De octaviteit wordt als een potje Rummikub met Knausgård

Nou dat was snel beslist: de beste schrijfster van Europa is Katja Petrowskaja, die met Misschien Esther op de longlist van de Europese Literatuurprijs staat. Eén (1) vrouw tussen negentien kerels. Onder hen schuilen inspirerende Geheimtips (Biçakçi, Kivirähk, Pavlov, Westö, Willmann), maar de meesten zijn usual suspects die lijken te zijn uitverkoren in de staat van halfslaap waarin ik meestal beland nadat ik vier pagina’s Knausgård heb gelezen: Baricco, Faber, Marías, Modiano, Houellebecq, Veronesi, Toibín, Knausgård zelf. Natuurlijk ontstaat zo’n disbalans per ongeluk, maar je vermoedt een blinde vlek bij de boekhandelaren die deze lijst hebben bijeengeharkt, pardon samengesteld. Uit mijn hoofd: Jeanette Winterson, Elena Ferrante, Marie NDiaye en Eimear Mc Bride hadden er best op gemogen. Hilary Mantels De moord op Margaret Thatcher is vast uitgesloten omdat het een verhalenbundel is (een belachelijke bug in het reglement).

Een veel dankbaarder Europees literatuurgevoel kreeg ik bij het merkwaardigste boek dat ik in tijden las: De waarheid over Don Quixote. Het bedrog van Cervantes van een zekere Jettie H. van den Boom. Die betoogt dat Don Quichot niet is geschreven door Cervantes, maar door de filosoof Francis Bacon (1561-1626), die in de negentiende eeuw ook al werd aangewezen als de auteur die schuilging achter het pseudoniem ‘William Shakespeare’. Van den Booms bewijsmateriaal is even overvloedig als vergezocht. Zo ziet ze meteen een sleutel in de naam van de held: in Don Quichot zit het woord key, maar ook het Italiaanse chiave. En donkey. Of, over La Mancha, waar de grote ridder vandaan komt: dat verwijst naar La Manche, het Kanaal en dus naar Groot-Brittannië en naar Bacon. Bemoedigend spreekt de auteur haar lezers toe: ‘Hou nog even vol, want dit is het meest chaotische hoofdstuk van het hele boek. Als je dit overleeft, kun je de rest ook aan.’ Even verder worden we gewezen op pagina 67 (de getalswaarde van de naam Francis is 67), waarop onthullende zaken staan over Sancho Panza en zijn buik. Bij De waarheid over Don Quixote verbleekt de octaviteit van Harry Mulisch tot een spelletje Rummikub met Karl Ove Knausgård.

Mulisch scoort trouwens geweldig op The Complete Review, een site waarop de Amerikaanse jurist en plezierlezer M.A. Orthofer al vijftien jaar schrijft over de boeken die hij leest, één per dag. Hij houdt van Nederlandse literatuur. De ontdekking van de hemel staat in zijn Top 20 aller tijden (met drie vrouwen). Bij de beste honderd vinden we nog driemaal Mulisch, driemaal Nooteboom, Multatuli, Claus en tweemaal Grunberg (Onze oom in het Nederlands!)

Het fijne van liefhebbers als Orthofer en Jettie H. van den Boom is vooral dat ze je razendsnel naar je Europese boekenkast jagen. Da’s een prijs waard.