Wie begrijpt de telefoontap?

Heeft de overheid greep op de informatietechniek die bij de opsporing wordt gebruikt? Of is de staat op hetzelfde punt aangeland als de burger die hulpeloos naar het zandlopertje moet kijken tot er iets op het scherm verschijnt? 

Vorige week stuurden de hoogleraren Peter van Koppen (rechtspsychologie) en Bart Jacobs (IT veiligheid) hun bevindingen aan de minister van Justitie. Zij spraken uitgebreid met de Auditdienst Rijk (ADR) over het telefoontapsysteem en het fameuze incident met de ‘Teeven-tap’. Een niet-opgenomen telefoongesprek in 2012 tussen de mogelijk corrupte Limburgse wethouder Van Rey met partijgenoot en destijds staatssecretaris Teeven (Justitie). Minister van der Steur rapporteerde op gezag van ADR dat die storing niet aan menselijk ingrijpen te wijten was. Verder nam hij aanvullende maatregelen om storingen beter af te handelen.

Toch bleef deze kwestie smeulen. Beide hoogleraren constateren dat zowel de politie als de technisch beheerder van het particulier verhuurde systeem nalatig waren. Op zich was dat bekend. Updates waren niet tijdig uitgevoerd, de beheerder meldde de storing niet aan de politie, die zelf ook niet goed oplette. De beheerder voerde een herstart uit zonder toestemming.

Dat leidt al meteen tot twijfel aan de betrouwbaarheidscijfers van 99 procent die het bedrijf rapporteert. Die cijfers heeft het kennelijk zelf in de hand. Minder bekend is dat de storing álle tapgesprekken in heel Nederland betrof, gedurende 50 minuten. Dat waren er op dat moment ongeveer 1.800. Wie aan opzet denkt, kan de kring van verdachten met motief dus flink uitbreiden. Het tekent de kwetsbaarheid van het systeem – en het belang van een vrijwel hermetische samenwerking tussen de particuliere beheerder en de overheid. Die faalde destijds, en ook vrij opzienbarend.

Sindsdien weten we dat de recherche kampte met een ‘mol’ in eigen rangen die informatie verkocht aan criminele netwerken. Onjuist, onrechtmatig of zelfs corrupt gebruik van politie-informatiesystemen kwam ook al eerder voor. En dat zal ook voor blijven komen, naarmate IT verder oprukt in de opsporing. Daarbij zal de invloed van particuliere leveranciers eerder toe- dan afnemen. Over de ‘Teeven-tap’ wordt nu vastgesteld dat er geen garantie is dat de politie storingen überhaupt te weten komt. Dat er dus geen werkelijk inzicht is in de kwaliteit van dit systeem. Of in enig ander, mag je aannemen. Turen naar het zandlopertje dus, dat wordt bediend door de leverancier, die intussen stilletjes een herstart doet. Of iets anders. Voor een cruciaal rechtstatelijk proces „baart dat zorgen”. Dat is dan een understatement.