Oeso: overheden moeten bestedingen opvoeren

Méér overheidsbestedingen zijn het antwoord op de vertraagde economische groei, denkt de OESO.

Groei in de grote industrielanden valt tegen

Om de wereldeconomie te behoeden voor stagnatie moeten overheden wereldwijd hun bestedingen opvoeren. Dit stelt de Oeso, de club van gevestigde industrielanden. De organisatie, die donderdag haar jongste prognoses publiceerde, stelde de vooruitzichten voor de mondiale economische groei bij met 0,3 procentpunt tot 3 procent. Dat is ver onder het langjarige gemiddelde van 3,75 procent. De tegenvaller geldt zowel voor industrielanden als opkomende landen.

Het is volgens de organisatie onvoldoende om het aanjagen van de economie geheel over te laten aan het al zeer ruime monetaire beleid van de centrale banken. „Overheden in veel landen zijn kunnen op dit moment lenen voor de lange termijn, tegen zeer lage rentes. Er is ruimte voor een expansief begrotingsbeleid zonder dat dit ten koste gaat van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën”, zei Catherine Mann, de topeconoom van de Oeso.

Recente gegevens over de economie duiden er volgens haar op dat de groeivooruitzichten sterk tegenvallen, ondanks de impuls van de lage olieprijzen. Ze pleitte gisteren met name voor grotere overheidsinvesteringen, omdat die de economische groei duurzaam bevorderen. Daardoor kan volgens Mann de groei van de staatsschuld worden geneutraliseerd.

De prognoses van de Oeso zijn tussentijdse voorspellingen, die alleen voor de grootste landen en gebieden gelden gelden. Nederland krijgt daardoor geen aparte prognose. De organisatie schaalde de Amerikaanse groei voor 2016 terug van 2,5 procent naar 2 procent, en die van de eurozone van 1,8 procent naar 1,4 procent.

Donderdag bleek uit de notulen van de Europese Centrale Bank dat een grote meerderheid van het bestuur achter een nóg soepeler monetair beleid staat, met mogelijk nog negatievere rentes en aankoop van meer staats- en andere leningen.

Wereldwijd zoeken beleidsmakers een eigen antwoord op de economische tegenvallers van de laatste maanden en de onrust op de internationale financiële markten. China verlaagde donderdag de hoeveelheid geld die banken in reserve moeten houden bij de centrale bank, om zo meer geld in de economie te pompen.

In Japan blijkt het invoeren van negatieve rentes vorige week niet te hebben geleid tot een gewenste koersdaling van de yen. De munt steeg juist in waarde, tot 113 yen per dollar.

    • Maarten Schinkel