je alleen als je wordt geprikt. En omdat ik echt geef om mijn studenten prik ik ze een beetje.”

Als dan de kritiek komt: daar heb je de westerse man weer, die vanuit zijn bevoorrechte positie gaat vertellen hoe het hoort, zegt hij: „We zíjn hier toch in het Westen? Dit is de context. En daar zouden we ons veel meer bewust van moeten zijn. Die kaders van ons zijn gekaapt door Geert Wilders, dat is het hele probleem. Daarom worden dit soort dingen in besloten bijeenkomsten besproken. Mensen zijn bang te worden weggezet als racist óf als Gutmensch.”

Het gekke is, zegt hij: de homotolerantie is wel toegenomen. „Ze zeggen nog altijd: ‘Maar de islam leert’ etc. Maar als persoon word ik door mijn studenten gewaardeerd. Orthodox gelovige studenten, die een vrouw geen hand geven, geven mij d’r wel een.”

De hartelijkheid van zijn studenten vindt hij ontroerend. En die komt met name van studenten met een islamitische achtergrond. „Na elk college zeggen ze: dank u wel, meneer. Er zit een enorm fatsoen in – tot er weer iets gebeurt waardoor we uit elkaar worden gedreven.”

Jodenhaat

Onder alle leerlingen die hij in de loop der jaren heeft gehad zag hij „extreme, onuitroeibare” Jodenhaat. „Toen ik als docent begon was antisemitisme een exclusief iets van Marokkaanse moslims. Hindoestaanse of Turkse moslims hoorde ik er nooit over. Nu is het wijdverspreid.”

Eikelboom vraagt zijn studenten: kun jij gewoon naar de moskee? Kun je bidden? Ja. Word je wel eens uitgescholden? Word je bewaakt? Nee. „Zeventig jaar na de oorlog wordt het Anne Frank Huis bewaakt, worden synagogen bewaakt, basisscholen, verzorgingstehuizen. Gewoon in Amsterdam.”

Na de les komen ze naar hem toe: sorry meneer. „Ik ben niet boos, zeg ik dan, ik vind het gewoon heel dom.”

    • Bas Blokker