Maaike Hartjes zucht: ‘Een oeuvreprijs op je 43ste?’

Maaike Hartjes won de grote oeuvreprijs in de stripwereld, maar wilde hem eigenlijk niet in ontvangst nemen. ‘Die uitreiking is al jaren een amateuristische, trieste boel.’ Maar nu gaat ze toch. En er zijn hapjes en drankjes.

Buitengewoon verbaasd was Maaike Hartjes toen ze in december werd gebeld met de mededeling dat ze de Stripschapprijs had gewonnen, de grote oeuvreprijs in de stripwereld. „Ik roep al jaren dat ik de prijs zou weigeren als ik hem zou winnen”, zegt de 43-jarige striptekenaar. „Maar dat hadden ze bij het Stripschap blijkbaar niet gehoord. Dus toen ik werd gebeld, dacht ik: is dit een grap?”

Voor het weigeren van de prijs schrok ze uiteindelijk terug. „Ik heb er nu een dubbel gevoel over, maar niemand zou snappen waarom ik dat zou doen. Weigeren levert een rel op die negatief zou terugslaan op de stripwereld. Dat wil ik niet.”

Maar blij met de prijs is ze om meerdere redenen niet. Wat haar frustreert is dat ze al in „geen eeuwen” een stripboek uit heeft gebracht. Haar laatste boek, Gruwelijk!, dateert uit 2011. „Het voelt alsof ik die prijs krijg voor ouwe meuk.”

De tegenwerping dat een oeuvreprijs altijd terugblikt op vroegere verdiensten stemt haar niet milder. „Een oeuvreprijs op je 43ste”, zucht ze. Hartjes is streng voor zichzelf. De reeks autobiografische strips, bundelingen van het werk dat ze tussen 2000 en 2009 wekelijks in Viva publiceerde, zijn bij herlezing nog steeds ontwapenend, komisch en bij vlagen schrijnend in hun onverbloemde openhartigheid.

De verontwaardiging van Hartjes richt zich op de organisator van de prijs, Het Stripschap, een gezelschap van stripliefhebbers, dat sinds 1974 de Stripschapprijs uitreikt. Hartjes: „Het is een conservatieve club van stripverzamelaars, met wie ik al jaren in de clinch lig. Ze reiken een prijs uit, maar dat is vooral om hun eigen club te promoten. Verder doen ze helemaal niks voor striptekenaars. In het verleden zijn ze ook best onbeschoft geweest tegen tekenaars. Als tekenaar krijg je het gevoel dat je niet belangrijk bent.”

De prijsuitreiking, die plaatsvindt tijdens de jaarlijkse Stripdagen, vormt het enige contact tussen tekenaars en Stripschap. Hartjes: „Die uitreiking is al jaren een amateuristische, trieste boel, met powerpointpresentaties waar namen verkeerd staan gespeld. Er wordt met de aanwezigheid van tekenaars geronkt, maar als je aankomt, is er niemand om je op te vangen. Je krijgt geen reiskostenvergoeding. En als je daar toch om vraagt, word je uitgemaakt voor geldwolf. Nee, daar is absoluut geen budget voor. Tot je in hun notulen leest dat er een striparchief verhuisd is en dat de mensen die hielpen sjouwen daar reiskostenvergoeding voor kregen. Dus bij Het Stripschap kun je beter met strips sjouwen dan strips tekenen. Als mensen die een prijs krijgen met een rotgevoel naar huis gaan, dan doe je echt iets fout.”

Een goed gesprek

Wat Hartjes onder meer overhaalde de prijs te aanvaarden, was een gesprek met de nieuwe baas van de Stripdagen, Ton Schuringa, die ‘de nieuwe Stripdagen’ op 27 en 28 februari in Rijswijk organiseert. Hartjes: „Zijn voorganger was een verschrikkelijke man, maar Ton Schuringa is top. Hij staat los van Het Stripschap, richt zich op nieuwe doelgroepen en gaat respectvoller met tekenaars om. Er wordt nu een programma opgezet waarbij tekenaars op het podium geïnterviewd worden. Die kregen zelfs een mailtje met de vraag om voorbeelden van werk op te sturen. En ze kregen te horen dat er hapjes en drankjes zouden zijn.” Haar stem schiet omhoog, quasi-opgewonden: „Hapjes en drankjes!”

Wat ze wel waardeert zijn de lovende woorden van de jury, onder meer voor haar inzet als voorzitter van de in 2008 opgerichte Beroepsvereniging van Nederlandse Striptekenaars. En Hartjes geniet van de collega’s die haar feliciteren, de extra aandacht. Bovendien: „Als klein meisje droomde ik van deze prijs en nu heb ik hem opeens gewonnen. Ja, zeker kende ik die prijs. Ik wist alles van strips.” Want al jong wist ze dat ze striptekenaar wilde zijn. „Vanaf mijn twaalfde. En de Stripschapprijs is de enige grote prijs in de stripwereld.”

Hartjes begon met realistische avonturenstrips tekenen. „Het was dat of humorstrips. Maar ik kon niet van die poppetjes met grote neuzen tekenen, zoals Guust Flater.” De autobiografische strip bestond nog nauwelijks. „Maar de stripwereld veranderde en er ontstond ruimte voor de kleine kriebelpoppetjes die ik altijd voor mezelf maakte.”

Jarenlang konden lezers haar leven in gesublimeerde vorm volgen in haar strips over haar relatie met vriend Mark, haar vriendschappen en haar onzekerheid en verlegenheid. Zonder valse schaamte vertelde ze over haar wens geen kinderen te krijgen, over ouder worden en wat ze echt dacht tijdens saaie gesprekken. „Ik teken wat ik niet durf te zeggen”, zei ze eerder in NRC.

Buitenlandse uitgever

Nu is dat: „Gepasseerd station.” Ze wil vooruit kijken. Alleen na lang aandringen, bekent ze haar strips onlangs herlezen te hebben en te hebben gedacht: „O, best wel goed.” Maar ze heeft nieuws: „Ik heb net een graphic novel af.” Ze vertelt: „Anderhalf jaar geleden heb ik een burn-out gehad van een half jaar. Vanaf het moment dat ik weer een beetje kon tekenen, ben ik een dagboek gaan bijhouden, in collages met verschillende tekenstijlen.” Drie Nederlandse uitgevers staan te trappelen om het uit te geven, maar ze wil een buitenlandse uitgever, want het boek is in het Engels en door het gebruik van verschillende media en bewerkt papier als achtergrond vraagt een vertaling eigenlijk om nieuwe tekeningen.

Hartjes: „Ik dacht: ik ga het op internet zetten en online is Engels de voertaal. Maar nu wil ik toch ook een papieren boek. Ik teken omdat ik verhalen wil vertellen, niet voor geld. Maar nu denk ik voor het eerst dat een boek ook commercieel interessant kan zijn.”

Haar nieuwe benadering van de strip, een mengeling van tekenstijlen en materialen, valt te bewonderen op Facebook en Instagram, waar ze dagelijks nieuw werk post. Op Facebook werkt ze aan Tekeningen Rekeningen, een handboek voor freelancers. Zelf werkt Hartjes ook als illustrator en cartoonist. „Voor bedrijven teken ik over droge onderwerpen als bedrijfsprocessen en IT op congressen en tijdens vergaderingen: ik zit erbij, luister en teken ter plekke cartoons.”

Tekeningen Rekeningen zijn stripjes over terugkerende vragen: „Een boek voor collega’s dat saaie informatie leuk maakt. Ik wil ook het gevoel overbrengen dat tekenen zijn geld waard is. Sommige tekenaars werken voor bizar lage prijzen, omdat ze zo graag tekenaar willen zijn.”

Vijf jaar geleden kondigde ze al aan te werken aan een groot stripboek over Japan, wat een voortzetting zou zijn van reisdagboeken over Zuid-Afrika en Hongkong. Japan heeft ze al heel vaak bezocht. „Dat boek is een langetermijnproject. Moet ik ook nog maken.”

Op Japan werd ze meteen verliefd. „Japan is zo anders. Dat confronteert je met je eigen cultuur, normen en waarden.” Ze houdt van de bescheiden mensen, de rust op straat en de visuele inrichting van de openbare ruimte, met veel mooie ontwerpen en plaatjes. „Niemand botst tegen je op. Mensen zijn stiller.”

Meest bijzonder vindt Hartjes dat Japanners extreme fantasieën koesteren. „De eerste keer dat ik er was voelde dat alsof er een deurtje in mijn hoofd werd opengezet. Een enorm gevoel van vrijheid. In Europa maken we geen onderscheid tussen wat er in je hoofd gebeurt en wie je bent. Heb je weirde fantasieën, dan ben je zelf gek. Vinden we toch eng. In Japan mag je denken wat je wilt, als je je maar normaal gedraagt. Ik lees veel manga en daarin zie je dat terug. Heel inspirerend.”

Een planning heeft Hartjes niet, maar die drie boeken komen er vast. Ook omdat ze vol optimisme over de toekomst van de strip is. „Strips worden steeds serieuzer genomen. De kennis groeit dat het genre grensoverschrijdend is en veel meer te bieden heeft dan avonturenstrips voor puberale jongens. In de Cosmopolitan zag ik net een stuk over 14 graphic novels die elke vrouwelijke twenty-something moet hebben gelezen. In de Cosmopolitan! Wow!”

Op zondag 28 februari gaat ze in Rijswijk haar prijs in ontvangst nemen. Geen geld, wel een beeldje. Wat ze daarmee doet? Droogjes: „In het gootsteenkastje zetten.”