‘Toneel moet polariseren’

Op theaterfestival Brandhaarden staan twee geruchtmakende voorstellingen van de Duitse regisseur Karin Beier. „Juist in het theater hoef je niet politiek-correct te zijn.”

Karin Beier

Ze zijn gezellig ‘entre nous’, de keurige leden van het orkest die op het luxe cruiseschip MS Europa de laatste reis van hun dirigent begeleiden. Of nou ja, gezellig: de dirigent is dood, hij reist mee in een koperen urn. Aan de orkestleden de taak zijn laatste wens uit te voeren: zijn as uitstrooien over de Middellandse Zee, terwijl zij zijn avant-gardistische meesterwerk Human Rights 4 ten gehore brengen. Tot het zover is, wordt er onderling volop gekonkeld en gekibbeld; relaties, ruzies en rivaliteit bepalen de verhoudingen. Regisseur Karin Beier regisseert dit deel van Schiff der Träume als een lekker mollige klucht, compleet met (bedoeld) tuttige theaterkolder – luchtig, verantwoord vermaak voor de Europese burgerij. Tot kort voor de pauze. Dan verandert niet alleen de reis, maar ook de theateravond totaal.

Intendant Karin Beier van het Deutsches Schauspielhaus Hamburg wil de politieke actualiteit haar theater binnenhalen. Afgelopen zomer bood ze in haar negentiende-eeuwse Schauspielhaus, neobarok stadspaleis van marmeren pilasters en glanzend gouden sierstucwerk, onderdak aan tientallen vluchtelingen die waren gestrand op Hamburg Hauptbahnhof, even verderop. „Waarom? Dat is simpel, ze moesten ergens slapen.” En in Schiff der Träume, haar radicale bewerking van Fellini’s E la nave va, laat ze een groep energieke – om niet te zeggen: agressieve – Afrikaanse performers het bourgeoise boeltje aan boord en in de zaal eens even flink verstoren. Ze dansen, schreeuwen in de microfoon, jutten de zaal op, op soms aanstekelijke, soms behoorlijk irritante wijze. Even denk je dan: rot op! – om je daar meteen weer hevig voor te schamen. Ontregelend en ongemakkelijk, vond ook de jury van Theatertreffen, die de voorstelling selecteerde voor het festival met het beste Duitstalige theater van het jaar.

Karin Beier (50) is een jeugdig ogende, sympathieke, tengere vrouw – de eerste vrouw in 115 jaar aan het hoofd van dit grote Duitse theater. De middag voor de wereldpremière van haar nieuwe voorstelling Unterwerfung neemt ze ontspannen de tijd voor een Nederlandse journalist. Ze praat zacht en formuleert precies, maar wat ze zegt is strijdbaar. „Theater moet polariseren. Hup, olie op dat vuur!”

Waarom zet u in ‘Schiff der Träume’ zo nadrukkelijk Europa en Afrika tegenover elkaar?

„Ik wilde – nee, ik móést – een voorstelling maken over hoe Europa nu met de vluchtelingen wordt geconfronteerd. Ons behaaglijke, politiek-correcte denken wordt flink uitgedaagd nu zij hier letterlijk op de stoep staan. Ik heb dat gegeven van een botsing van twee werelden aan Fellini ontleend – bij hem zijn het Servische vluchtelingen anno 1915 die aan boord komen. Wij hebben de plot behouden en teksten geschreven die meer op het nu van toepassing zijn.

„Ik wist al snel dat ik de vluchtelingen door een groep Afrikaanse performers wilde laten spelen, vanwege de andere energie en afwijkende theatertaal. Zij representeren de ander, die ons vreemd is en soms angst inboezemt. Nu spélen we niet alleen een cultuurclash, maar is die er ook echt. De voorstelling is een wake-upcall voor het publiek: u kunt niet langer in een comfortabele leugen leven.”

Het beeld dat u in de voorstelling toont van ‘De Afrikaan’: wild, luid, viriel, opruiend, is weinig vleiend. Is het beeld dat u neerzet niet racistisch?

„Toen ik tegen mijn dramaturgen zei dat ik Afrikaanse performers in de voorstelling wilde, werd ik direct van alle kanten gewaarschuwd: wat je ook doet, dat kún je niet goed doen. Maar moet ik het daarom laten? Ik wil dat lastige evenwicht, onze worsteling met racistische stereotypes juist voelbaar maken. Ja, deze performers zijn zwart en ze dansen. Maar Afrikaans theater zonder dans bestaat alleen als koloniaal idee. Moet ik een danser verbieden om te dansen omdat ik anders racistisch ben? Dat is absurd.”

Maar ze zijn in de voorstelling ook opzettelijk onsympathiek.

„Ze zijn én charmant en een tikje beangstigend, dat maakt ze ambivalent en ongrijpbaar, en dat is precies waar Europeanen nu mee worstelen. We vinden het denk ik moeilijk om de vluchteling niet meer simpelweg als zielig te kunnen zien.

„Voor mij stond bovenal vast dat ik ze niet als slachtoffers wilde neerzetten. Dat verhaal van de zielige vluchteling kennen we nu wel. Kijk, er was een tijd dat je dat moest vertellen, toen Europa nog massaal wegkeek terwijl mensen verdronken op zee. Maar nu zijn ze hier en is de discussie een andere. Mijn belangrijkste doel is het debat stimuleren. Daarin moet ik alert en flexibel blijven: waar moet het gesprek nú over gaan?”

Schiff der Träume zit boordevol slimme en soms verwarrende omkeringen. Waarom willen jullie eigenlijk naar Europa, vraagt een orkestlid de verstekelingen. Antwoordt eentje dat hij zo’n zielige documentaire zag: ‘Europa, depressief continent’. Dat greep hem aan, hij komt ons helpen! Een grappige, onschuldige wending. Maar dan vervolgt een ander: en we zagen dat jullie in de steden een vrouwenoverschot hebben! Daar kunnen wij zéker wat aan doen! Gevolgd door een gemeen, veelbetekenend lachje. Schrik en ongemak in de zaal. Het is een grap, maar wel een wrange, die raakt aan angst en vooroordeel. Beier: „Juist in het theater hoef je niet politiek-correct te zijn en kun je ook andere meningen laten zien.”

Wat wilt u met deze voorstelling bewerkstelligen bij uw publiek?

„Dat hierover wordt gepráát. Het is heel on-Duits, maar ik vind humor in het theater van groot belang. We hebben allemaal monsters in ons hoofd, en het is louterend als die op lachwekkende wijze materialiseren op toneel. Dat reduceert de angst.”

Beier vat haar taak als intendant uitgesproken politiek op. „Ik ben een factor in het debat. Er wordt naar mij geluisterd door de pers en het publiek. Soms zelfs door politici.”

Dat laatste ontdekte zij toen ze als intendant in Keulen (2007-2013) met succes de bouw van een nieuw theater, duur prestigeproject van het gemeentebestuur, wist te traineren. Een speech tegen de nieuwbouw had daar zoveel effect dat de publieke opinie omsloeg en het stadsbestuur de plannen uiteindelijk in de prullenbak kon doen. Regisseerde Beier voor die tijd vaak tijdloze klassiekers, sindsdien beseft ze dat elke nieuwe voorstelling een bijdrage moet leveren aan het maatschappelijke debat. Daarom ook koos ze Soumission, de anti-islamitische schandaalroman van Michel Houellebecq, voor haar nieuwste voorstelling Unterwerfung.

Houellebecq schetst een inktzwart beeld van een islamitische overheersing. Heeft u overwogen dat u met deze voorstelling munitie zou kunnen leveren aan anti-islamitische bewegingen als Pegida?

Soumission is geen anti-islamroman, laat ik dat vooropstellen. Het is een roman over ‘Selbstabschaffung’: als Europa ten onder gaat, komt het gevaar niet van externe factoren, maar van binnenuit: door het doorgeslagen individualisme, materialisme, hedonisme, het gebrek aan sociale structuren en zingeving. Dát wil ik laten zien. Maar natuurlijk ben ik me bewust van de risico’s. Ik wil het debat stimuleren, olie op het vuur gooien, maar voorkomen dat de vlam in de pan slaat. Dat is zorgvuldig balanceren.”

Maar kunt u voorkomen dat u hiermee extreem-rechtse groeperingen in de kaart speelt?

„Ik kan het proberen, door de keuzes die ik maak in de regie. Sowieso is de voorstelling een monoloog, daardoor ligt de focus geheel op François, de Franse universitair hoogleraar die zich uiteindelijk bekeert tot de islam. Het gaat over hém, over zijn immoraliteit, en zijn opportunisme. Ik toon hem bijvoorbeeld woest kluivend aan een karbonade, tijdens een politieke discussie. Zo’n beeld illustreert, misschien nog wel nadrukkelijker dan in de roman, dat niets hem interesseert, behalve genot. Acteur Edgar Selge, die François speelt, houdt denk ik precies het juiste evenwicht tussen verleidelijk en afstotend. François is geen man aan wie je een voorbeeld neemt. Ik wil dat het publiek nadenkt over zijn keuzes, maar zijn overtuiging niet klakkeloos voor waar aanneemt.”

Dat is een precaire balans.

„Ik kan niet voorkomen dat deze voorstelling omstreden zal zijn – dat heb je hier meteen als je de veilige haven van het politiek-correcte denken verlaat – maar dat wil ik ook helemaal niet. Provoceren en polariseren binnen het maatschappelijke debat, dat is de voornaamste taak van het theater.”

    • Herien Wensink