Managers zijn te blij met zichzelf

Nederlandse leidinggevenden worden keer op keer magertjes beoordeeld. Maar op de een of andere manier komt dit niet aan bij de managers zelf. Die zijn domweg gelukkig met zichzelf.

Eerst maar eens over die magere managementscores. Recente onderzoeken van Gallup, Hay Group, Management Team en – vorige week in de krant – Monsterboard wijzen allemaal in dezelfde richting.

De exacte cijfers zijn minder relevant dan de algemene teneur. Een flinke meerderheid van de Nederlandse werknemers is ontevreden over zijn direct leidinggevende. Dat komt niet doordat de Hollander in het algemeen niet van hogergeplaatsten houdt. We zijn namelijk behoorlijk wat ontevredener dan werknemers in andere egalitaire landen, zoals Denemarken en Zweden (waar trouwens ook al niet mals wordt geoordeeld over de kwaliteit van het leiderschap).

De Nederlandse baas is volgens zijn medewerkers afstandelijk, directief, biedt weinig ruimte voor eigen initiatief van medewerkers, gebruikt het talent van zijn mensen onvoldoende en is simpelweg niet inspirerend.

Wat is nou het grote probleem? Uit recent onderzoek van het tijdschrift Management Team blijkt dat de grote meerderheid van de leidinggevenden (vooruit, toch maar een cijfer: rond de 90 procent) juist denkt dat hij wél inspirerend is, veel vrijheid geeft en bovendien benaderbaar en mensgericht is. De meeste managers zien het probleem dus niet. Niet een beetje niet, maar totaal niet. Het zijn net automobilisten: die denken ook allemaal dat ze beter rijden dan gemiddeld.

Managers denken niet alleen positiever over zichzelf. Ze zijn ook tevredener over hun werkdagen, meer betrokken bij hun baan, blijer met hun werk-privébalans en zien in het algemeen de toekomst rooskleuriger tegemoet dan de mensen die lager in de pikorde staan. (Of dit alles komt doordat het nu eenmaal de blije eikels zijn die tot baas worden bevorderd óf omdat je blij wordt van baas-zijn, wordt uit dit soort onderzoek jammer genoeg niet duidelijk).

Een groot deel van de Nederlandse leidinggevenden lijkt op dit moment op de dorpszanger uit de stripverhalen van Asterix: Kakofonix (Assurancetourix in de oude vertaling). Voorin de boeken staat over dit personage: ‘De meningen over hem zijn verdeeld. Hijzelf vindt dat hij geniaal is, de rest van het dorp vindt dat niet. Als hij zijn mond houdt, wordt hij zeer gewaardeerd.’

En omdat de meerderheid uiteindelijk zijn zin krijgt, eindigt elke Asterix-strip met hetzelfde plaatje. Een groot dorpsfeest waarbij de bard is vastgebonden met een doek voor zijn mond.

Net als dorpszanger is manager typisch een beroep waarbij het essentieel is wat de mensen om je heen van je vinden. Het gaat allang niet meer om de vraag of werknemers lichamelijk aanwezig zijn en gewoon doen wat er gevraagd wordt. Het gaat om de vraag of de mensen die aan jouw zorg zijn toevertrouwd tot bloei komen en boven zichzelf uitstijgen. Of ze creatief, gemotiveerd en betrokken tot buitengewone prestaties komen.

Als leidinggevende kun je daar een belangrijke rol in spelen. Maar dat staat of valt met het besef dat het in het geheel niet om jou draait. En ook niet om je eigen mening over jezelf.