‘Ook hipsters willen weer een oude klok’

Foto Maurice Boyer

Het is een unieke winkel in Amsterdam, en toch zou je er zomaar aan voorbij kunnen lopen: Meijer Antieke Klokken op de Overtoom. Met tralies voor de ramen en een stoffige etalage zou je niet verwachten dat hier vakwerk wordt geleverd: eeuwenoude en soms peperdure klokken worden hier opgeknapt voor de meest uiteenlopende klanten. „Niet alleen Amsterdammers komen naar mijn atelier”, vertelt eigenaar Jaap Meijer (59). „Ik heb klanten uit het hele land, maar ook uit Duitsland, België en Amerika. Bijna alles gaat via mond-tot-mondreclame. Er is een Israëliër die hier af en toe komt met een klokje onder zijn arm, in de hoop dat ik het kan restaureren voordat hij weer op het vliegtuig stapt.” Aan reclame of marketing doet Meijer bijna niets. Wel stond hij in het verleden op beurzen en schreef hij artikelen in een vakblad.

Vroeger telde de stad meerdere klokkenmakers, maar die zijn in de afgelopen decennia allemaal verdwenen. „Dan overleed de eigenaar en was er niemand om de zaak over te nemen”, vertelt Meijer. Zelf begon hij in 1983, met een compagnon die later een antiekzaak opende in de Spiegelstraat. „Iedereen verklaarde ons voor gek”, zegt Meijer. „We zaten middenin een recessie, ongeveer zoals nu. Wie begint er nou in zo’n periode een zaak met luxeartikelen?”

Opleving

Toch liep de handel al gauw heel goed – al zal Meijer niet snel rijk worden van zijn business („De omzet? Die gaat alleen mij aan”) – en ook van de laatste economische crisis heeft de zaak weinig last gehad. „We zien juist een opleving”, zegt restaurateur Hilbert Katuin (35), die sinds 2003 voor twee dagen in de week in dienst is. „Mensen zijn bewuster met spullen bezig, alles moet weer gerepareerd worden. We krijgen regelmatig hipsters in de zaak die een oude klok bij hun oma onder het bed vandaan hebben getrokken. ‘Kunnen jullie deze weer aan de praat krijgen?’, vragen ze dan.”

De werkplaats in het gehuurde pand aan de Overtoom staat vol antieke klokken, van een Engelse tafelklok tot een Amsterdams staand horloge van bijna drie meter hoog. De oudste, een Zaanse stoelklok, komt uit 1710 en is vorige week binnengebracht met een slagwerkprobleem. „Maar we krijgen ook lelijk spul binnen hoor”, lacht Meijer. „Replica’s uit Taiwan of China, soms tot op de draad versleten. Vreselijke kitsch, en nauwelijks nog te repareren. Dan moet de nostalgische waarde wel erg hoog zijn, wil een klant daar nog in investeren.”

Met de hand

Soms heeft Meijer een klok binnen een uur weer aan de praat, maar vaker is hij er wel een paar weken mee bezig: lagers vervangen, asjes polijsten, onderdelen schoonmaken in een speciaal ultrasoon bad. En omdat de meeste onderdelen niet te bestellen zijn, worden ze bij hem met de hand gemaakt. Ieder jaar komt een stagiair van de uurwerktechniek-opleiding van de Vakschool Schoonhoven – de enige vakopleiding op dit gebied in Nederland – het kleine team aan de Overtoom versterken. „Sommigen kiezen ervoor om naar Zwitserland te gaan, het horlogewalhalla”, zegt Katuin. „Er is een enorme vraag naar specialisten in het kleinwerk.” Toch zijn er ook altijd nog jonge mensen in het grootwerk, de antieke klokken, geïnteresseerd. „Het is prachtig om die eeuwenoude uurwerken van binnen te zien en ze weer te laten lopen.” In een antiek uurwerk zitten al gauw honderd verschillende onderdelen.

Meijer heeft de afgelopen decennia heel wat klokken in Amsterdam leren kennen. Sommige zijn al een paar keer teruggeweest, zoals laatst, toen een klant voor de derde keer zijn Engelse staande klok kwam brengen. „Je kunt een klok twintig jaar laten doorlopen zonder dat je ernaar omkijkt, maar daarna is hij wel echt versleten en is het veel werk om hem weer op te knappen”, zegt Meijer. „Beter is het om iedere vijf, zes jaar even wat olie te verversen en hem na tien jaar even uit elkaar te halen. Daarna loopt hij makkelijk weer tien jaar.”

In de winkel op de Overtoom klinkt ieder half uur een enorm geklingel van alle klokken die tegelijkertijd slaan. Is het niet zenuwslopend, al dat getik de hele dag door? „Gelukkig heb ik daar geen last van”, lacht Meijer. „Als ik goed luister, kan ik zelfs iedere klok van de rest onderscheiden. Aan zijn getik kan ik precies horen of hij lekker loopt, of dat er nog wat aan moet gebeuren.”