Column

‘We kijken ernaar’ is ‘bekijk het maar’

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met #jeukwoorden op kantoor.

Wat mensen op kantoor vaak zeggen en waar ik behoorlijk klaar mee ben: „ik ga ernaar kijken.” Dat zeggen ze meestal als ik eindelijk de moed heb verzameld om naar ze toe te gaan, als ik een heel dossier heb gemaakt, als ik dingen uit mijn hoofd heb geleerd, als ik met klotsende oksels naar hun kamer gelopen ben en mijn hele verhaal heb gedaan. Ik hoop dan dat ze zeggen: je hebt helemaal gelijk, dit kán zo niet langer, ik ga er ALLES aan doen om je hiermee te helpen. Maar nee. „Ik ga ernaar kijken.”

Hele volksstammen zitten zo op kantoor, de hele dag achter hun bureau naar dingen te kijken – als vissers naar hun dobber, als vogelaars met verrekijkers, als Otis uitkijkend over de baai. Het mooie: je kunt overal naar kijken. En dat DOEN ze dan ook, zeggen ze. Ze kijken naar je kritiek, naar de verwarming die niet werkt, naar je salaris („daar moeten we nodig weer eens naar kijken!”), naar je collega die geen reet uitvoert en naar „goede punten”. Dat zeggen mensen tenminste vaak tegen me: „dat is een goed punt, Japke-d., we gaan ernaar kijken.”

Er is ook een stapje hoger dan kijken, namelijk het „kritisch kijken” en het „heel scherp kijken”. Dat doen vooral politici veel. Daar zeggen ze dan vaak „moeten” en „blijven” bij, als in „we moeten kritisch blijven kijken naar wie het land binnenkomen” en „we moeten heel scherp blijven kijken naar de kosten van medicijnen”.

Vroeger dacht ik dat kritisch en scherp kijken nóg beter was dan kijken, en dat er dan brillen, vergrootglazen, monocles en microscopen uit de tas werden gehaald voor het nóg betere zicht op de problemen. Tegenwoordig ken ik het grote geheim van kijken op kantoor: niemand doet het. Ja, héél even wordt ernaar gekeken, om het met een grote boog in de prullenbak te kunnen mikken. Maar verder bedoelen ze: „ik flikker het in een la, we zien wel joh, bekijk het maar.”

Ga zélf maar eens kijken, waar al die dingen gebleven zijn waarvan tegen jou gezegd is dat ernaar gekeken zou worden: ze liggen er nog gewoon, op de hele grote hoop van onbekeken dingen. Het enige voordeel van al dat loze gekijk op kantoor is dat als ze zeggen dat je „weleens wat kritischer naar jezelf zou mogen kijken”, je dat ook niet hoeft te doen. En als ze tegen je zeggen „kun jij daar even naar kijken?” je kunt antwoorden: „ja, ik kijk ernaar!” En klaar is Kees.

Laatst ook weer. Las ik ergens dat de fiscus „het zicht op de fraudebestrijding kwijt is”. Ik zou zeggen: loop eens door mensen, er is niks te zien. Ga liever iets dóén, in plaats van ernaar kijken.

Zeggen dat je ergens naar gaat kijken is als zeggen „ik hoor wat je zegt”, „dit voelt niet goed”, „ik ruik de aangebrande kroketten”, of „ik proef je onvrede” – je zegt dat je zintuigen werken.

Op zich hartstikke fijn natuurlijk, maar daar hebben we de huisarts voor.