Integere sport kan zeldzaam worden, als gokbederf doorzet

Gaat corruptie de sport onderuit halen? Die vraag klinkt nu nog wat dramatisch, maar er is aanleiding om ’m te stellen. Deze week werd in de eredivisie het eerste geval van omkoping van een voetbalspeler bekend, Willem II-speler Ibrahim Kargbo, in 2009. In het tennis kwamen eerder en vaker incidenten voor. Ook toen klonk, net als bij voetbal, weeklagen over de ‘verloren onschuld’ van de sport.

Dat tekent de romantiek die met sport is verbonden – een plek waar de mens zichzelf kan overstijgen. Het publiek snakt naar helden en vindt ze in de sport. Tot blijkt dat ook zij stervelingen zijn, die bezwijken voor geld, farmacie en een motor in het fietsframe.

Uit onderzoek blijkt dat een kwart van alle sporters in Nederland denkt dat ‘matchfixing’ voorkomt, 8 procent kent medesporters die zijn benaderd en 4 procent is zelf benaderd. Alles wijst op een dieper bederf van de sport door oplichting en omkoping dan bekend is, laat staan opgespoord of bestraft. Oorzaak zit in de combinatie van wereldwijd internet, een omvangrijke op anonimiteit gebaseerde Aziatische gokmarkt, onvoldoende toezicht en gebrekkige internationale samenwerking. En natuurlijk in de zwakte van de mens. Zelfs van de sportende mens.

Gokken corrumpeert, zo bewezen al eerder de financiële markten. De tennis-, voetbal- of cricketcompetitie kunnen net zo instorten als Wall Street – omdat ze zijn gebaseerd op lucht en bedrog. Fans leveren dan hun seizoenskaarten in, tribunes blijven leeg, reclame-inkomsten blijven uit.

De effectiviteit van de handhaving begint bij landen als de Filippijnen, Macau, Singapore, Maleisië en Costa Rica. Zolang zij hun gokindustrie niet reguleren en transparant maken, blijven de sport én de legale goksector onder druk van crimineel geld. Schandalen zullen dan voor blijven komen, óók als het kabinet bij de Kansspelautoriteit een speciale ‘intelligence unit’ inricht, zoals deze week in de Kamer bepleit. En ook als de goksector zich mag aansluiten bij het Nationaal Platform matchfixing. Wat volkomen logisch is, maar toch niet is niet gebeurd.

Veel voorgestelde maatregelen, zoals het locaal beperken van het legale wedaanbod zijn symbolisch. En zonder degelijke internationale data-uitwisseling niet meer dan symptoombestrijding. De legale en illegale markt voor gokken zijn communicerende vaten, waar landsgrenzen geen betekenis hebben. Meldplichten voor sporters en verboden om zelf te gokken zijn makkelijk te omzeilen; schendingen worden zelden opgemerkt of bestraft. Dergelijke afspraken hebben vooral ethische betekenis. Ze vestigen een norm. Altijd goed voor diegenen die hun hebzucht moeilijker de baas kunnen dan anderen. Maar de kans dat de spelende mens aan de goktafel zich laat corrigeren wordt er niet kleiner door.

Moeten we ‘integere sport’ dan maar afschrijven? Zo ver hoeft het niet te komen. Maar dan moet de ‘internationale gemeenschap’ wel tot het inzicht komen dat sport, en de maatschappelijke waarden die ermee zijn verbonden, structureel in gevaar is: identiteit, cohesie, verheffing. Om dat te behouden moeten de vrijhavens van de goksyndicaten in het buitenland worden gesloten. Dienen gokbedrijven, sportorganisaties en overheden ruim informatie uit te wisselen. En moet er een rem komen op de instant, wereldwijde financiële transacties in de gokwereld. Dat is nogal een opgave. Maar gebeurt het niet, dan zal sport veranderen in bedrog.