Column

Leven voor de dood

©

Natuurlijk heb ik die docu over die Levenseindekliniek gezien en was ik net zo verbaasd als u toen ik zag dat een zekere mevrouw Huppakee een dag voor ze geruimd werd nog zelf in haar autootje naar Heerenveen reed om een of andere treurige schaatswedstrijd bij te wonen. Wel grappig dat ze voor schaatsen koos. Deze sport is zelf ook op sterven na dood. Haar man had zich in carnavaleske supporterskledij gehuld en dat was aardig van hem. Hiermee hielp hij haar. Dit was voor haar het laatste zetje om echt dood te willen. Als mijn vrouw zich zo belachelijk zou uitdossen omdat ze ergens supporter van is en ik ben op dat moment te dement om een echtscheiding aan te vragen dan wil ik ook wel een verlossende injectie. We zagen mevrouw Huppakee ook nog een paar danspasjes maken op een desolaat parkeerterrein in de schaduw van het Thialfstadion. Dit gebeurde op de klanken van een of ander heel droef dweilorkest. Prachtige last dance!

Lees ook: dit schreef onze tv-recensent Hans Beerekamp over de documentaire.

De volgende dag kreeg mevrouw Huppakee het spuitje en dat ging op zijn zachtst gezegd curieus. De dokter gaf haar dat namelijk voor een draaiende camera. Anderhalf miljoen mensen mochten de totaal verwarde ziel live zien sterven. Waarom? Onze bejaarde poes van bijna twintig, die als ze niet getroffen wordt door het zikavirus binnenkort ook aan de beurt is, krijgt meer privacy dan deze arme mevrouw Huppakee. Of gaat de dierenarts dit klusje klaren in een volle wachtkamer? Mevrouw Huppakee had volgens haar familie en haar huisarts overduidelijk aangegeven dat ze euthanasie wilde, maar heeft ze er ook bij gezegd dat heel Nederland naar haar laatste adem mocht koekeloeren?

Ik krijg de laatste tijd trouwens sowieso jeuk van dit soort zogenaamde integere programma’s. We worden op de televisie doodgegooid met medische malaise en het daaraan verbonden menselijk leed. Zowel bij de NPO als bij de commerciëlen. In elk programma hinkepinkt er wel een uitzichtloze invalide met een prednisonkop zonder haar voorbij of piept een astmapatiënt met ongeneeslijke reuma dat hij of zij gewoon dood wil. Op minimaal zeven netten zie je avond aan avond mensen met hulpverleners fluisteren over het definitieve einde of zoeken ze ondersteund door een stervensbegeleider een laatste rustplaats of een stemmige urn uit. De toekomstige dooie komt zelf uitgebreid aan het woord, maar ook de kinderen, een oude moeder en de onvermijdelijke buurvrouw met haar pannetje soep. Ik begrijp dat we een enorme bejaardenberg hebben en dat die mensen graag hun toekomst in beeld willen hebben, maar mag het een onsje minder? Iets meer vitaliteit. Iets meer leven! Zoals?

De inventieve vluchtelingen die deze kant opkomen om uitsluitend een oprotpremie van een paar duizend euro op te strijken. Dat vind ik nou fantastisch. Dat je vanuit Afghanistan of Oekraïne naar het land gaat dat door Google, Starbucks, Apple en Ikea misbruikt wordt om miljarden aan belasting te ontwijken. Zo in je uppie ons bananenkoninkrijkje naaien is toch humor van de bovenste plank? Gewoon frauderen als een drugsverslaafde PVV’er, die trouwens ook nog Heemels heet. Sowieso geestig als een PVV’er zijn geest wil verruimen.

Ik zoek leven! Geen dood. Het zou toch heerlijk zijn geweest als we deze week de hele programmering op tv hadden omgegooid om uitgebreid stil te staan bij de liefde tussen de inmiddels heilig verklaarde paus Johannes Paulus II en zijn Poolse filosofe. Schitterend nieuws toch? Dat die ouwe gewoon heeft geleefd zoals zijn god het ooit bedoeld heeft en dat ie het regelmatig in een hoekje van een camping in een sheltertje gezellig had met deze getrouwde vrouw, die ook wel toe was aan een buitenechtelijk avontuurtje! Warme woorden wisselden ze in een dampende correspondentie. En die paus al die jaren maar jokken hoe het volgens hem moest. Dat was zijn werk. Daar buiten leefde hij. Rommelde hij met een dame. Dat voorkwam een hoop kindermisbruik. Dag in dag uit zag hij zijn door het celibaat in het nauw gedreven collega’s erotisch loensen naar de honderden onschuldige misdienaartjes, waar ze uiteindelijk aan gingen zitten wriemelen. Jarenlang moest hij die schande toedekken met de mantel der liefde. Maar ondertussen leefde hij! God is zo trots op hem. Hoe ik dat weet? Omdat ik zelf god ben. En ik wil nog lang niet dood!