De pabo wordt steeds witter

De lat moest omhoog op de pabo’s, vond de politiek. Nu blijkt dat allochtone studenten het niet redden.

Lange stroken krantenpapier glijden in de lijm. Zorgvuldig plakken studenten de stroken op een geraamte van ijzerdraad. Dat gebeurt in een lokaal van de pabo aan de Haagse Hogeschool. De klas telt twaalf studenten, twee van hen dragen een hoofddoek.

Dat beeld past bij de pabo anno 2016: kleine klassen en weinig allochtone studenten. Het is iets waar alle lerarenopleidingen in het land nu mee kampen. Door de strenge toelatingseisen zijn de afgelopen jaren nóg minder leerlingen de pabo gaan doen. En het aantal allochtone studenten is tot een dieptepunt gedaald.

Neem de Haagse Hogeschool, waar nog maar tien van de honderd eerstejaars allochtoon is. En waar in 2014 nog het dubbele aantal studenten aan de opleiding begon, namelijk 200. De landelijke pabo-cijfers zijn iets minder scherp, maar liegen er niet om. Uit gegevens van de Vereniging Hogescholen blijkt dat in 2014 5.700 leerlingen aan de pabo begonnen, tegenover 3.900 nu – een daling van 32 procent. Van de leerlingen die nu in het eerste jaar zitten, zijn er 156 van niet-westerse komaf. Een jaar eerder stond de teller op 458 – een daling van 66 procent.

De pabo’s zien dat er vooral minder mbo-leerlingen aan de opleiding beginnen. Onder deze studenten zaten altijd veel allochtonen. De opleidingen vermoeden dat het niveau van het mbo minder goed aansluit op de huidige pabo. Veel leerlingen halen de toelatingstoetsen niet.

Ook de nieuwe eisen zouden kunnen afschrikken. Want wie tegenwoordig leerkracht wil worden en van het mbo komt, moet nog voor het studiejaar begint slagen voor de zogenoemde wereldoriëntatietoetsen (met aardrijkskunde, geschiedenis en biologie/techniek). Dat was voorheen niet zo.

Bovendien is het niveau van deze toetsen aanzienlijk verhoogd, legt pabo-opleidingsmanager Arno van Houwelingen van de Haagse Hogeschool uit. „En dan volgen in het eerste jaar van de opleiding taal- en rekentoetsen die je móét halen.”

Dat de lat tegenwoordig zo hoog ligt, was een grote wens vanuit het onderwijs én de politiek. Want het niveau van leerkrachten op de basisschool was onder de maat. Dat had onder meer te maken met het lage niveau van de pabo’s.

Die tijd is voorbij, vertelt Ron Bormans, collegevoorzitter van de Hogeschool Rotterdam. „We hebben nu een pabo-opleiding van hoog niveau, waar we trots op zijn.” En ja, zegt hij, de keerzijde is wel dat het aantal studenten is gehalveerd (van ongeveer 350 naar 170). En dat de allochtone studenten wegblijven. „We krijgen witte pabo’s.”

Dat is zorgelijk, erkent hij. Temeer omdat Rotterdam veel zwarte scholen kent. „Autochtone leerkrachten moeten overal les kunnen geven maar het is voor leerlingen toch ook fijn als ze zich kunnen identificeren met de docenten.”

Een basisschool heeft een mix van autochtone en allochtone leerkrachten nodig, zegt Emile van Velsen. Hij is pabo-directeur van de Christelijke Hogeschool in Ede – hier is het aantal eerstejaars met 25 procent teruggelopen. „Je wilt leerkrachten die de cultuur en de achtergrond van scholieren snappen. Die weten hoe de kinderen denken en leven.”

Wat te doen? Bormans denkt er aan om wellicht een schakelklas te introduceren, waarin leerlingen een jaar worden bijgespijkerd voordat ze aan de pabo beginnen. Maar we moeten ook in gesprek met het mbo, zegt hij. „Want voorheen deden de mbo’ers het juist heel goed bij ons. Deze leerlingen zijn echte ‘doeners’ en dat past bij het vak van leerkracht. Maar we vragen nu meer van hun cognitieve kennis en je ziet dat het niveau van het mbo niet meer aansluit.”

Van Houwelingen, van de Haagse Hogeschool, vertelt dat de strenge toelatingseisen misschien minder leerlingen brengen, maar dat de doorstroming binnen de opleiding wel veel beter is. Voorheen verliet de helft van de studenten de pabo na het eerste jaar. „Dat is nu niet meer zo, dus onderaan de streep houden we ongeveer evenveel mensen over.”

Het lage aantal leraren in spe baart Pabo-directeur Emile van Velsen uit Ede zorgen. Straks slaat de vergrijzing toe, stromen er veel leerkrachten uit en ontstaan er grote tekorten in de Randstad. Om dat op te vangen, heeft Van Velsen een idee. Hij wil geen technasium, maar een teach-nasium beginnen, in Rotterdam. Waar leerlingen uit havo 4 en 5 worden klaargestoomd voor de pabo.

Op de Haagse Hogeschool zit de 23-jarige Marokkaanse pabo-studente Hafsa Fadlaoui in de kantine. Ze vertelt dat ze drie jaar terug met dertien studenten van niet-westerse komaf in de klas zat. Nu telt ze er nog maar drie. De taaltoets in de het eerste jaar was vaak het probleem, weet ze. Zelf heeft ze daarvoor veel geoefend. „Maar voor sommigen is dat niet genoeg. Taal is niet alleen technisch maar ook een gevoel.”

    • Juliette Vasterman