‘Ik heb geen enorme bak geld, zoals Dagobert Duck’

Zonder opleiding bouwde de 63-jarige ondernemer Roland Kahn een mode-imperium op. Deze week strandde zijn poging om V&D te redden. „Ik laat me niet door angst verlammen.”

Foto Merlijn Doomernik

Zoals altijd begon ondernemer Roland Kahn zijn work-out afgelopen dinsdag met twintig minuten op The Wave, een cardioapparaat waarop je zijwaartse schaatsbewegingen maakt. Daarna deed hij krachtoefeningen, volgens een schema dat zijn personal trainer – met wie hij al acht jaar traint – voor hem opstelt.

Drie keer per week sport Kahn om 7 uur ’s ochtends in zijn eigen gym. Maar afgelopen dinsdag fanatieker dan normaal. Hij moest zich afreageren, vertelde zijn vriendin Jasmine Surer (34) voorafgaand aan dit interview. Haar aanstaande man wist die dinsdagochtend al dat de overname van V&D zou mislukken. Die middag wist de rest van Nederland dat ook.

Roland Kahn (63) was er gaandeweg steeds meer van overtuigd geraakt dat V&D doorstarten een geweldig idee was. Zijn zakenpartners en „goede vrienden” John Fiszbajn en Ronald Snijders waren ermee gekomen. Zij zijn mede-eigenaar van vastgoedfonds IEF Capital, dat twaalf V&D-panden bezit en waarin Kahn ook een belang van 5 procent heeft. Op zaterdag 23 januari vroegen Fiszbajn en Snijders aan Kahn naar V&D te kijken – de vastgoedeigenaren hadden veel baat bij een doorstart van het warenhuis.

Alle voormalige vestigingen van V&D in Nederland:

Na een gesprek met V&D-topman John van der Ent werd Kahn enthousiast. Toen enkele dagen later bleek dat supermarktbedrijf Jumbo horecaformule La Place overnam, werd hij nóg gemotiveerder. Voor de ondernemersfamilie Van Eerd, eigenaar van Jumbo, heeft hij veel bewondering. Hij wil „niet arrogant” zijn, zegt hij. Maar: „Kwaliteit herkent kwaliteit.”

Al gauw barstte Kahn van de ideeën om de stoffige warenhuizen aan te pakken. Daarvoor greep hij terug op zijn eigen warenhuiservaring, vertelt hij – vanaf 1970 werkte hij zes jaar bij de Bijenkorf. „De mensen willen weer beleving”, weet hij. Een speciale „chief entertainment officer” zou daarvoor zorgen. Hij had al iemand op het oog: „De man die Disneyland Parijs heeft geleid, zou aan boord komen.”

Kahn zag het helemaal zitten en begon vol overtuiging aan deze „megaklus”. Hij moest overeenstemming zien te bereiken met curatoren, zijn huisbank ING én de eigenaren van de 45 V&D-panden die hij wilde hebben.

De emotionele Kahn onderhandelt niet als doorsnee zakenman, vertellen mensen die de afgelopen weken met hem te maken hadden. Hij kleedt zich als een hippe twintiger, zegt precies wat hij denkt en vloekt, ook op momenten dat dat ongepast is.

Kahn kwam heel dichtbij een deal, maar uiteindelijk is het hem niet gelukt. Te veel belangen en te weinig tijd, zo vat hij het zelf samen.

Waarom dacht u dat u dat kon, V&D overnemen?

„In 2010 heb ik ook al op V&D geboden. 1 euro, destijds. Dat vond ik toen eigenlijk al 1 euro te veel, haha! Het bedrijf was gewoon niks waard, maar nu was het een ander verhaal. Zeker omdat ik nu afspraken kon maken over lagere huurprijzen. Ik wist ook al heel veel over het bedrijf. Het was geen bevlieging – ik was niet aan het trippen, ik was geheel in staat nuchter na te denken. Ik wist niet zeker of ik het kon. Maar goed, ik weet ook niet of ik morgenochtend weer wakker word. Daardoor moet je je niet laten tegenhouden. Ik wilde testen of ik het kon.”

Hoeveel geld wilde u zelf in V&D steken?

„25 miljoen euro, en daar kwam nog eens 25 miljoen bij van de familie Van Eerd, van Jumbo. Zij zouden geen aandeelhouder worden, maar stelden dat geld aan mij beschikbaar. De mannen van IEF wilden er 10 miljoen van hun eigen poen in stoppen. De verhuurders zouden 100 miljoen bijdragen aan de verbouwing van de panden.”

Hoeveel had u nodig van ING?

„We hadden de bank om een krediet van 75 miljoen gevraagd. Het ministerie van Economische Zaken zou garant staan voor de helft van dat bedrag.”

ING was aanvankelijk bereidwillig. Waarom hebt u het geld niet gekregen?

„ING was de enige die met mij wilde praten – Rabobank en NIBC had ik ook gevraagd. Ralph Hamers [topman van ING] is meteen komen praten, hij zat op die stoel daar. Ralph is ook mijn persoonlijke accountmanager, we hebben een goede relatie. Ik heb hem zien groeien van directeur Roemenië tot de grote baas van het bedrijf.

„Maar binnen zo’n bank zitten verschillende krachten. De directie van ING en de commerciële crew stonden er helemaal achter. Maar er zijn ook altijd mensen met een waarschuwend vingertje. Dat is hun taak. Vorige week vrijdag heeft ING het besproken in de kredietcommissie, ’s avonds stelden ze aanvullende eisen.”

Wat wilde ING dan?

„Ze hadden eisen ten aanzien van de hoeveelheid eigen vermogen die ik zou inbrengen. En ten aanzien van het eigenaarschap van V&D. ING was bang dat ik te veel hooi op mijn vork nam. Ze wilden dat zich nog een topondernemer aan dit verhaal zou verbinden. Daar was geen tijd voor. Ik had die vrijdagochtend al wel met een topondernemer gesproken, maar die kwam hier binnen en dacht: ik kan voor heel weinig heel veel binnenhalen. Dus dat is niet gelukt.”

Wie was dat?

„Dat ga ik niet vertellen.”

Wilde u überhaupt wel iemand naast u dulden?

„Weet je wat er gebeurt als je onder tijdsdruk iets moet regelen? Dan draaien ze je ballen eraf. En ik wilde wel graag de baas blijven over mijn eigen operatie.”

Kon u er zelf niet meer geld in steken, om het toch te laten slagen?

„Ik heb geen enorme bak geld waar ik uit kan scheppen, zoals Dagobert Duck. Het geld dat ik er in zou steken kwam uit vastgoedwinsten, maar veel van mijn vermogen zit ook vast. Ik had met mijn familie en commissarissen afgesproken: ik ga er geen vermogen van mijn eigen bedrijven in stoppen. Er werken hier 5.500 mensen. Die moeten rustig kunnen slapen. Ik heb gekeken hoeveel meer geld ik er bij kon doen, bovenop die 25 miljoen. Ik kon 12,5 miljoen extra ophoesten, maar daarna was het klaar.”

CoolCat-oprichter Kahn heeft in veertig jaar een mode-imperium opgebouwd. In 1976 opende hij zijn eerste winkel met hippe, goedkope kleding voor jongeren. Intussen bestaat zijn concern naast CoolCat uit MS Mode, America Today en lingeriemerk Sapph. De omzet van zijn bedrijven telt op tot een kleine 500 miljoen euro.

Het hoofdkantoor, een grijze blokkendoos in Diemen-Zuid, is een ‘campus’, met kroeg BarGezellig – „voor de kroegtijgers” – en een fitnessruimte – „voor de sporttijgers”. Het ziet er allemaal jong en fris uit, maar een hoofdkantoor mag niet te veel kosten, vindt Kahn. „Het geld verdienen we in de winkels. Niet op kantoor.” De goedkope originele deuren met lila print heeft hij bijvoorbeeld behouden, om te besparen. Wel staat er op de binnenplaats een Kip-caravan, behangen met gekleurde lampjes – vond zijn zakenpartner leuk. Een hijskraan moest het ding erin takelen. „Kostte een vermogen”, zegt Kahn, maar de Kip draagt bij aan de sfeer. Dat vindt Kahn belangrijk, hij wil dat mensen zich op hun gemak voelen.

CoolCat is het hart van zijn bedrijf en heeft, net als andere modewinkels, een zwaar jaar gehad. Zó zwaar, dat CoolCat de aandacht heeft van bijzonder beheer, de bankafdeling voor bedrijven in problemen. Kahn wil daar liever niet op ingaan, maar zegt wel: „CoolCat had een zwak management. Inmiddels hebben we de directie versterkt.” En: „Bijzonder beheer monitort álle modebedrijven, na het desastreuze jaar 2015.” Het eigen vermogen – de buffer van het bedrijf – is nog altijd hoger dan de bank voorschrijft, zegt hij. Kahn wijst erop dat MS Mode, zijn grootste bedrijf, vorig jaar wel 3 procent meer omzet heeft behaald.

Kahn benadrukt dat de situatie bij CoolCat „geen rol” heeft gespeeld bij de overname van V&D. ING heeft hem „geen enkele beperking” opgelegd, „laat dat helder zijn”. Een woordvoerder van ING bevestigt dit: „ING heeft geen enkel moment getwijfeld om de heer Kahn bij te staan bij zijn plannen voor V&D.”

Van zijn werknemers vraagt Kahn veel. Als hij niet tevreden is, kan hij enorm boos worden, vertelt zijn zakenpartner en financieel directeur Jaco Scheffers voorafgaand aan dit interview. Als zijn inkopers de verkeerde kleur grijs bestellen bijvoorbeeld. Je hebt namelijk ‘zomergrijs’ en ‘wintergrijs’ – en de bestelling loopt altijd een half jaar vóór op het seizoen. Dat gaat dus weleens mis.

En dan wordt u woedend?

Kahn lacht. „Jaaa. Dat is waar. Als ik boos word, word ik ook bóós.”

Dat klinkt intimiderend.

„Ja. Dat is een van mijn zwakke kanten. Ik kan heftig overkomen. Maar ik denk dat mensen daar wel mee leren omgaan. Ik kan ook goed sorry zeggen. Het klinkt misschien een beetje arrogant, maar het is wel míjn bedrijf en dit is hoe ik ben. Ik pas me aan, maar zij moeten zich ook aan mij aanpassen.”

Uw vriendin vertelde dat u langer voor de spiegel staat dan zij, als jullie uitgaan.

„Ha, dat wil ik nog weleens zien!”

Volgens haar bent u heel ijdel.

„Ik heb gewoon tijd voor mezelf nodig, is dat ijdel? Als ik ’s ochtends gesport heb, vind ik het heerlijk om me een half uur te scheren. Ik vind het fijn om er goed uit te zien, om goed voor mijn lichaam te zorgen. Maar ik sta niet te springen om vooraan op de foto te staan.”

Foto Merlijn Doomernik

U zegt wat u denkt. U vergeleek minister Ploumen met een zeemeeuw – „ze schijt op je kop en vliegt door” – en zei lingeriemerk Sapph te hebben gekocht uit „pure geiligheid”. Bent u echt zo of is het ook een act?

„Ik ben een heel recalcitrant mannetje. En ik ben iemand die zich niet door angst laat verlammen. Ik ken ook angst, maar dat helpt me alert te blijven.”

Wat is uw grootste angst?

Dan is het recalcitrante mannetje even verdwenen. Dikke tranen wellen op in Kahns ogen. „Mijn kinderen”, zegt hij met emotie in zijn stem. „Ik wil altijd dat het goed gaat met mijn kinderen.”

Kahn heeft twee volwassen zoons en een dochter uit zijn eerste huwelijk en een dochtertje van drieënhalf met zijn vriendin Jasmine. Zijn zoons, een eeneiige tweeling van 32, werken ook in zijn bedrijf. De een is de financiële man van Sapph, de ander is inkoopdirecteur bij America Today.

Kahn wil zijn kinderen iets nalaten, zegt hij. Een familiebedrijf. Hij heeft de aandelen al aan hen overgedragen toen ze nog heel jong waren. Om ze bij het bedrijf te betrekken en ze verantwoordelijkheden te geven, zegt hij, maar het was ook fiscaal gunstig. „Met de fiscus heb ik niet zo’n relaxte relatie.”

Kahn heeft zelf hard moeten werken om te komen waar hij nu is. Hij heeft, volgens de Quote 500, een vermogen opgebouwd van een kwart miljard euro. Een opleiding heeft hij nooit gevolgd, hij is op zijn zeventiende gaan werken. Hij is trots op wat hij heeft bereikt. Succes moeten mensen verdienen, vindt hij.

Geldt dat ook voor uw kinderen?

„Zij hebben die aandelen en zijn erfgenaam. Dat is nu eenmaal zo. Maar zij gaan niet per definitie het bedrijf leiden. Ze moeten wel laten zien dat ze daar geschikt voor zijn.”

Wie beoordeelt dat?

„Een raad van adviseurs, samen met mij. Ik kan dat niet alleen doen, je kunt onmogelijk objectief naar je kinderen kijken. Rond mijn zoons heb ik een team van mensen gezet die ervoor moeten zorgen ik ze niet op een plek zet waar ze niet thuishoren.”

Uw zoons lijken niet op u, zeggen mensen die ze kennen.

„Dat is zo, ze zijn veel bescheidener. Rustiger. Heel intelligent, hoogopgeleid. Mijn zoons hebben veel minder de neiging zich te manifesteren. Ik heb altijd de drang me te bewijzen. Dat komt ook doordat mijn vader failliet ging toen ik jong was. Daar heb ik veel over nagedacht, ik vind het boeiend om te begrijpen wat me drijft. Al verander je niet wezenlijk, als je je drijfveren herkent. Ik maak nog steeds dezelfde fouten, maar ik kan mezelf wel beter corrigeren.”