Opinie

    • Ilja Pfeijffer

Feiten

Wat er tijdens de oudjaarsnacht in Keulen gebeurde, was het keerpunt in de discussie en de kentering in de publieke opinie. Definitief vergeten was de zielige foto van het dode Syrische jongetje op het Griekse strand. Voorgoed voorbij was de tijd dat bondskanselier Merkel, gesterkt door een zeldzaam historisch besef, de moed kon opbrengen om te zeggen: ‘Wir schaffen das.’ De nieuwe en de traditionele media explodeerden van woede. Nu was de aap uit de mouw gekomen. Nu waren ons de schellen van de ogen gevallen. Nu was de tijd gekomen om zelfs de allerlaatsten der politiek correcten met hun eigenwijze neus op de schokkende, weerzinwekkende, walgelijke feiten te drukken en hen te dwingen om toe te geven dat ze altijd al ongelijk hadden gehad en dat ze met hun ontkenning voor het grote gevaar dat onze samenleving bedreigt, zelf een gevaar voor de samenleving vormen.

Bij de collectieve woede over de gebeurtenissen in Keulen was er echter één probleem: het was niet bekend wat er was gebeurd. Aan de feiten die we nu toch eindelijk echt eens onder ogen moesten zien, was één ding problematisch: er waren geen feiten. Er waren aangiften gedaan en er was een onderzoek gestart.

Het gebrek aan feiten en inzicht in de gebeurtenissen werd op geen enkele manier beschouwd als een belemmering om verregaande conclusies te trekken. Sterker nog, ondank de afwezigheid van feiten en inzicht werd het trekken van verregaande conclusies onder de druk van de publieke opinie verplicht gesteld. Kranten die terughoudend waren in hun berichtgeving omdat ze de resultaten van het onderzoek wilden afwachten, werden ervan beschuldigd dat ze de feiten onder het tapijt wilden vegen, dat ze de gebeurtenissen in de doofpot wilden stoppen en ze collaboreerden met het grote complot van de linkse elite. Veel kranten bezweken onder de druk of besloten te berichten over de collectieve woede, die niet op feiten was gestoeld, maar die zelf een nieuwsfeit was geworden.

Op dit moment loopt het onderzoek nog steeds. De politie en het Openbaar Ministerie in Keulen hebben inmiddels 73 mensen als verdachten geïdentificeerd. Geen van hen is vooralsnog voor de rechter gebracht, niemand is nog veroordeeld na een eerlijk proces en officieel is er nog geen sprake van schuldigen. Wat er op oudjaarsavond in Keulen precies is gebeurd en wie wat precies met welk motief heeft gedaan, valt nog altijd te bezien. Nog steeds is het te vroeg voor verregaande conclusies. Maar één conclusie kunnen we intussen wel trekken. Wat er in ieder geval niet is gebeurd, is dat Duitse vrouwen massaal zijn aangerand door asielzoekers en andere vluchtelingen. Onder de 73 verdachten is er tot nu toe slechts één beschuldigd van een seksueel delict. Onder de 73 verdachten zijn er slechts zes afkomstig uit de voor Duitsland belangrijkste vluchtelingenlanden Syrië en Irak, wat nog niet wil zeggen dat zij daadwerkelijk vluchtelingen zijn. Dat moet allemaal nog blijken.

En laat dat nou precies de reden zijn geweest voor de volkswoede: dat asielzoekers massaal onze vrouwen verkrachten. Hoewel het onderzoek nog loopt, is die conclusie, die de oorzaak was van de kentering in de publieke opinie, in ieder geval door de feiten weerlegd.

Maar het verbluffende is dat dat niet betekent dat de woedende massa en haar ophitsers nu spijt betuigen en dat de publieke opinie wordt bijgesteld. Het vermeende feit is een onomkeerbaar feit geworden. Keulen is het symbool geworden van een samenleving die zich niets meer aan feiten gelegen laat liggen.

    • Ilja Pfeijffer