De media hebben ons misleid over Keulen

Anonieme politiebronnen hebben een sleutelrol gespeeld in de zaak-Keulen. Wees er voorzichtig mee, schrijft Steven de Winter. 

Foto AFP/Getty Images

De media hebben ons misleid over Keulen. Met waarschijnlijk niet meer terug te draaien ingrijpende politieke gevolgen. Daarvoor is de journalistiek verantwoordelijk. „Anonieme politiebronnen” werden gretig geciteerd. Want volgens de heersende leer kun je je als krant, radio, tv of site niet veroorloven niet te publiceren als anderen dat wel doen. Hoewel, het duurde even voordat de berichtgeving op gang kwam. Frank Überall, voorzitter Duitse journalistenvereniging, legde op 5 januari uit waarom: „Journalisten moeten informeren, maar niet speculeren. Zolang niet duidelijk is wie verantwoordelijk zijn, moet je terughoudend zijn.”

Een gotspe. Want nu weten we: „De overgrote meerderheid van de verdachten komt uit Algerije of Marokko. Onder hen 30 Marokkanen, 27 Algerijnen, 3 Tunesiërs, 4 Irakezen, 3 Duitsers en twee Syriërs”. (NRC, 16 feb, papieren editie). Echter, op 7 jan. berichtte nrc.nl: „De groep mannen die op Oudejaarsavond op het plein voor de dom van Keulen vrouwen hebben aangerand en beroofd, bestaat voor een groot deel uit Syrische asielzoekers. Dat meldt Welt am Sonntag op basis van anonieme politiebronnen. Daarmee spreken de agenten beweringen tegen van de Keulse politiechef Albers die dinsdag verklaarde niet te weten wat de nationaliteit is”. Diezelfde dag onthulde Nieuwsuur wat „anonieme agenten” hadden gezien en gehoord: het verscheuren van verblijfsvergunningen met een grijns op het gezicht en de uitspraak: „Jullie kunnen me niets maken, ik haal morgen een nieuwe.” En: „Ik ben Syriër, jullie moeten mij vriendelijk behandelen. Mevrouw Merkel heeft mij uitgenodigd.”

Syrische mannen waren na 7 jan. niet langer vluchtelingen die zorg en toewijding verdienen; ze waren verworden tot „testosteronbommen” die „onze vrouwen” bedreigen. Ook gematigde politici gingen nu dingen zeggen die zij vóór Nieuwjaar nooit over hun lippen konden krijgen. Voor de politiek komen de nieuwe feiten te laat. Voor vluchtelingen is een andere koers uitgezet: meer hekken. Nu kun je zeggen, zoals verslaggevers vaak doen, achteraf is alles duidelijker, maar ga eens in de schoenen van de journalist ter plekke staan. Je vangt iets op, gaat te rade bij getuigen en agenten die willen praten en hoort wat verontrustend is en misschien de maatschappelijke vrede verstoort. Moet de verslaggever dan met publicatie wachten tot de rechtszaak of het onderzoek? Mijn antwoord is: ja, als journalist moet je wachten; in elk geval totdat je het nieuws uit ten minste twee, liefst drie van elkaar onafhankelijke bronnen bevestigd krijgt. Inderdaad: achteraf is alles altijd duidelijker.

Alleen in Keulen was alles van meet af aan al duidelijk. Nieuwsuur had het over „verblijfsvergunningen” die verscheurd werden. Maar een verblijfsvergunning is in Duitsland, net als in Nederland, een plastic kaartje, dat je niet gemakkelijk verscheurt. Alleen wie net in Duitsland is aangekomen, krijgt een papieren Bescheinigung über die Meldung als Asylsuchender. Zodra de aanvraag loopt, wordt de Asylsuchender een Asylbewerber met plastic ID. Deze mensen, die dus kennelijk net uit Syrië kwamen, hadden tegen agenten gezegd: „Ik ben Syriër, jullie moeten mij vriendelijk behandelen. Mevrouw Merkel heeft mij uitgenodigd.” Dat heeft een „anonieme agent” gehoord. Als journalist heb ik regelmatig verkeerd in situaties waar de politie en een massa mensen tegenover elkaar stonden. Het lawaai is enorm. Je kunt nauwelijks horen wat degene zegt die naast je staat. Die „anonieme agent” moet of erg goede oren hebben, of hij moet dichtbij hebben gestaan – in een situatie die volgens niet-anonieme politiebronnen zo chaotisch en gevaarlijk was dat men vreesde dat er doden zouden kunnen vallen.

Maak die afweging: tussen het belang dat publicatie dient en wat publicatie veroorzaakt

Ik belde de Staatsanwalt in Keulen om te vragen hoe de agent in deze chaos, midden in de nacht, kon zien dat het een Syriër was, die zei dat hij door Merkel was uitgenodigd. Ik vroeg in welke taal hij dit had gezegd. De Syrische vluchtelingen die ik heb ontmoet, spraken eigenlijk alleen Syrisch. De Staatsanwalt zou me terugbellen, maar ik heb nog geen antwoord.

Bijzonder ook dat een vluchteling uit een ver oorlogsgebied zo op de hoogte blijkt van de Duitse politiek. En waarom moet een agent een anonieme bron zijn? Wat is zijn belang? Allemaal voor de hand liggende vragen die iedere verslaggever zou moeten stellen, voordat hij publiceert. Maar die vragen zijn kennelijk niet gesteld. Trouwens, sinds wanneer geloven verslaggevers blindelings de politie? Het zou interessant zijn als een journalist vandaag aan deze „anonieme agent” vraagt: „waarom heeft u ons toen iets verteld dat nu niet waar blijkt te zijn?”

Voorzichtigheid met anonieme bronnen is temeer geboden wanneer het om een onthulling gaat die het nodige teweeg kan brengen. Het is binnen de journalistiek omstreden, maar ik vind dat je als journalist altijd de afweging moet maken tussen het belang dat je met je publicatie dient en wat die publicatie kan veroorzaken.

Wie iets publiceert is verantwoordelijk voor wat zijn publicatie teweeg brengt. Vanzelfsprekend dient er een duidelijk causaal verband te bestaan tussen de publicatie en wat er daarna gebeurt. In de Keulse kwestie namen journalisten genoegen met anonieme bronnen. Te haastig promoveerden zij geruchten tot feiten. Ze aanvaardden willens en wetens de aanmerkelijke kans dat hetgeen zij publiceerden niet zou kloppen en zij daardoor een groep in de samenleving in diskrediet zouden brengen. In het strafrecht heet dat voorwaardelijk opzet.

Steven de Winter is oud-chef van de buitenlandredactie van NRC en bestuurslid van Stichting Media-Ombudsman Nederland.