Opinie

    • Caroline de Gruyter

Hoe meneer Légal een list tegen Brexit verzon

Europa is zo simpel als wat. Het is een club met spelregels op alle terreinen van samenwerking, van handel tot asiel. De Commissie stelt de regels voor, lidstaten beslissen erover en steeds vaker beslist het Europees Parlement mee. De spelregels staan in het Europees Verdrag.

Wat Europa zo moeilijk maakt, is dat er altijd wel landen zijn die vinden dat sommige regels niet voor hen zouden moeten gelden. Maar Europa is ook inventief: er is altijd wel een dubbelzinnig woord of juridisch bruggetje te vinden waardoor regeringen kromme maar werkbare compromissen kunnen sluiten. De vraag is wel: hoe ver kun je het elastiek oprekken, zonder het Europese verband te verliezen? En hoe democratisch is het?

Die vragen zijn opnieuw urgent door de deal die Europees president Tusk de Britten heeft geboden om een Brexit te voorkomen. De tekst, waarover regeringsleiders deze week in Brussel vergaderden, claimt een nieuw „settlement voor het Verenigd Koninkrijk in de EU” te zijn en bevat nieuwe ‘interpretaties’ van bestaande verdragsbepalingen die de Britten niet meer zinnen.

Wat Cameron wil: minder vanzelfsprekende integratie; garanties dat landen met de euro als munt geen beslissingen nemen over de interne markt zonder niet-eurolanden als het VK; en de mogelijkheid voor nationale parlementen een ‘rode kaart’ te spelen. Het gevoeligste punt: minder Britse bijstand aan EU-burgers uit andere lidstaten met een lagere levensstandaard zoals Polen en Roemenië.

Je kunt hier minstens drie dingen tegenin brengen. Eén: het schept een precedent voor elk land dat genoeg heeft van het Verdrag dat het zelf heeft geratificeerd. Twee: het gaat over ons allemaal, maar alleen Britten mogen erover stemmen. En drie: als iemand zo’n ‘interpretatie’ bij het Hof in Luxemburg aanvecht, prevaleert de interpretatie van het Hof. Dat staat in het Verdrag. Dan beslissen ongekozen rechters dus, over een paar jaar, over die ‘nieuwe relatie’ VK-EU. Na het Britse referendum, in juni. Niet bepaald een heldere procedure.

Kennelijk was er geen betere manier. Als je het Verdrag openbreekt, komt elke hoofdstad met een waslijst amendementen en ben je – zoals bij het Verdrag van Lissabon (2007) – tien jaar kwijt met onderhandelen. Nu veel landen euromoe en hyperassertief zijn geworden, leek het beter om van het Verdrag af te blijven.

Toch wil iedereen de Britten aan boord houden. Verzin een list! Tusk wendde zich tot het hoofd van zijn juridische dienst, een Fransman met de onwaarschijnlijke achternaam Légal. Die wees op een truc uit 1992 om het Deense ‘nee’ tegen de euro compatibel te maken met de verdragsverplichting dat elk EU-land de euro moet nemen: regeringsleiders beloofden Denemarken een uitzonderingspositie. Die tekst werd als ‘bijlage’ aan het verdrag gehangen, dat zo zelf intact bleef en samen met het verdrag door de lidstaten geratificeerd.

Hetzelfde gebeurde na het Ierse ‘nee’ in 2009. Légal adviseerde Tusk dit foefje te herhalen voor de Britten. De regeringsleiders zouden niet ‘in de Europese Raad’ maar ‘binnen de Europese Raad’ – niet als EU, dus, maar als landen onderling – de nieuwe interpretaties goedkeuren. De tekst zou niet aan het verdrag hangen, zodat nergens ratificaties of referenda nodig zijn.

Wettelijk is het waarschijnlijk onhoudbaar. Maar dat blijkt dus pas na het referendum. Het alternatief was dat 64 miljoen Britten de EU verlaten vanwege wat extra kinderbijslag voor de Polen. Zo werkt Europa: je schuift moeilijke kwesties voor je uit, en na ons de zondvloed. Als het niet zo treurig was, was het bijna komisch geweest.

    • Caroline de Gruyter