De R is de beheersbaarheid zelve

In de nieuwe R van Golf voel je je amateur in een vluchtsimulator, neerstorten kan niet, aldus Bas van Putten.

Evolutie is in autoland de macht van het getal. De eerste snelle Golf, de GTI, had 110 pk. De nieuwste heeft er 300. Het is alleen geen GTI. Hij heet R. Waarom heet de snelste Golf van nu niet GTI, zoals het hoorde? Het is een heel verhaal dat begon met de derde generatie Golf, die in 1991 voor het eerst met een zescilinder werd aangeboden, de VR6. Dat was toen wat, de modale bravemensenauto met zo’n leeuwenhart. Hij bracht VW op de gedachte dat de GTI een grote broer naast zich kon hebben, de minder puberale tegenhanger van het jongensding. Die koers vertakte zich bij de Golf IV in een zachte en een harde lijn. Hij kwam met de geciviliseerde, doorontwikkelde VR6 van zijn voorganger, maar ook met een brisantere zescilinder die R32 kwam te heten – 241 pk, hallo! Hier begint de saga van de R, van Racing, die als topmodel de GTI beroofde van zijn oudste rechten.

Ook de volgende Golf kwam als R32. Maar in 2009, toen generatie Zes werd onthuld, liep de vuilspuitende zescilinder stuk op de aangescherpte emissienormen. Anderzijds moest er natuurlijk wel een über-Golf blijven. Dat werd de R, nu zonder cijfer, die met zijn tweeliter viercilinder het vermogen van de laatste R32 ruim overtrof. Hij bracht het tot 270 pk, bijna zoveel als de laatste luchtgekoelde Porsche 911.

Ecologische manieren

Intussen werden ook ‘gewone’ GTI-Golfjes steeds buitenissiger. De huidige, zevende generatie reikt tot 265 pk, zodat de nieuwe R daar als beoogde topaap darwinistisch ongenadig overheen moest. VW heeft het beest wel ecologische manieren bijgebracht. De laatste R32 stootte 255 gram CO2 per kilometer uit, de nieuwe R 185. Een hele zorg minder.

Anderzijds is het voor Volkswagen geen eenvoudige klus zijn superioriteit uit te dragen zonder de GTI-rijder te krenken. Daar heeft het woorden voor gevonden. Het prijst de huidige GTI aan als ‘de krachtigste GTI ooit’, de R als ‘de krachtigste Golf’, subtiel zonder ‘ooit’. Retorische damage control voor een in de praktijk verwaarloosbaar verschil van 35 paarden. Men zal reclameman zijn.

Subtiel is aan de zwaarbespoilerde guerrillero verder weinig. De vierwielaangedreven R accelereert in 5,1 seconden naar 100 en haalt 250. Voor een compacte middenklasser met vier zitplaatsen en kinderzitjesvergrendeling is het bezopen. Waarom? Daarom. Iemand moet het doen.

Ik krijg hem mee in knaloranje, een dreigkleur die ik laatst ook op een McLaren aantrof – fout is weer helemaal da bomb. Ik heb een dashboard met decorinleg carbon touch en instaplijsten van edelstaal. Onder de achterbumper hangen vier ovalen uitlaatpijpen. Daarvan zie ik er bij een koude start merkwaardig genoeg maar twee een pluimpje uitstoten. Dat geeft het blaasconcert de lulligheidscoëfficient van een defecte rookmachine in Toppop. Maar misschien geeft hij op volle kracht het volle, viervoudige pond.

Het vertoon komt niet gratis; 66.806 euro kost mijn van alle extra’s voorziene testauto met ‘spiegelkappen in carbon’ en ‘19 inch lichtmetalen velgen Pretoria’ – zeker omdat ze zwart zijn, leer mij Duitse humor kennen. Vanafprijs, met handbak: 50.090 euro.

Daar hebben we het gedonder in de glazen. Ford onthulde net een Focus RS met 350 pk, door de eerste testrijders de hemel in geprezen. Hij haalt 266 en is zelfs iets goedkoper. Daarbij betwijfel ik of deze Golf kan bouwen op een merktrouwe aanhang. De kleine doelgroep die voor zo’n idiote hot hatch in de markt is wil de snelste, ongeacht milieu van herkomst. Maar goed, de Golf heeft zijn vlaggenschip.

Bij normaal gebruik is de R een bijna schokkend comfortabele auto, de heer in het verkeer die als VW-ambassadeur een dam kan opwerpen tegen de reputatieschade die de sjoemeldieseltoko opliep. Maar ook wanneer hij op z’n lazer krijgt, zoals R-mannen hun gorillatrots communiceren, blijft hij in al zijn kunstmatig opgewekte akoestische onstuimigheid de beheersbaarheid zelve. Met dat fenomenale onderstel – zacht als het kan, scherp als het moet – jaagt hij ook op de theoretisch angstaanjagende momenten geen seconde schrik aan. Hoe meesterlijk hij ook is, je voelt je amateur in een vluchtsimulator, neerstorten is onmogelijk. De R is de Übermensch die geen krimp geeft, maar dankzij de technische vooruitgang zo tembaar is geworden dat zelfs de grootste klungel er geen brokken mee kan maken.

In die verkwanseling van het gevaar steekt het tragikomische verlies dat voor het keurige VW van vroeger altijd winst was. Geen risico – da weiss man, was man hat. De prijs voor een schoon geweten.

    • Bas van Putten