Column

PowNed: beter in reportages dan studiogeklets

Rutger Castricum presenteert 'Studio PowNed'

Dominique Weesie en Rutger Castricum, directeur en boegbeeld van omroep PowNed, hadden een drukke avond. Vanwege hun voornemen NPO3 te verruilen voor een terugkeer naar het internet, traden ze samen op in twee live praatprogramma's achter elkaar, hun eigen Studio PowNed en Jinek (KRO-NCRV).

Wat vooral opvalt is dat het verschil tussen beide talkshows niet zo groot meer is. De zeer matige kijkcijfers voor het wekelijkse Studio PowNed, dat in de plaats kwam van het dagelijkse PowNews hebben wellicht te maken met de misvatting dat ook de fans van het oude programma het liefst vijf mensen aan een tafel met elkaar willen zien praten, naar aanleiding van actuele video’s.

Weesie legde bij Jinek nog eens uit dat het programma sterk in ontwikkeling is en dat de makers niet fluitend naar hun werk gaan. De oude opzet bleek te bewerkelijk en moest daarom vervangen worden door iets minder arbeidsintensiefs. Maar dit gebabbel met de benen op tafel tussen praktisch gelijkgezinden, wie wil dat nou zien?

In het vaste panel vormt Yoeri Albrecht, directeur van debatcentrum De Balie, de linkervleugel en laat Annabel Nanninga (The Post Online) het rechts-populistische geluid horen. Het Amsterdamse gemeenteraadslid Dilan Yesilgoz en Weesie zelf vertolken ongeveer het VVD-standpunt: wat afwijkt hard aanpakken en dito rijden.

De wat schilderachtiger ideeën van ondernemer Erik de Vlieger en nationalist Thierry Baudet zijn er de laatste tijd niet meer te horen. Wel wordt week in week uit gewezen op het belang van het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne en in reportages gemeenten met te weinig stemhokjes gewezen op hun democratisch falen.

Politiek-inhoudelijk lijkt echter over de hele linie de toon iets minder rabiaat te worden. De PVV biedt vooral vermaak en Rutger ontrieft Geert Wilders met naar diens smaak te stevige interviews. Yesilgoz betoont zich sprakeloos na een reportage over de harde taal en beeldsymboliek van Pegida-demonstranten in Enschede.

Die reportages waren en zijn de belangrijkste troef van de omroep. Het is niet vreemd dat daar op het eigen webkanaal veel belangstelling voor bestaat. Maar in feite slaat PowNed daarmee het pad in dat Sesamstraat en het Junior Songfestival al eerder kozen, overigens in die gevallen tot groot verdriet van de makers: jonge kijkers vind je op internet en ga daar dus maar laten zien wat je waard bent. Alleen is een door de rijksoverheid betaalde omroep wel verplicht om ten eerste vooral het (oudere) televisiepubliek te blijven bedienen.

De satirische website De Speld grapte gisteren: „Op de NPO-site een filmpje bekijken met een normale resolutie, zonder dat het filmpje vastloopt als je het filmpje wilt bekijken? Als het aan de NPO ligt, is het in 2050 de normaalste zaak van de wereld. Volgens de NPO zijn werkende videoplayers niet langer sciencefiction.”

Het is helaas maar een klein beetje overdreven. En dat is dus precies het probleem met de toekomstbestendigheid van de NPO, die niet mag en niet kan innoveren.