Op de eerste rang bij geweld en chaos

Wat oorlog met je doet, toont The New York Times-fotografe Lynsey Addario in haar adembenemende boek.

Een adembenemend spannend verhaal, dat is de autobiografie van de Amerikaanse oorlogsfotografe Lynsey Addario zeker. In Dit is wat ik doe beschrijft ze vijftien jaar lang dekking zoeken achter muurtjes, autobommen, ontvoeringen, woestijntochten met te weinig water en meer van die ontberingen. Het is niet vreemd dat de filmrechten naar Steven Spielberg gingen.

Het is echter ook meer dan een lange zelffelicitatie van een American hero, doorspekt met meisjesachtige twijfels over de liefde. Addario geeft de lezer een eersterangs inkijkje in de chaos van oorlog, en maakt zo duidelijk waarom die verhalen steeds weer verteld en gelezen moeten worden. Juist doordat ze de gebeurtenissen zo dicht op de actie beschrijft, worden ze minder beangstigend. Ze laat zien dat mensen in oorlogen, daders en slachtoffers, ook gewoon mensen zijn. Goede en slechte, uiteraard, en velen ertussenin.

Lynsey Addario (1973) begon als tiener te fotograferen en maakte van haar hobby haar werk. Ze klom op van de Buenos Aires Herald naar The New York Times, het magazine van The New York Times en National Geographic. Mooier wordt het niet voor een fotojournalist. Voor The New York Times werkt ze samen met de kopstukken van de war on terror-verslaggeving: Elizabeth Rubin, Dexter Filkins, Steven Farrell.

Sinds 2000 werkte ze onder meer in Irak, Afghanistan, Pakistan Darfur, Congo, Libië, Gaza en Sierra Leone. Aanvankelijk wat naïef: ‘Ik stortte me in hachelijke avonturen zonder acht te slaan op de gevolgen, want ik geloofde dat alles goed zou gaan zolang mijn bedoelingen maar zuiver waren en ik me op mijn werk concentreerde’, schrijft ze. Dan loop je dus de woestijn in met te weinig water, of vergeet je telefoonnummers van het thuisfront te noteren.

Daartegenover stond haar moed, ingegeven door de drijfveer om het leed van oorlogsslachtoffers aan de wereld te laten zien en hopelijk het beleid van de machthebbers te beïnvloeden. Addario toont mooi wat een kalmerend gevoel het geeft om een doel in het leven te hebben, en hoe dat bijna alles goedmaakt: de angst, de uitputting, stukgelopen relaties, onbegrip van de achterban, de rusteloosheid thuis.

De meeste oorlogsjournalisten zijn slechte statistici. Als ze een gevaarlijke situatie overleefd hebben, vragen ze zich af of ze zich de factor geluk moeten voorstellen als een salami waar steeds een plakje vanaf gaat tot hij op is. Addario maakt door het boek heen inzichtelijk aan wat een zelfbedrog ze in werkelijkheid doen. Elke keer dat er in de buurt een bom ontploft, wordt het geweld in hun hoofden normaler, alsof die salami aangroeit.

Bij Addario komt er een omslagpunt als ze met drie andere journalisten wordt ontvoerd in Libië, ten tijde van de opstand tegen Gaddafi. Ze wordt aangerand en mishandeld; ze weet zes dagen lang niet of ze het zal overleven. Tijdens die gevangenschap besluit ze toe te geven aan de kinderwens van haar man. Ze had dat jarenlang voor zich uitgeschoven, bang dat haar opdrachtgevers haar zouden laten vallen als ze een kind kreeg. Het zijn vragen waar mannelijke oorlogsverslaggevers niet voor hoeven te vrezen. Gelukkig viel het in de praktijk mee. Wel krijgt ze veel kritiek van lezers, vertelt Addario in interviews, die vinden dat ze een verschrikkelijke moeder is.

Wat die mensen niet begrijpen, is dat de combinatie zowel een betere oorlogsjournalist als een betere moeder oplevert. Door de zwangerschap en het moederschap beseft ze pas goed hoe kwetsbaar mensen met kinderen zijn in oorlogssituaties. Hoe ze zich tekort voelen schieten als ze hun kinderen geen veiligheid kunnen garanderen. E n ze beseft steeds wat een luxe het is om uit de oorlog weg te kunnen lopen en hoe weinig er te klagen valt in het leven hier. Dat is een waardevol perspectief voor een kind dat opgroeit in het Westen.

Het is afwachten hoe Steven Spielberg deze bespiegelingen in een film gaat vatten, en hoe hoofdrolspeelster Jennifer Lawrence die gaat vertolken. Het is te hopen dat ze haar blonde haar donker verft en goed onder de zonnebank gaat, want Addario’s licht getinte uiterlijk is een pluspunt. Mede doordat ze minder wezensvreemd is dan de meeste westerlingen weet ze het vertrouwen van mensen in oorlogsgebieden te winnen. Ook haar lengte van 1.55 meter helpt daarbij. Lawrence is twintig cm langer. Benieuwd hoe dat eruitziet onder een boerka.