De nacht: glorieus en verleidelijk

Toon Michiels: American Neon Signs by Day & Night, Lodge B Jay Mo

In de jaren dat fotograaf en grafisch vormgever Toon Michiels dubbel zag, maakte hij in Amerika een serie prachtige fotografische tweeluiken. Het dubbel zien had volgens hemzelf niets te maken met de opzet van de serie: telkens twee beelden van dezelfde neontekst, de één overdag, in fel zonlicht, de ander ’s avonds of ’s nachts, na zonsondergang. „Je kijkt immers maar met één oog door de zoeker”, zei Michiels zes maanden voor zijn dood in oktober.

Uit hetzelfde interview valt op te maken dat het dubbele zicht hem wel selectiever maakte. De reden is indirect: omdat hij door dat dubbelkijken niet mocht autorijden, had hij altijd een reisgenoot mee. Als hij een neonreclame wilde vastleggen op een plek waar verder „niets te doen was”, leverde dat spanningen op in de auto.

En toch heeft hij gelukkig nooit een concessie gedaan aan de opzet. Want het is vooral de zelfdiscipline van Michiels die deze serie bijzonder maakt: hij schoot zijn reclamezuilen altijd van ongeveer dezelfde afstand, ten voeten uit en altijd staand. Terwijl de compositie dus altijd hetzelfde is, krijg je overdag het hele verhaal, dor en nogal mismoedig makend. De nacht biedt het halve verhaal, glorieus en verleidelijk, al doet een kapot licht daar wel eens afbreuk aan.

De foto’s zijn historisch, alle uit de jaren zeventig. Google leert dat veel van de motels en wegrestaurants zijn verdwenen. Wanneer dit niet zo is, zoals bij de casino’s, dan zijn de neonconstructies van toen vervangen: niets zo tijdgevoelig als verleiders.

En toch zijn ze niet inwisselbaar, zo laten Michiels’ foto’s zien. Dit soort reclamezuilen, van steen, glas of beton, zijn unieke exemplaren: geen architectuur, geen beeldhouwwerken, maar eerder opgeblazen, grafische tekeningen. Objecten, oké, maar nooit echt driedimensionaal. Deze objecten tekenen hun tijd.

Erik Kessels, de samensteller van de expositie, heeft zich vaak afgevraagd wat Michiels uitvrat tussen het maken van de dag- en de nachtversie. Bleef hij staan op dezelfde plek, als een soort menselijke versie van de reclamezuil? Of hij ging hij ‘motelhoppen’, een tukje doen in de kamer die hij voor een paar uur huurde? Het is waar: dit soort neonreclames zijn bekend van eraan voorbijreizen. Niet van stoppen. Alleen daarom is het jammer dat veel van Michiels’ tweeluiken in dezelfde twee steden zijn gemaakt, Reno en Las Vegas. Daar kan een mens zich eenvoudig vermaken. Juist die eenzame eetgelegenheid in de woestijn van Utah of Arizona zou nog intrigerender uitpakken in een dagelijkse en een nachtelijke versie. Wat zou Michiels daar hebben gedaan tussen de opnames in? Wel, hij had altijd kunnen eten in de gelegenheden achter de reclamezuilen die hij fotografeerde. Deed hij dat wel eens? „Ha, nee!”, zei Michiels eens lachend. „Dat was meestal veel te duur voor ons.”

    • Pieter van Os