Voer de giraffen aan de leeuwen

Blijdorp maakt gezonde, overtollige dieren af. Schandalig? Welnee, zegt chef-kok Pepijn Schmeink. Dat doen we in Nederland overal.

Foto Jerry Lampen / ANP

Dat in Blijdorp dieren worden afgemaakt omdat ze overtollig zijn, zoals directeur Marc Damen deze week in het AD erkende, is niet veel anders dan wat er op grote schaal in de voedselindustrie gebeurt. Voor de eierhandel heb je legkippen nodig, geen hanen. De toeleveranciers van de zuivelindustrie zijn koeien, niet de stieren die ook worden geboren — méér fokmateriaal dan noodzakelijk.

Daarom is Nederland, op wereldschaal een postzegel van een landje, de grootste exporteur van kalfsvlees.

In dierentuinen wordt gefokt om de populatie van dieren, in sommige gevallen dieren die in het wild met uitsterven worden bedreigd, in stand te houden. Ook hier zijn het vaak de stiertjes die overtollig worden: de directeur van Blijdorp rept van een twee jaar oude bizonstier die opstandig werd tegen zijn vader en de eendracht in de kudde dreigde te verstoren. Om die reden is het dier afgemaakt en aan de leeuwen gevoerd. Twee jonge girafhengsten die niet meer te handhaven zijn in hun groep wacht misschien hetzelfde lot.

Niet dat de 300 dierentuinen in Europa geen uitwisselingsprogramma’s hebben, maar als niemand op een bizonstier of een girafhengst zit te wachten, is er maar één conclusie mogelijk: het dier in kwestie heeft geen nut. De eventuele aaibaarheidsfactor legt het dan af tegen andere overwegingen.

De dierentuinbezoeker wil wel naar de giraffen kijken, maar hij wil niet weten dat er af en toe een moet worden afgevoerd en geslacht. In het restaurant of de supermarkt heeft de consument het liefst ook een anoniem stukje vlees; hij hoeft niet te weten dat er zo’n aaibaar biggetje aan vast zat, ook al staat vast dat het een goed leven heeft gehad.

Het is goed dat een dier dat overtollig is in een dierentuin wordt geslacht, daar blijft en als voedsel dient in de biotoop waarvan het deel uitmaakte. Het alternatief, giraf op de menukaart, is voor mij persoonlijk vele bruggen te ver.

Het is niet alleen omdat ik in mijn restaurant ‘wild uit de dierentuin’ niet zou kunnen verkopen dat ik het niet op de kaart wil zetten. Er zitten ook andere aspecten aan, morele en emotionele.

Pepijn Schmeink is chef van het Rotterdamse restaurant Dertien