Geld is gratis maar u betaalt de prijs

Ons geld smelt. Spaargeld brengt niks meer op, beleggingen dalen in waarde en pensioenvermogens verdampen. De lage rente eet het financiële systeem op.

Een gratis lunch bestaat niet. En ‘gratis’ geld ook niet. Iemand betaalt altijd de rekening van die maaltijd, al bent u dat bij een gratis lunch dan niet zelf. Zo is het ook met ‘gratis’ geld, dat zich de afgelopen maanden en dagen manifesteert in de vorm van een steeds verder dalende rente. U betaalt steeds minder wanneer u geld wilt lenen, bijvoorbeeld om een huis te kopen of een lening te sluiten voor een nieuwe investering van uw bedrijf.

Maar als u spaart bij een bank, of belegt op de beurs, of een pensioenpotje aanlegt via uw werkgever, dan weet u niet wat u overkomt. Uw geld smelt.

Er is ‘gratis’ geld en u bent het die de prijs betaalt. Dat wist u al? Want u ziet de rente op uw spaargeld dalen en dalen?

De ultralage rente vloeit voort uit het geldbeleid van de Europese Centrale Bank. Verder koopt de ECB elke maand voor 60 miljard euro obligaties op de financiële markten. Ook dat drukt de rente. Het doel is tweeledig. De ECB wil de bankensector met geld overspoelen, zodat banken meer krediet geven en zo economische groei stimuleren. Verder wil de ECB voorkomen dat de prijzen structureel dalen. Dat laatste zou iedereen kopschuw maken om geld uit te geven: wat je morgen koopt, is goedkoper dan vandaag. Gevolg: malaise.

De afgelopen twee weken heeft de ‘gratis’ geldpolitiek nieuwe spanningen veroorzaakt. U staat als klant niet meer alleen. Bank- en verzekeraarsaandelen kelderden in bij vlagen paniekerige handel. 

 

Sindsdien is het zigzaggen. Herstel volgt koersverval. De beleggers die de aandelen in de uitverkoop gooiden, bekommeren zich niet om uw lot, als klant.

Hun angst zit dieper. Zij zijn bang voor de toekomst van die financiële instellingen zelf. De ultralage rente leidt niet tot extra veel leningen, terwijl banken de rentedaling niet volledig kunnen doorberekenen aan spaarders en zij op een deel van hun verplichte beleggingen verlies lijden. En dan dook ook nog angst op voor nieuwe stroppen in de energiesector.

Ontwrichtende gevolgen

Deze week hebben financiële instellingen zelf én hun toezichthouder AFM deze angst overgenomen en als rationale bezwaren verwoord. Eigenbelang, vast en zeker. Of is er meer?

Topman Gerrit Zalm van ABN Amro laakte het rentebeleid van de ECB, drie economen van de Rabobank gingen nog verder en vroegen om een ommekeer in het ECB-beleid, hun baas Wiebe Draijer nam hun analyse en hun recept (verhoog de rente) donderdag publiekelijk over.

AFM-bestuursvoorzitter Merel van Vroonhoven waarschuwde in interviews met Het Financieele Dagblad en de Volkskrant voor de ontwrichtende gevolgen van de lage rente. Bij zeven van de tien grootste risico’s die AFM voor de komende drie jaar in kaart heeft gebracht, speelt de lage rente een rol van betekenis.

En Leo de Boer, directeur van het Verbond van Verzekeraars, op Twitter: 

De onafhankelijke ECB is nu opeens ook mikpunt van kritiek van de Nederlandse financiële elite. De woede die je in Duitsland proeft bij spaarders en financiële instellingen over het ECB-beleid is overgeslagen naar Nederland. En nu?

Hebt u ook een ouwe sok?

We beginnen bij u. Als spaarder. Eind december 2015 hadden consumenten 336 miljard euro spaargeld bij Nederlandse banken staan. Maar dat gaat steeds minder van harte, lijkt het wel. Sinds juli halen spaarders per saldo elke maand geld van hun rekening. In december, de laatste maand waarover cijfers beschikbaar zijn, stroomde 4,5 miljard euro weg. Ja, december is een dure maand, maar zo duur?

Waarom halen mensen geld van hun spaarrekening? Stopt u de bankbiljetten in een ouwe sok? Het verhaal was vorig jaar dat mensen geld overhevelden naar beleggingen met meer opbrengst, zoals aandelen. En zij lossen dure schulden af met spaargeld dat weinig oplevert. Zo maken zij de pijn van de lage rente (en van de vermogensrendementsheffing) wat dragelijker.

Maar wie in die laatste maanden met zijn spaargeld overstapte naar de beurs en bijvoorbeeld een aandeel met een (verwacht) hoog dividend kocht, moest sterke zenuwen hebben. Shell, hét aandeel voor mensen die niet van de grillige beurs houden, verloor in enkele weken eerst 22 procent, om vervolgens terug te klimmen naar de koers van 2 januari. In deze categorie vallen ook de aandelen van financiële instellingen.

Voorbeeld: als u op 20 november bij de beursgang aandelen ABN Amro heeft gekocht, betaalde u 17,75 euro voor een belegging die werd aangeprezen als saai, betrouwbaar en met een aantrekkelijk dividend. U wreef zich in de handen toen de koers richting 21 euro steeg, maar in de paniek eerder deze maand dook de koers richting 16 euro. Nu is hij ruim 17 euro.

Hoezo saaie belegging? Dat was u met een spaarrekening niet overkomen.

Oudedagskrach

De financiële wereld gist. Het is meer dan die koersval van bankenaandelen, die herinneringen oproept aan de kredietcrisis en het failliet van de Amerikaanse zakenbank Lehmann. Ook de koersen van verzekeringsmaatschappijen verloren terrein. Waarom? Twee verklaringen.

De eerste: verzekeraars zijn imposante beleggers en dus kwetsbaar voor beursverliezen. Hun grootste beleggingen zijn doorgaans obligaties, dat zijn leningen van overheden en bedrijven met een vaste rente. Wie nu geld in obligaties steekt moet tevreden zijn met een ultralaag rendement. Of erger: 40 procent van de staatsobligaties heeft volgens ramingen inmiddels een negatief rendement.

De tweede verklaring: doordat de rendementen zo laag zijn, kopen mensen geen levensverzekeringen en vergelijkbare producten. Nog daargelaten dat het imago van verzekeraars lijdt onder affaires, zoals over woekerpolissen.

Maar dit is kinderspel bij de pensioencalamiteit die zich aandient. De verhouding tussen de actuele waarde van de beleggingen van pensioenfondsen en de waarde van hun verplichtingen aan werknemers en ouderen (dekkingsgraad) is in januari dramatisch gedaald. Een oudedagskrach. Tegenover elke euro pensioentoezegging moeten fondsen minimaal 1,05 euro aan beleggingen hebben. 

Bij ABP is die verhouding vorige maand in elkaar gezakt naar iets meer dan 91 cent per elke euro toezegging. ABP is met 351 miljard euro beleggingen (eind 2015) en 2,8 miljoen werkende en gepensioneerde ambtenaren en leraren het grootste Nederlandse pensioenfonds.

Wat ging er mis in januari? Het was een barre beleggingsmaand, waarin de rente verder kelderde. Met dank aan de ECB én aan angstige beleggers die nog maar aan één ding denken: zekerheid tegen elke prijs. Zij kochten obligaties van bedrijven en overheden (Duitsland, Nederland), waarvan zij denken te weten dat zij in elk geval hun geld terugkrijgen. Dan maar met een negatief rendement.

De oudedagskrach zal pijnscheuten geven. De pensioenen van miljoenen Nederlanders zijn al jarenlang bevroren. Nu komt een verlaging van de pensioenen volgend jaar dichterbij. Het pensioenfonds voor verloskundigen (bijna 4.000 belanghebbenden) moet al per april de pensioenen verlagen.

Wat moet u zich bij een verlaging voorstellen? Dat uw bank u vertelt dat u weliswaar 1 euro heeft ingelegd, maar dat u door allerlei tegenvallers aan de balie maar 95 cent terugkrijgt.

De calamiteit speelt zich nog vooral achter de schermen af. Wie belanghebbende is bij een pensioenfonds kan zijn pensioenrechten niet op een markt verkopen, zoals je dat met effecten kunt doen. Dus is er ook geen zichtbare paniekhandel. Dit is sluipend onheil.

Wat krijg ik voor m’n goeie geld?

De gemeenschappelijke noemer van de pijn voor spaarders, verzekerden, pensioengerechtigden én voor de financiële instellingen die deze producten in de schappen hebben, is de ultralage rente. De lage rente is de boktor in de oude balken. Hij vreet langzaam maar zeker het hele raamwerk weg van de financiële sector. Je ziet de hoopjes zaagsel op de grond groeien, kleine kegels worden groter. Verzekeraars komen in de gevarenzone, zoals Vivat (voorheen Reaal) dat zijn heil zocht bij een Chinese concurrent. En Delta Lloyd dat een speelbal is van beleggers.

Spaarders vragen zich af: waarom staat mijn geld met zo’n lage rente nog bij een bank? Ik kan het daar weghalen en zelf bewaren. Thuis, in biljetten van 500 euro. Of willen ECB en politici dat niet, omdat hun geldbeleid dan een flop wordt en schaffen ze daarom die biljetten af?

Vergelijkbare reacties kun je straks verwachten van verzekerden, pensioengerechtigden én van werkgevers die het merendeel van de pensioenpremies betalen. Wat krijg ik nog voor m’n goeie geld? Geldgiganten verliezen hun bestaansrecht. Zij zitten klem tussen ultralage rendementen, kostbare kantoren en medewerkers, veeleisende toezichthouders en klanten die hun rekening en hun vertrouwen opzeggen.

Financiële instellingen vervullen namelijk, hoe boos het publiek ook is over losbandige banken, de kredietcrisis, financiële arrogantie en hun beloningen, als het goed is ook een nuttige, ja onmisbare rol in de economie. Zij zamelen het geld in van talloze individuele klanten. Zij financieren daarmee bedrijvigheid op korte en langere termijn. Daarmee lopen zij risico. Daarom moeten ze ook beter op dat geld passen. En als klant moet je er je voordeel mee kunnen doen: je krijgt rente, of het beloofde appeltje voor de dorst, of dat toegezegde pensioen.

Uw relatie met die financiële instellingen is gebaseerd op eigenbelang en vertrouwen. Als die twee door de ultralage rente op de helling gaan, ontstaan nieuwe onzekerheden en nieuwe risico’s die de economie niet stimuleren, maar juist schaden.