Leugens, cynisme en fraude

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft een eerste indruk.

De film op basis van Michael Lewis’ The Big Short [1] draait in de bioscoop, maar het boek verdient de voorkeur als je méér wilt dan meekijken naar een spelletje poker in het casino, terwijl de miljarden dollars in het rond vliegen. Daarom is de ‘filmeditie’ van het in 2011 verschenen verhaal geen overbodige luxe. Het boek stelt de leek in staat de volgende zin te begrijpen: „Hij snapte nu pas de essentiële rol van de zogenaamde mazzanine CDO – de CDO die voornamelijk uit subprimehypotheekobligaties met triple B-waardering bestond – en de synthetic tegenpool ervan: de CDO die in zijn geheel uit credit default swaps op subprimehypotheekobligaties met triple B-waardering bestond.” De geciteerde slimmerik is analist Steve Eisman. Sommige tegendraadse figuren zagen tien jaar geleden niet alleen dat de Amerikaanse woningmarkt een zeepbel was die uiteen zou spatten, maar ook dat hierdoor tal van andere financiële producten waren besmet. Zij gokten erop dat het casino failliet zou gaan. Lewis vertelt sappige, krankzinnige verhalen uit de financiële wereld, verhalen over hebzucht, leugens, cynisme, gelegitimeerde fraude, grenzeloze zelfverrijking, gokkers en slimme profiteurs.

Een vergelijkbare mentaliteit wordt beschreven in Eindspel [2], dat zich afspeelt in het verrotte milieu van de FIFA, de geldmachine van internationale voetbalbonzen. Twee journalisten van Voetbal International, Iwan van Duren en Tom Knipping, verkenden het netwerk van bestuurders, sportmerken en marketingbureaus. De miljoenen dollars vliegen in het rond om te verdwijnen in de zakken van corrupte bobo’s. Centraal in het verhaal staat de ontmaskerde Sepp Blatter als symbool van de corruptie in het internationale voetbal. Hij wordt beschreven als een door grootheidswaan bezeten maffiabaas. Het boek is op een luchtige en spottende toon geschreven, afgewisseld met boze kwalificaties: FIFA en UEFA zijn „criminele organisaties”. Ondanks hun schimpscheuten op de machtsbeluste geldwolf Blatter lijkt het soms of de auteurs ook een beetje jaloers op hem zijn: „Zijn groeiende status helpt hem ook aan indrukwekkende veroveringen tussen de lakens” die watertandend worden beschreven. Kritisch staan de auteurs tegenover KNVB-voorzitter Van Praag, die wordt neergezet als opportunist. Welke vete met Voetbal International hieraan ten grondslag ligt, is niet duidelijk.

Salomon Bouman was van 1965 tot 2003 correspondent in Israël voor onder meer deze krant. Over zijn in de loop der jaren veranderde opvattingen schreef hij non-fictieboeken en columns. In Ontmoeting en misverstand [3], zijn debuutroman, schetst hij de verhouding tot Israël van de vrienden Joni en Max. Joni is een seculiere Amerikaanse Jood zonder affiniteit met het Beloofde Land; Max een zionistische Nederlander die als onderduiker de Sjoa overleefde. Op advies van Max brengt de 18-jarige met zijn identiteit worstelende Joni een bezoek aan de joodse staat. Daar ontpopt hij zich onder invloed van de ‘messiaanse emotie’ na de Zesdaagse Oorlog tot een religieus fanaticus die zich als kolonist vestigt op de West Bank. Dit alles tot ontzetting van Max, die als correspondent voor een Nederlandse krant een tegenovergestelde ontwikkeling doormaakt. De schematische, in een wat kinderlijke stijl geschreven roman eindigt met de ontslagbrief van Max aan zijn hoofdredacteur. Doelend op het onrecht jegens de Palestijnen stelt hij dat het religieuze zionisme 'fascistische elementen’ bevat. Omdat hij daar als journalist onvoldoende stelling tegen kan nemen, gaat hij de Israëlische politiek in: ‘Ik wil vasthouden aan het bestaansrecht van een democratisch, humanistisch en socialistisch Israël en mij daarvoor inzetten. Dat geeft mijn mens-zijn waarde en jood-zijn inhoud.’ Israël voor pubers verklaard, maar niettemin bij vlagen ontroerend.

Sana Valiulana, begenadigd schrijfster van onder andere de romans Didar en Faroek (2006) en Kinderen van Breznjev (2014) bundelde haar non-fictiestukken uit Nederlandse kranten en tijdschriften in Winterse buien. De van huis uit Russischtalige auteur uit Estland woont sinds vijfentwintig jaar in Nederland en vraagt zich af of ze wel geïntegreerd genoeg is. Wie haar in voortreffelijk Nederlands geschreven romans kent, weet het antwoord. Geneuzel over identiteit interesseert haar nauwelijks, maar als literator behoort de verhouding tussen identiteit en moedertaaltaal uiteraard tot haar thema’s. „De identiteit is groter dan de taal, maar de literatuur is groter dan de identiteit. Dat en niet de moedertaal is een voorwaarde voor grote, interessante boeken, ongeacht door wie, wanneer, waar en in welk land ze geschreven zijn (…).” Hartverwarmend proza voor wereldburgers die houden van grenzeloze literatuur.