‘Het is echt niet: huppekee, klaar’

‘Moordenaar’ werd Remco Verwer genoemd toen hij euthanasie verleende aan een vrouw op tv. Dit is zijn verhaal.

Remco Verwer, sinds 2012 verbonden aan de Levenseindekliniek, met zijn hond Kaap. Foto Jacob van Essen

Hannie Goudriaan (68) zit in een stoel. Haar man Gerrit omhelst haar. „Ik wil wel, huppekee, klaar”, zegt ze tegen de dokter. Die brengt even later een infuus aan en spuit daar vloeistof in. Ineens mompelt Hannie: „Verschrikkelijk, verschrikkelijk.” Dan zakt haar hoofd op de borst, het gezicht wordt bleek. Gerrit begint te huilen. De dokter belt een collega om te vertellen dat hij euthanasie heeft verleend. Gerrit en Hannie Goudriaan zitten nog steeds naast elkaar. Hij omarmt het dode lichaam van zijn vrouw.

Remco Verwer (63) is de arts die Hannie Goudriaan op tv euthanasie verleende. Deze week werd de documentaire De Levenseindekliniek uitgezonden door de NTR. Het is een portret van de kliniek die in 2012 werd opgericht om euthanasieverzoeken te beoordelen van mensen die daarvoor niet terecht konden bij hun eigen arts. Vorig jaar meldden zich 1.200 mensen aan, ongeveer 350 kregen er euthanasie.

Op de euthanasie van Hannie Goudriaan was veel kritiek. Zij leed aan semantische dementie, waardoor ze nauwelijks meer kon praten. Telkens gebruikt ze dezelfde woorden om, kennelijk, haar doodswens te omschrijven: ‘Huppekee, weg’. Maar had Hannie Goudriaan wel in de gaten wat er gebeurde? Leed zij wel ondraaglijk?

Verwer werd hard aangepakt. In een uitzending van De Wereld Draait Door werd hij „moordenaar” genoemd door hoogleraar cognitieve neurowetenschap Victor Lamme. Christelijke Tweede Kamerleden waren woedend over wat zij noemden de ‘huppekee-weg-euthanasie’.

Remco Verwer zit aan een houten bureau in een statig pand in het noorden van het land. Hij rookt een sigaar. Sinds 2012 werkt hij bij de Levenseindekliniek. Hij voerde tientallen keren euthanasie uit en werd nooit op de vingers getikt door de toetsingscommissie euthanasie. Eerder was hij anesthesist in het universitair medisch centrum in Groningen. Het werk voor de Levenseindekliniek is nu zijn enige baan.

Hoe kijkt u terug op de documentaire?

„Ik vind het een mooie film, artistiek gezien. Het raakt me, ook al heb ik dit soort situaties zelf heel vaak meegemaakt. Maar het is geen instructievideo over hoe je een euthanasie moet uitvoeren. Daarvoor laat de film niet genoeg zien. Helaas zijn de heftige reacties alleen gebaseerd op de filmbeelden, en niet op het hele verhaal achter de euthanasie van mevrouw Goudriaan.”

Wat bedoelt u?

„De film laat niet alles zien.”

Wat zien we niet?

„Ik heb zeven gesprekken met mevrouw Goudriaan gevoerd over haar euthanasiewens. Die zien we niet. We zien niet hoe ik overleg heb met haar huisarts, collega’s bij de Levenseindekliniek, haar casemanager dementie en de psychiater. We zien niet hoe ik op mijn bootje zit met een kladblaadje, en probeer mijn gedachten te ordenen om er zeker van te zijn dat ik een goede keuze maak. Maar bovenal zie je niet dat mevrouw Goudriaan steeds uit huis wegloopt, naar haar huisarts gaat, en aan de balie zegt dat ze ‘weg’ wil. Dat ze naar de buren loopt en hen vertelt dat ze ‘klaar’ is. Dat ze er tegen haar man Gerrit steeds weer over begint. Bovendien had ze een euthanasieverklaring met dementieclausule getekend toen ze nog helder was. Daarin had ze de situatie waarin ze nu was verzeild geraakt omschreven als reden om niet meer te willen leven.”

Snapt u dat mensen op basis van deze documentaire geschokt zijn over het feit dat u mevrouw Goudriaan euthanasie verleende?

Verwer is lang stil. Hij kijkt uit het raam. Knikt dan langzaam. „Als je strikt kijkt naar deze beelden, dan kan ik me voorstellen dat je denkt: pfoe, dat gaat snel. Ik kan me ook goed voorstellen dat het indrukwekkend is om iemand in beeld te zien overlijden. Dat vind ik óók indrukwekkend. Ik zit daar ook met brandende ogen. Maar let wel: het gáát niet snel, dit traject. Het is echt niet zomaar, huppekee, euthanasie.”

In de documentaire zegt u zelf: het is moeilijk te bepalen of deze mevrouw wilsbekwaam is.

„De taalarmoede die bij haar ziekte hoort, maakte het moeilijk om te bepalen of zij zelf nog achter haar schriftelijke euthanasieverzoek uit 2011 stond. Aan de andere kant hield ze haar wilsverklaring actueel door er elke keer over te beginnen, ook tegenover haar casemanager dementie. Mede op basis daarvan heb ik kunnen concluderen dat zij, op haar manier, in haar woorden, die wens steeds opnieuw heeft geuit.”

Hannie Goudriaan zei steeds ‘huppekee, weg’. Niet alleen als het over haar euthanasiewens ging, maar ook als haar man koffie moest zetten, of als ze naar schaatsen keek. Hoe kunt u in die woorden dan een doodswens horen?

„Je moet dat woordgebruik in de context plaatsen. Mevrouw Goudriaan liet op allerlei manieren weten dat ze nog achter haar euthanasiewens stond. Dat ze steeds naar de huisarts liep, is daar ook een voorbeeld van. Dat dit nu de ‘huppekee-weg-euthanasie’ wordt genoemd vind ik kortzichtig, en eerlijk gezegd ook een beetje gênant. Het doet geen recht aan het lijden van mevrouw Goudriaan.”

We zien mevrouw Goudriaan naar schaatsstadion Thialf gaan, we zien haar zelf in de auto rijden, we zien haar meedansen met muziek. Dat maakt het moeilijk invoelbaar dat zij ondraaglijk lijdt.

„Het leven is meer dan autorijden en een dansje maken. Ik zag haar woede, haar ongeduld, haar verdriet. Het was voor haar ondraaglijk dat ze niks zelf kon doen in het huishouden, dat ze haar zelfstandigheid kwijt was. Gerrit moest haar aan de hand nemen, bij alles wat ze deed. Zij was in huis altijd de baas geweest, maar nu kon ze niets meer alleen. Tien jaar geleden zat zij heel anders in dat schaatsstadion. Juichen, aanmoedigen, rondetijden noteren. Ze was een schim van de persoon die ze wilde zijn. Dat vrat aan haar.”

Er zijn heel veel mensen die niet meer zelfstandig het huishouden kunnen doen. En die mensen hebben soms geen echtgenoot meer, ze kunnen niet autorijden en niet naar het schaatsen.

„Iedereen bepaalt voor zichzelf waar de grens ligt. Een euthanasieverzoek is vrijwillig. Sommige mensen kunnen leven met die beperkingen. Hannie Goudriaan wilde dat niet; voor haar was deze situatie ondraaglijk.”

Toen u de vloeistof in het infuus spoot, mompelde Hannie ‘verschrikkelijk, verschrikkelijk.’

„Zonder twijfel kan ik zeggen dat dit een reactie was op het middel dat ik toediende. Dat geeft een onaangenaam gevoel. Ze keek ook naar het infuus, precies naar die plek, precies op dat moment. Dat was geen aanklacht tegen de euthanasie, zeker niet.”

Correcties & aanvullingen

Levenseindekliniek

In het artikel Het is echt niet: huppekee, klaar (20 februari, pagina 9) staat dat hoogleraar Victor Lamme arts Remco Verwer van de Levenseindekliniek in De Wereld Draait Door „moordenaar” heeft genoemd. Dat deed hij niet letterlijk; hij bestempelde wel de door Verwer uitgevoerde euthanasie als moord.