Sanders, Trump en de politieke make-over van de VS

Ze lijken elkaars tegenpolen, de Democraat Bernie Sanders en de Republikein Donald Trump. Maar er zijn ook veel overeenkomsten. Ze putten uit dezelfde onvrede over groeiende ongelijkheid in de VS.

Bernie Sanders trekt veel jonge sympathisanten die soms zingen en zelfgemaakte borden meenemen. Op bijeenkomsten van Donald Trump komen meer boze mensen af. Foto’s Ethan Miller/AFP en Paul Sancya/AP

Vrijwel niemand nam ze serieus, de ‘democratisch socialist’ en de miljardair uit New York, die beloofden het Amerikaanse politieke systeem op de schop te nemen. De Republikein Donald Trump was een clown, die parasiteerde op zijn status als reality-tv-ster. De Democraat Bernie Sanders een socialistisch archetype uit de jaren zeventig, dat hooguit het publiek zou kunnen trekken dat je ziet bij een reünie van de Grateful Dead: oude hippies en jonge hipsters.

Vlak voor de derde ronde in de voorverkiezingen, deze zaterdag, staan Sanders en Trump in de peilingen bovenaan. In Iowa werden ze begin deze maand tweede, een week later wonnen ze de staat New Hampshire. Zaterdag zal Trump waarschijnlijk ook South Carolina winnen, terwijl Sanders ongeveer gelijkstaat met topfavoriet Hillary Clinton in Nevada. Natuurlijk, er is nog tijd voor de gevestigde orde om zich te herpakken, maar de tijd dringt.

 

Wie op één dag een campagnebijeenkomst van zowel Bernie Sanders als Donald Trump bezoekt, zal getroffen worden door de totaal andere sfeer. Het publiek dat op de 74-jarige senator Bernie Sanders afkomt, is jong. Ze nemen zelfgemaakte borden mee, er wordt gezongen. Ik zag zelfs eens hoe Sanders-fans elkaars kleuters optillen en triomfantelijk de lucht in gooien. Sanders is bloedserieus. Hij lacht nauwelijks, zelden vertelt hij iets persoonlijks. Hij spreekt over de „gemanipuleerde economie”, over de „hervorming van de partijfinanciering”, over de slachtoffers van het kapitalisme.

Bij Donald Trump is het precies andersom. De zaal is boos, en Trump vermaakt zich zichtbaar. Terwijl Trump zijn tegenstanders belachelijk maakt („pussy”, „leugenaar”, „geen energie”), kijkt zijn aanhang grimmig toe. Als een tegendemonstrant begint te roepen, wat elke keer gebeurt, zet de zaal een hard ‘Trump! Trump! Trump!’ in, om de demonstrant te overstemmen.

Hoe verschillend ze ook zijn, Sanders en Trump zijn allebei protestkandidaten. Ze leveren systeemkritiek. Het gaat ze er niet alleen om het spel te winnen, ze stellen de spelregels ter discussie. Ze zeggen dat een coalitie van partijbaronnen, geldschieters en bedrijven de kiezer klein houdt.

‘De media zijn uitschot’

Sanders en Trump keren zich tegen de pers. „De media zijn uitschot, ze zijn heel oneerlijk”, zei Trump vorige week. Sanders zei: „De commerciële media beschouwen politiek als een soap, of een sportwedstrijd. Niet als serieuze discussie over serieuze problemen van Amerikanen.” Ze zijn allebei tégen vrijhandel, en vóór behoud van sociale zekerheid. Zelfs over Wall Street zijn ze het enigszins eens. Sanders en Trump pleiten beiden voor het belasten van speculatie op de beurs.

De onvrede onder Democratische en Republikeinse kiezers is vergelijkbaar. Tussen rijk en arm is een grote kloof ontstaan, doordat de middenklasse voor een groot deel is verdampt. De economische groei en dalende werkloosheid hebben weinig effect op het dagelijks leven van veel Amerikanen. Jongeren hebben forse studieschulden, ouderen te kleine pensioenen. Leven is duur in Amerika. Twee of drie banen zijn geen uitzondering.

Wil je alles weten over de Amerikaanse presidentsverkiezingen? Bezoek ons blog

Maar de woede onder linkse kiezers uit zich anders dan die onder rechtse kiezers. Deze verkiezing wordt duidelijk dat het conservatieve kamp ontideologiseert, terwijl progressieven juist herideologiseren.

De Republikeinse partij heeft decennia van ideologisch fundamentalisme achter de rug. Het begon al in 1964, toen de populist Barry Goldwater verrassend de partijnominatie won. Goldwater stond voor antipragmatisme. De Republikeinen, van oudsher een bestuurderspartij, hadden volgens hem hun ziel verkocht om maar te kunnen regeren. Eerst kwamen de principes, dan het resultaat, zo propageerde Goldwater. Hij verloor de verkiezingen daarna overigens kansloos van Lyndon Johnson.

De geest van Goldwater bleef rondwaren in de partij. De achterban werd steeds witter, lager opgeleid, en conservatiever. Hoewel de partij meestal een middenkandidaat als presidentskandidaat koos, werden de scherpslijpers steeds dominanter. In het Congres in Washington zijn ze een machtige groep geworden. Ideologische zuiverheid telt zwaar: de overheid is altijd slecht, belastingen moeten zo laag mogelijk, abortus en homohuwelijk zijn taboe.

Ted Cruz, die nog fors achterloopt op Trump, is het beste voorbeeld van deze school. Trumps ideeën overlappen soms met die van deze groep, bijvoorbeeld als het over de islam gaat, maar er zit geen enkele ideologie achter. Hij kan zichzelf gerust tegenspreken. In de kern interesseren standpunten hem niet. Het gaat hem erom een gevoel over te dragen. Trump gaat wild tekeer, en bereikt kiezers die het allang hadden opgegeven.

Piketty pleit voor Sanders

Bernie Sanders is juist een reactie op decennia van pragmatisme in de Democratische partij. Sinds Bill Clinton in 1992 president werd, is de partij naar het midden opgeschoven, met name op economische thema’s. President Obama’s erfenis is diffuus: cultureel is zijn presidentschap progressief. Denk aan zijn verzet tegen vuurwapens, en zijn steun voor het homohuwelijk. Economisch ligt dat anders: de ongelijkheid is alleen maar toegenomen. Terwijl de Republikeinen steeds meer naar rechts activisme neigden, transformeerden de Democraten tot de nieuwe conservatieve partij.

In de Obama-jaren kwam de Occupy-beweging op gang, waarin jonge activisten zich richtten tegen Wall Street en economische ongelijkheid. Progressieve denkers als de Franse econoom Thomas Piketty werden populair. Senator Elizabeth Warren, een geestverwant van Sanders, begon te pleiten voor een terugkeer naar de progressieve wortels. Piketty zelf pleitte deze week voor Sanders in de Franse krant Le Monde. Obama en Bill Clinton hadden volgens Piketty weer een progressief belastingstelsel kunnen invoeren, zoals dat werd beëindigd onder Reagan. Piketty:

„Het succes van Sanders nu laat zien dat veel Amerikanen de groeiende ongelijkheid zat zijn. Ze willen een progressieve agenda en de Amerikaanse traditie van egalitarisme nieuw leven inblazen.”

Het debat tussen Bernie Sanders en Hillary Clinton gaat dan ook vooral over de vraag wat de Democratische partij eigenlijk moet zijn. Volgens Clinton mag de partij progressieve wortels hebben, maar moet ze in de dagelijkse praktijk pragmatisch zijn. Anders krijgen de Democraten niets gedaan. „Volgens de definitie van Sanders is Obama niet progressief, omdat hij donaties van Wall Street heeft aangenomen”, zei ze in een recent debat. Ze bedoelde het als belediging, maar ze verwoordde precies Sanders’ standpunt.

Hillary Clinton is onder druk van Sanders al ver naar links opgeschoven. En ze is veel progressiever dan haar echtgenoot in de jaren negentig. Maar in de kern verdedigt ze de status-quo. De Democratische partij gaat verder op de huidige middenkoers. De ‘politieke revolutie’ die Sanders belooft, betekent een scherpe koerswending. Het moet in de eerste plaats om ideeën gaan, dan pas om belangen. Het overgrote deel van de jonge Democraten steunt hem daarin, terwijl ouderen Clinton steunen. Juist de jongeren winnen sterk aan invloed, en organiseren zich snel. Ook als Sanders niet wint, is de trend in de Democratische partij op langere termijn onomkeerbaar.