Aarde als planeet Wobegon

Je kunt er altijd meer van gebruiken. Het geeft geen afval, is slijtvast en neemt zelfs toe in het gebruik. Je kunt het gewoon in je hoofd opslaan en je blijft er lichamelijk én geestelijk gezond van. Zo bezien zou kennis het best verkochte product ter wereld moeten zijn, de droom van iedere adverteerder.

Toch is er maar matige interesse in onderwijs en onderzoek. De Nederlandse overheid investeert liever in andere zaken. Politieke partijen bewijzen graag lippendienst, maar zetten het onderaan de agenda. Geen kabinet zal er over vallen. Waarom is er niet meer behoefte aan kennis? Dat vraagt iedereen zich wanhopig af die tevergeefs in Den Haag op de trom voor meer steun voor de wetenschap heeft geslagen.

De psychologie heeft wellicht het antwoord op deze paradox: het Dunning-Kruger-effect. Kort samengevat zegt dit verschijnsel dat iedereen zijn kennisniveau veel hoger inschat dan dat het daadwerkelijk is. Niemand heeft de behoefte om meer te weten, want men is zich onbewust van zijn onwetendheid.

Unskilled and Unaware of It: How Difficulties in Recognizing One’s Own Incompetence Lead to Inflated Self-Assessments, is de bloemrijke titel van een bekend artikel van de psychologen David Dunning en Justin Kruger uit 1999. Voor een aantal vaardigheden laten de onderzoekers zien dat er nauwelijks correlatie bestaat tussen hoe goed je bent en hoe goed je denkt te zijn. Object gezien zouden degenen met de minste vaardigheid zichzelf de laagste scores moeten geven. Maar de uitkomst is in de praktijk verrassend anders. In goede benadering is de inschatting van het niveau constant, dat wil zeggen totaal onafhankelijk van de werkelijke vermogens. Of het nu gevoel voor humor, logica of grammatica betreft, iedereen schat zichzelf in op ongeveer hetzelfde niveau en is niet in staat de mogelijke superieure kwaliteiten in anderen te herkennen. Dit doet denken aan de gevleugelde uitspraak dat iedereen meent bovengemiddeld te zijn. Psychologen noemen dit fenomeen het ‘Lake Wobegon-effect’ naar de fictieve plaats in Minnesota uit de Amerikaanse radioshow A Prairie Home Companion, waar ‘alle vrouwen sterk zijn, alle mannen knap en alle kinderen bovengemiddeld slim’. Eigenlijk is de hele wereld een groot Lake Wobegon.

Het wemelt van onderzoeken die de superioriteitsillusie bevestigen in een reeks cognitieve, technische en sociale competenties. Zo vinden we veel bovengemiddelde automobilisten op de weg: 93 procent van de Amerikanen plaatst zichzelf qua rijvaardigheid in de bovenste 50 procent. 97 procent van alle hoogleraren vindt zich beter dan hun gemiddelde collega. 70 procent van de studenten schat de leiderschapskwaliteiten boven de mediaan en bij sociale vaardigheden is deze ‘bovenste helft’ zelfs tot 85 procent.

Er zijn vele mogelijke verklaringen geopperd om deze illusie te verklaren. Is het een vorm van zelfbescherming? Kiezen we selectief feiten uit om een valse argumentatie te construeren? Is het de algemene tendens om onszelf in het centrum van de wereld te plaatsen? Of is het een gevolg van de Westerse cultuur waar iedereen bijzonder is en gemiddeld zijn als een vloek wordt beschouwd?

Toch is de superioriteitswaan perfect consistent gedrag. Als je je wél bewust was van je incompetentie, had je stappen ondernomen om je te verbeteren. Weten wat je niet weet is de eerste en tevens moeilijkste stap naar een hoger kennisniveau. Onderwijs leert je vooral het onderscheid maken tussen wat je wel en wat je niet begrijpt. Iedere marketeer weet dat je bij de consument eerst het gevoel moet opwekken dat men een product mist, voordat je het succesvol kunt verkopen. Niemand miste een gourmetstel, een magnetron of een smartphone, voordat ze op de markt kwamen. Het gebrek aan steun voor de wetenschap, in de politiek en breder in de samenleving, moet in dit licht bezien worden. Politici, onwetend van hun onwetendheid, geven zichzelf, onverdiend, een voldoende – precies zoals de psychologie voorspelt.

Voor mij is het meeste verrassende aan de resultaten van Dunning en Kruger dat het ingeschatte niveau zo constant is. Vanuit een cynisch perspectief had ik zelfs een inverse correlatie verwacht. Geeft kennis niet meer onzekerheid en schatten de allerbesten hun prestaties niet consequent te laag in? Bertrand Russell deed de befaamde uitspraak dat „het probleem van de wereld is dat de dommen zo zelfverzekerd zijn en de intelligenten zo vol twijfel”. Maar zelfs dat lijkt ons niet gegeven.

Zo zit er een diep tragische kant aan het Dunning-Kruger-effect. De mens blijkt fundamenteel niet in staat te zijn de eigen incompetentie te herkennen en voelt geen urgentie dit gebrek te herstellen. Er is geen reden aan te nemen dat dit effect zich beperkt tot degenen die laag op testen scoren. Vanuit een breder gezichtspunt worstelen we allemaal met onze beperkingen en verdienen we allemaal een onvoldoende. Wie kan vol vertrouwen beweren dat men precies weet wat men niet weet? Het is misplaatste arrogantie te denken dat de aarde vanuit een kosmisch perspectief een Planeet Wobegon is.

 

Mededeling: In dit artikel was Lake Wobegon aanvankelijk foutief gespeld als Lake Wobbegon.

    • Robbert Dijkgraaf