Het verdriet van Rusland

Een nieuwe vertaling van Dokter Zjivago laat zien hoe de Russische revolutie een hele beschaving heeft vernietigd en moorden tot iets gewoons maakte. Tot op de dag van vandaag zijn de sporen ervan in Rusland aanwezig.

Illustratie Anne van Wieren

Dit boek is geen roman, dit boek is Rusland in al zijn gedaantes, met zijn weidse velden en donkere berkenbossen, zijn Oeral en Siberië, zijn sneeuwstormen, zijn stoffige zomers, zijn onvermogen met kritiek om te gaan, zijn gedweep met het hogere en vooral met de liefde, zijn wreedheid, goedheid en heiligheid, zijn liederlijkheid, zijn onbedwingbare chaos en anarchie, zijn zwetsende intellectuelen die het allemaal beter weten en je met geweld hun ideeën opdringen of ervoor willen sterven. Dat was mijn conclusie, toen ik afgelopen week Boris Pasternaks Dokter Zjivago uitlas en er voor mijn gevoel veertig jaar over had gedaan.

Als puber was ik eind jaren zeventig aan die roman uit 1957 over de Russische revolutie, de burgeroorlog en de ondergang van de oude intelligentsia begonnen, in de nogal houterige, in grote haast gemaakte vertaling van Nico Scheepmaker uit 1958. Halverwege legde ik het boek toen weg, omdat ik er door de warrige verhaallijn en de vele personages, die even snel opkwamen als ze weer afgingen, geen vat op kreeg. Ook stoorde Pastenaks gezwollen taal me. Hier was duidelijk een Russische dichter aan het woord die een roman probeerde te schrijven en je ook nog eens trakteerde op een hoop quasi filosofisch en religieus geleuter.

Gelukkig zag ik kort daarna David Leans op het boek gebaseerde speelfilm uit 1965, met Omar Sharif en Julie Christie in de hoofdrollen. Hierdoor kwam ik alsnog de afloop van het door de regisseur sterk vereenvoudigde verhaal te weten. Nog altijd herinner ik me de cruciale scène van het liefdespaar, dat zich op een ingesneeuwd landgoed schuilhoudt voor de verschrikkingen van de burgeroorlog.

Nieuwe vertaling

Begin deze maand heb ik Dokter Zjivago opnieuw ter hand genomen. En dit keer heb ik me tot aan het einde toe laten meevoeren door de kersverse vertaling van Aai Prins die het eerste deel vormt van Pasternaks verzameld werk in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot.

Dankzij die drieslag in veertig jaar weet ik nu eindelijk hoe Zjivago er ‘echt’ heeft uitgezien: niet als die knappe Omar Sharif, met zijn priemende blik, en evenmin als de man met de stompe neus, die Scheepmaker van hem maakt. Nee, Aai Prins, die Pasternaks vaak moeilijke Russisch in mooi en helder Nederlands heeft omgezet, stelt Joeri Zjivago voor als een onopvallende verschijning met een wipneus, zoals er in het Russisch staat, en een levendige, aanstekelijke geest. Een man dus, die het van zijn verbeelding moet hebben en niet van zijn schoonheid. Het is de wipneus die het hem doet.

Je kunt Dokter Zjivago een draak van een boek vinden, net zoals de film een tearjerker is. Dat komt allereerst door het verhaal van een man die niet kan kiezen tussen twee vrouwen: met de een, die hij als zijn beste vriend ziet, is hij gelukkig getrouwd, met de ander, die net zo dramatisch tegen het leven aankijkt als hij, beleeft hij ‘ware hartstocht’. Maar er is meer dan die twee vrouwen.

Dokter Zjivago verscheen op het hoogtepunt van de Koude Oorlog en was een symbool van de vrije geest in de ideologische strijd van het Vrije Westen tegen de communistische dictatuur in de Sovjet-Unie. Bij zijn verschijnen in 1957 zette het de hele wereld op zijn kop. Het boek mocht in de Sovjet-Unie niet worden uitgegeven, omdat het de reputatie van de bolsjewistische revolutie zou schaden. Zo beschouwde Pasternak, die er eind 1945 aan was begonnen en regelmatig hoofdstukken aan vrienden voorlas, de wreedheden van Stalin als een rechtstreeks gevolg van het door Lenin opgelegde systeem. En Lenin was heilig, dus...

Die voorleesavonden werden in de gaten gehouden door de geheime politie, die aan de partijleiding rapporteerde. Pasternak, die een grote reputatie als dichter genoot, werd er nu van beschuldigd een reactionair te zijn die zelfs in zijn poëzie de Sovjetwerkelijkheid belasterde.

In De zaak Zjivago. Het Kremlin, de CIA en de strijd om een verboden boek beschrijven de Amerikaanse journalist Peter Finn en de Nederlandse slaviste Petra Couvée hoe dankzij de Italiaanse uitgever Feltrinelli Dokter Zjivago alsnog verscheen, in een Russische editie in het buitenland, en hoe de Sovjetautoriteiten zelfs dat probeerden te verhinderen. Nadat het boek in Den Haag bij Mouton van de persen was gerold, werd het door de CIA de Sovjet-Unie binnengesmokkeld.

De 68-jarige Pasternak kreeg het nog zwaarder te verduren, toen hem in 1958 de Nobelprijs werd toegekend. Het regime begon een nieuwe haatcampagne. Pasternak werd in de pers voor Judas uitgemaakt en uit de Schrijversbond gegooid. Er gingen zelfs stemmen op om hem het land uit te zetten. In De zaak Zjivago staan schokkende dingen over hoe vrienden en kennissen hem uit angst voor hun eigen lot in de steek laten.

Wisselende ontvangst

De ontvangst van Dokter Zjivago was wisselend, zoals Finn en Couvée laten zien. Vrienden van Pasternak, zoals dichteres Anna Achmatova en kinderboekenschrijver Kornej Tsjoekovski, vonden het een vreemd en verwarrend boek, waarin ze hun tijd niet herkenden. De emigré Nabokov, wiens Lolita door Pasternak van de hoogste plaats in de Amerikaanse bestsellerlijsten was verstoten, vond het een banale, klungelige, melodramatische roman met stereotiepe situaties en dito personages. Toen de Engelse vertaling verscheen, waren de reacties van westerse schrijvers evenmin enthousiast. Maar van links tot rechts namen ze het wel voor Pasternak op en benadrukten ze het belang van Dokter Zjivago als een persoonlijke getuigenis van een geniaal kunstenaar in een bewogen periode van zijn land.

En precies zo moet je dit epos lezen, net zoals je in Joeri Zjivago zijn schepper kunt herkennen met zijn merkwaardige, maar ook sympathieke karaktereigenschappen en overpeinzingen over de zin van het leven, de liefde, de dood, etc.

Pasternaks epos begint met de begrafenis van de moeder van de jonge Joeri Zjivago en de zelfmoord van zijn losbandige vader aan de vooravond van de revolutie van 1905, om te eindigen met zijn vroege dood in 1929. Tussen die twee mijlpalen word je getrakteerd op een naar alle kanten uitwaaierend verhaal over de vernietiging van de burgerlijke intelligentsia door de bolsjewistische revolutie van 1917 en de daaropvolgende burgeroorlog. In die tijd wordt het moorden de norm. Tot op de dag van vandaag laten die wreedheden in Rusland hun sporen na.

Op het gymnasium droomt Joeri er al van ooit een groot prozawerk te schrijven, ‘waarin hij als verborgen springladingen de meest verbijsterende dingen kon onderbrengen die hij tot dan toe had gezien en overdacht.’ Maar omdat hij zich hier nog te jong voor voelt, beperkt hij zich tot het schrijven van gedichten. Hier verraadt Pasternak voor het eerst dat hij zelf Zjivago is. Al kun je hem ook herkennen in diens joodse schoolkameraad Michail Gordon, die net als hijzelf zijn joodse achtergrond als een vloek beschouwt.

Parallel aan de ontwikkeling van Zjivago – Russisch voor ‘de levende’ – verloopt die van Lara. Zij wordt tegen haar wil de minnares van de huisvriend van haar moeder, de egoïstische advocaat Victor Komarovski, die al eerder Zjivago’s vader naar de ondergang heeft gevoerd. Het is een van de vele toevalligheden waarvan het in deze roman wemelt. Want bijna alle personages hebben op een of andere manier wel met elkaar te maken.

Na voltooiing van de universiteit trouwt Lara met een studiegenoot, de arbeiderszoon Pavel Antipov. Met hem verhuist ze naar de Oeral, waar beiden les gaan geven. Pavel voelt zich echter niet goed genoeg voor haar, zodra hij beseft dat Lara hem vooral als een moeder liefheeft. Uit zelfkwelling meldt hij zich in 1914 voor het front, waar hij in het krijgsgewoel verdwijnt. Lara laat zich nu omscholen tot verpleegster om hem op te sporen. Maar aan het front verneemt ze dat hij is gesneuveld. In werkelijkheid leeft Pavel nog en snelt hij als de fanatieke bolsjewiek Strelnikov met een pantsertrein door Rusland om de Witten te verslaan.

Hartstochtelijke verhouding

In het lazaret leert Lara de jonge arts Zjivago kennen, die dan al getrouwd is met Tonja, de dochter van zijn pleegouders. Ze voelt zich meteen tot hem aangetrokken. Als ze hem tijdens de burgeroorlog weer ontmoet in de Oeral, waar hij met zijn vrouw, zoontje en schoonvader heen is gevlucht, krijgen ze een hartstochtelijke verhouding. En je voelt het al aan: liefde in oorlogstijd loopt nooit goed af.

Zjivago, die verscheurd wordt door zijn gevoelens voor die twee vrouwen, raakt hen uiteindelijk allebei kwijt, om daarna in een soort heilige te veranderen. In 1929 sterft hij in Moskou aan een hartkwaal. Het levert een hartverscheurende scène op waarin hij in de tram op weg naar zijn werk onwel wordt en op straat ineenzijgt. Opgebaard in zijn kamer, komt – wat een toeval weer – Lara binnen, van wie iedereen dacht dat ze in de burgeroorlog was omgekomen. Hoeveel tranen er dan vloeien, is bijna niet voor te stellen.

Ondanks alle kritiek die je kunt hebben op het soms warrige verhaal, de aanstellerige zinnen, de Shakespeareverwijzingen, de verhandelingen over het Evangelie en het jodendom, en de functie van de afsluitende gedichtenbundel (vertaald door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes), is Dokter Zjivago geen ongeloofwaardige roman. De kracht ervan ligt in de verbeelding van de ontwrichting, die een revolutie in het leven van een enkel mens veroorzaakt.

En dan zijn er ook nog de rake typeringen, zoals van tsaar Nicolaas II: ‘...en de schrik sloeg je om het hart bij de gedachte dat zo’n angstige gereserveerdheid en gêne het wezen van een onderdrukker konden uitmaken, dat op grond van deze zwakheid werd geëxecuteerd en gepardonneerd, gewikt en beschikt.’ Of lees wat er over de bolsjewieken staat: ‘voor de inspiratoren van de revolutie blijkt de chaos van alle verbeteringen en omgooiingen hun enige natuurlijke habitat te zijn’.

Voor zulke beschrijvingen wil je dit boek lezen en vergeef je Pasternak zijn gezwollen dichtersproza. En natuurlijk valt er ook nog veel te smullen van het eeuwige Rusland met zijn meedogenloze aard, dat met mensen geen enkele rekening lijkt te houden.

    • Michel Krielaars