Harde toon van Orbán wordt normaal in EU

De antimigrantenpolitiek van de Hongaarse premier valt niet langer uit de toon in de EU.

De Hongaarse premier Viktor Orbán arriveert bij EU-top in Brussel. Foto THIERRY CHARLIER/AFP

Toen de landen langs de Westelijke Balkan-route in oktober bijeenkwamen in een poging weer greep te krijgen op de massale vluchtelingenstromen, deelde Hongaars premier Viktor Orbán laconiek mee dat hij er slechts als „waarnemer” bijzat. Met haar grensmuur en draconische antimigratiemaatregelen had de Hongaarse regering het probleem namelijk al lang opgelost, vond hij.

Vijf maanden later zit Orbán nog net zo zelfverzekerd aan de onderhandelingstafel op de huidige Europese top: de crisis is nog niet bedwongen – en Orbáns standpunten zijn intussen veel salonfähiger.

„De premier is een referentiepunt geworden”, stelt zijn woordvoerder Zoltán Kovács tevreden vast in zijn kantoor bij het parlement in Boedapest. De reden is volgens Kovács duidelijk: „Zijn standpunt inzake migratie is eerlijk, direct en consistent.”

De klachten over ‘onmenselijke’ omstandigheden in de asielopvang, over xenofobe propaganda en meedogenloos detentiebeleid voor asielzoekers, zijn nagenoeg weggestorven. Orbán geldt nu als „agendabepaler zonder gelijke”, schrijft het Brusselse blog Politico Europe.

Plan B uit Hongaarse koker

De Midden-Europese Visegradgroep (Polen, Tsjechië, Hongarije, Slowakije) had eerder al het Hongaarse standpunt overgenomen in zijn verzet tegen de verdeling van vluchtelingen volgens een Europees quotasysteem. In Brussel schuift het ook een ‘plan B’ naar voren uit de Hongaarse koker: als Turkije de migranten niet kan tegenhouden of als Griekenland zijn asielsysteem niet drastisch verbetert, moet de Grieks-Macedonische grens net zo stevig worden afgegrendeld als de Hongaarse zuidgrens met Servië en Kroatië. „Als het aan ons, Midden-Europeanen, lag was die regio al lang geleden afgesloten”, verklaarde Orbán, die de afgelopen tijd wel vaker uit naam van de hele regio spreekt.

Tot voor kort kon de premier zijn meest vergaande ideeën slechts kwijt in het door zijn partij gedomineerde Hongaarse parlement. Inmiddels stellen ook steeds meer westerse commentatoren hardop de vraag of we Orbán niet serieuzer moeten nemen. Ja, zijn harde aanpak maakt de honderdduizenden migranten tot de vijand. En Orbán schuift het probleem door naar landen die wel vluchtelingen willen opvangen, zoals Duitsland, of die zich in de eerste linie bevinden, zoals Griekenland.

Maar het Hongaarse electoraat reageerde gunstig: de premier beschermde de natie tegen de migranten die zijn regering, en vervolgens ook veel burgers, associeerden met banenverlies, terrorisme en (geholpen door regeringsmededelingen over hiv, hepatitis en syfilis) besmettelijke ziektes.

Orbáns methode – nee blijven zeggen – bracht veel andere Europese politici op ideeën. En nu hoeft niet langer Orbán zich te verdedigen, maar juist zij die nog een genuanceerd vluchtelingen- en grenzenbeleid voorstaan, zoals de Duitse ‘liberale hegemoon’ Angela Merkel.

Toch is Europa nog steeds Hongarije niet. Kleine landen als Tsjechië en Slowakije schaden niet graag hun relatie met het grote Duitsland. Maar op de EU-top zal het niet makkelijk zijn om de Visegrad-landen tot medewerking te bewegen. „Mogelijk zal alleen de dreiging van een hardcore scenario – het beperken van paspoortvrij reizen tot een kleinere groep lidstaten, die zich vastleggen op een groter niveau van onderlinge solidariteit – deze landen kunnen overtuigen om aan boord te komen”, schrijft de voormalige Oostenrijkse topdiplomaat en analist voor de Carnegie Europe-denktank Stefan Lehne op zijn blog.

Voorlopig heeft Orbán dus de wind in de rug. Maar net als de Europese solidariteit kan ook de Hongaarse leidersrol onder hoge druk verdampen.

    • Roeland Termote