Dementie in vier soorten

Uitgebreide neurocognitieve stoornisheet de diagnose dementie in het vorig jaar uitgekomen handboek voor psychiatrische ziekten DSM-5. Er is dan duidelijke achteruitgang in aandacht, dingen kunnen doen, leervermogen, geheugen, taal, motoriek of sociaal gedrag. Mensen – de patiënt zelf of zijn omgeving – moeten zich daar zorgen over maken en er last van hebben.

Dat beeld kan worden uitgesplitst naar tien traditionelere dementieziekten. De bekendste zijn alzheimer, dementie met Lewylichaampjes, vasculaire dementie en frontotemporale lobaire degeneratie en prionziekte. De arts kan ook volstaan met aan te geven of er wel of niet gedragsstoornissen zijn. En of de ziekte licht, matig of ernstig is.

De grenzen tussen de traditionele dementieën zijn niet scherp – er is vaak overlap van hersenschade.

1 Alzheimer is de meestvoorkomende dementie. Bij ongeveer 3 op de 4 patiënten met dementie zijn eiwitplaques (van eiwit β-amyloïd) in de hersenen te vinden. Maar die plaques zijn er ook vaak bij echt oude mensen die níet dement zijn.

2 Vasculaire dementie ontstaat door bloedvatschade in de hersenen. Tegenwoordig is duidelijk dat slechte bloedvaten ook andere vormen van dementie bespoedigen.

3 Dementie met Lewylichaampjes: geen stapeling van β-amyloïd maar van α-synucleïne op plaatsen in de hersenschors en hersenstam. Vooral aandacht, ruimtelijk inzicht en bewegen zijn verminderd. Het geheugen blijft vaak lang in orde.

4 Frontotemporale dementie is er in drie soorten. Er is een variant met antisociaal gedrag, met een gestoorde taalproductie en met verstoord taalbegrip (semantische dementie). De voorste en buitenste delen van de hersenen zijn aangedaan. Deze dementie wordt meestal te laat herkend. Eerst passeren psychose, de gevolgen van relatieproblemen of burnout de revue.