Iconen van ruig punkverleden

De ruige jaren ’80 zijn weer even actueel. Woensdag is er een historische punkwandeltocht in Amsterdam.

Foto HH

‘Kom, we gaan naar het NRC-gebouw, fikkie stoken!” We schrijven de roerige jaren ’80. Op de hoek van de Nieuwezijds Voorburgwal en de Paleisstraat in Amsterdam is het voormalige krantengebouw van het Algemeen Handelsblad gekraakt. In etappes, omdat het gebouw zo groot was. Via kruipdoor-sluipdoorroutes kwamen de krakers binnen via de achteringang, waar de rotatiepers stond. Dat was ook de plek voor dat fikkie, vertelt Menno Grootveld, media-activist en destijds adiovisueel kunstenaar bij de Amsterdamse piratenzender Rabotnik, opgericht in 1982. „Er vonden sjamanitische rituelen plaats: er stond een constructie van een soort totempaal, die met enige regelmaat in de hens werd gezet.” Het ging er soms wild aan toe, herinnert Grootveld zich: „Iedereen lag out te gaan op matrassen.” Later werd dit kunstenaarsnest en broedplaats Aorta.

Dit deel van de NRC-geschiedenis maakt deel uit van de ‘Fun NoFun TipPel’, de historische punkwandeltocht door Amsterdam, waar Grootveld een van de gidsen bij is. De tocht is, ruim 40 jaar nadat de punk ook in Nederland populair werd, een eerbetoon aan die roemruchte periode. Het initiatief komt van de oprichters van de eerste drie Nederlandse punklabels: No Fun, dat voortkwam uit de gelijknamige platenzaak aan de Rozengracht en verder ging als Torso, en Plurex, dat Wally van Middendorp, frontman van post-punkbands Minny Pops en Tits (van de single We’re so glad Elvis is dead) in 1977 begon. Een van de gidsen, dj en muziekjournalist Oscar Smit: „We vonden het tijd dat de labels en de tijdgeest aandacht kregen.”

Graffitilegende Dr. Rat

De tocht begint bij Scheltema, het journalistencafé aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Een graag geziene gast was Dr. Rat, de eerste Nederlandse graffitikunstenaar. Dr. Rat (Ivar Vics) overleed in 1981 op 21-jarige leeftijd aan de gevolgen van drank en drugs. Bewaarde Dr. Rat-kunst is zeldzaam, maar in de deur van het telefoonhokje naast de bar staat zowaar nog altijd een heuse tag in het hout gekerfd.

In de Nes zit de Brakke Grond, waar de van oorsprong Vlaamse discodokter Eddy de Clercq Nederland aan het dansen kreeg. Vanaf 1977 organiseerde hij hier legendarische feesten. Deze feesten vormden het opstapje voor De Clercq om in 1980 nachtclub De Koer te openen aan de Nieuwezijds Voorburgwal, in een steegje naast waar nu de warme bakker zit. De uitstraling was luxueus, en totaal anders dan de bruine kroegen van Amsterdam. „Witte muren, fel licht, een hardhouten lichte parketvloer. De Koer, waar je dagdromen uitkwamen”, omschrijft De Clercq zijn club van toen. Je kon er dansen op de laatste hits van New Order en Joy Division, het zogeheten ‘koeren’: „Met je bovenlichaam dansen op hoekige ritmes.” De Koer heeft maar tweeënhalf jaar bestaan, daarna verhuisde De Clercq met zijn avonden naar Paradiso.

Eerste pop-up disco

Door, langs de plek in de Hartenstraat waar tot voor kort Lady Day zat, de eerste vintage kledingwinkel van Amsterdam. Van heinde en verre kwamen modeliefhebbers van de new wave-stroming, die begin jaren ’80 na de punk opkwam, maar ook voor de nieuwste platen die De Clercq daar opzette. Dan naar het beruchte kraakpand Groote Keijser aan de Keizersgracht, en Disco Bizar aan de Rozengracht – door De Telegraaf destijds als zeer brandgevaarlijk bestempeld. Niet zo gek, zegt Oscar Smit: „Alles was bedekt met plastic.” Rogier van der Ploeg , voormalig lid van new wave-band Soviet Sex en medeoprichter van Disco Bizar: „We gingen alleen open als we er zin in hadden. We waren de eerste pop-up disco van Amsterdam!”

De één na laatste stop is de voormalige besloten club Mazzo, ook aan de Rozengracht. Aan de deur zat Dikke Maya, die was heel streng. „Je kwam er alleen in als je iets met audiovisuele dingen deed”, vertelt Smit, die hier nog gedraaid heeft. De Mazzo was een audiovisueel spektakel: „Er stond een bar in het midden, er werden video’s en clips vertoond.” Popicoon Boy George bezocht de club, evenals componist Philip Glass. Maar de Nederlandse doe-maar-gewoonmentaliteit bleef. Smit: „Als je gedraaid had, moest je de dansvloer vegen.”

    • Judith Laanen