Heimelijk tukje

Mensen zitten op een bankje en kijken voor zich uit. gaat naast ze zitten en vraagt wat ze bezighoudt.

De man kijkt schuin omhoog het zonnetje in. Getinte glazen, armen rusten languit op de rugleuning van een bankje in het park. De perfecte namiddag voor een levensgenieter, zou je denken. Maar de man is moe. Doodmoe. „De laatste keer dat ik goed sliep was bij de opvang. Maar daar kun je niet altijd terecht.”

Sinds drie nachten verblijft hij in het Volkspark, een weelderig stukje groen in Zaandam. Zitten is hier toegestaan, rondhangen niet. En wie zijn ogen sluit, riskeert een boete. Alleen de gespeelde zonaanbidder kan zich een heimelijk tukje permitteren.

„Een huis en een bed, daar denk ik aan.” Steve, 62 jaar, wil niet met achternaam in de krant. Hij heeft net een baantje gevonden als portier op het distributiecentrum van Albert Heijn en dan zou zijn werkgever weten dat hij dakloos is. Evenals zijn dochter in Almere, bij wie hij zijn twee jonge zoons uit een later huwelijk heeft ondergebracht.

Drie weken geleden landde Steve met zijn kinderen op Schiphol. Zijn vrouw, Ghanees, bleef achter in Accra, waar ze negen jaar hebben gewoond. Steve móést wel terug. Het geld is op. En hij wilde denken aan de toekomst van zijn kinderen. „Als ik ze daar laat opgroeien worden ze bij de gratie Gods taxichauffeur. Daar is geen werk, daar is níéts.” Hoe hoog het Westen zijn hekken ook bouwt, uiteindelijk komen alle Ghanezen hierheen, daarvan is hij overtuigd.

Als zoon van een Zeeuwse predikant is Steve reizen gewend. Elke vier jaar verhuizen omdat zijn vader wisselde van gemeente. Steve hecht niet aan een plek. Hij werd steward bij een vliegmaatschappij, woonde in Singapore, Jakarta, Thailand, begeleidde aan boord van een Nederlandse DC9 jarenlang eendagskuikens naar Libië. Overdag de kist vol passagiers, ’s avonds stoelen op vlonders eruit, kippen erin. Eén miljoen stuks. Wát een herrie. En ’s ochtends na desinfectie alle stoelen weer terug.

Steve meldde zich na zijn recente terugkeer in Nederland direct bij het Leger des Heils vlak bij de luchthaven. Daarna vertrok hij naar een vriend in de Bijlmer. Hij begroette in de lift een vrouw zoals hij dat in Afrika gewend was. „Good morning!” Ze deed een stap terug.

Nederland is in negen jaar tijd veranderd, vindt hij. „Zet je cv maar online”, zeiden ze bij de uitkeringsinstantie. Ja, hoe dan? En toen hij de trein nam, was het doodstil in de coupé. Iedereen zat te kijken op zijn telefoon. Natuurlijk, ook in Ghana heeft iedereen er één. Liefst twee. Maar de sociale verbanden lijken hechter gebleven dan hier, zeker buiten de stad. „De wereld draait niet om jou en je smartphone.”

De Nieuwe Nederlander, Steve keek er de afgelopen weken met grote ogen naar. Hij zag hem ’s ochtends append vertrekken naar zijn werk en ’s middags append terugkeren. Waar is het gesprek gebleven, de nieuwsgierigheid naar elkaar, elkaars verhalen? Hij mist ze, starend op het bankje. „Nog een paar jaartjes hier, dan ga ik terug.”

De vaste columnisten op pagina 2 zijn met vakantie.