Slecht krediet nekt banken in Italië

Veel harder dan andere aandelen daalden die van Italiaanse banken. Hun problemen leidden al tot een geval van zelfmoord. 

Italiaanse banken extra hard geraakt

ABN Amro in Amsterdam, Credit Suisse in Zürich, Morgan Stanley in New York – vrijwel alle grote banken met een beursnotering hebben het lastig. De aandelenkoersen van banken daalden de voorbije weken veel harder dan de algemene beursindexen. Pas sinds een week gaat het weer wat opwaarts.

Opvallend is dat de banken uit één land het uitzonderlijk slecht doen: Italië. De Euro Stoxx bankenindex, een graadmeter voor banken in de eurozone, verloor sinds begin dit jaar 18 procent van zijn waarde. Italiaanse banken zakten dieper. Unicredit, de grootste bank, verloor 29 procent. Mediobanca, de op twee na grootste. 27 procent en Monte dei Paschi di Siena (nummer 6) zelfs de helft. Er zijn ook uitzonderingen: Intesa Sanpaolo, de tweede bank van Italië, deed het bovengemiddeld.

Dat er iets niet goed zit, bleek eind vorig jaar al. Italiaanse kranten wijdden hele voorpagina’s aan de zelfmoord van een gepensioneerde die al zijn spaargeld, 100.000 euro, had gestopt in obligaties van zijn bank, Banca Etruria. Ineens was hij dat kwijt – ironisch genoeg door de redding van die bank, die aan de rand van de afgrond stond. De Italiaanse regering voegde in november de bank samen met drie andere kleine banken en herkapitaliseerde ze, met geld van grote banken. Maar eerst werden aandeelhouders en obligatiehouders aangeslagen. Zij verloren al hun geld.

Het zijn de nieuwe Europese regels voor het redden van banken in de praktijk: er gaat geen cent belastinggeld meer heen, zoals bijvoorbeeld bij ABN Amro in 2008 (bail-out). De sector betaalt zelf, samen met aandeelhouders en obligatiehouders, die geld verliezen (bail-in). Die methode heeft ook nadelen, zo blijkt nu.

In Italië hebben niet alleen grote beleggers bankobligaties in hun bezit, maar ook veel burgers. Zij werden door hun bank aangespoord om geen normale spaarrekening te openen, maar liever hun geld te ‘investeren’ in bankobligaties. Na grote ophef over de zelfmoord – de rechts-populistische Lega Nord houdt er de regering verantwoordelijk voor – stelde premier Matteo Renzi een speciaal fonds in voor compensatie van de getroffen burgers. Ook dat fonds werd betaald door de andere banken.

Besmettingsgevaar

Daarin zit een ander risico van de bail-in: besmetting. Grote banken als Intesa Sanpaolo en Unicredit moesten honderden miljoenen euro’s bijdragen aan de redding van de kleine vier. Sindsdien kijken beleggers met extra zorg naar de Italiaanse banken.

Het hoofdprobleem: ‘slechte’ leningen, die banken hebben uitstaan bij burgers of bedrijven die het krediet niet meer kunnen terugbetalen of geen rente meer kunnen betalen. 18 procent van de Italiaanse bankleningen is van slechte kwaliteit, volgens het IMF. In 2011 was dit nog onder de 12 procent. Ter vergelijking: het percentage in Nederland ligt op 2,7 procent.

De betalingsproblemen van burgers en bedrijven komen door de Italiaanse economie, die het al jaren slechter doet dan het Europese gemiddelde. Italië verkeerde, tot vorig jaar, drie jaar lang in recessie. De werkloosheid schoot omhoog van 8 procent in 2010 naar boven de 12 procent in 2015. Pas sinds vorig jaar gaat het weer iets beter. Omgekeerd zijn de slechte leningen weer slecht voor de economie. De winst van banken wordt gedrukt. Zij worden extra voorzichtig met het uitlenen van geld.

Extra probleem is de versplintering van het Italiaanse bankenlandschap. Er zijn alleen al 370 lokale coöperatieve banken. Als vakantieganger zie je ze in provinciestadjes. Italië heeft „te veel banken”, geeft Renzi toe.

„Spanje heeft de banken na de crisis relatief snel opgeschoond, maar Italië heeft daarmee getreuzeld”, zegt Alessandro Leipold, hoofdeconoom van de Brusselse denktank Lisbon Council. „Zoals vaak merken de markten zoiets pas laat op en reageren dan meteen heftig.”

Wat te doen? Of misschien eerst: wíe moet wat doen? De Europese bankenunie, waarin het toezicht op en de redding van grote banken in de eurozone is geregeld, is inmiddels grotendeels in werking getreden. Maar die bankenunie zit nog in een „transitiefase”, zegt Nicolas Véron, bankenexpert bij instituut Bruegel in Brussel. „Veel komt neer op de Italianen.”

Ruzie met Brussel

En zij maken nu veel ruzie, met de Europese Centrale Bank die toezicht houdt op de banken, en met de Europese Commissie die let op staatssteun. Renzi’s reflex is om, ondanks de bail-in-regels, toch de overheid te laten bijspringen. Omdat het tot voor kort altijd zo ging. En om verdere zelfmoordgevallen te voorkomen.

‘Bail-in’ is in Italië inmiddels een vies woord geworden. Minister van Financiën Pier Carlo Padoan noemt de nieuwe Europese regels een „bron van instabiliteit”. Een compromis met Brussel om de slechte leningen aan te pakken ziet er als volgt uit: banken zetten deze leningen apart, ze knippen ze op en ze verkopen ze door aan beleggers. Staatsgaranties op de waarde van de leningen moeten ze aantrekkelijk maken voor beleggers.

Ook probeert Renzi fusies tussen banken te stimuleren. Maar daarbij zitten al die slechte leningen weer in de weg. Verwonderlijk is het niet dat beleggers wantrouwig zijn.