Zal een robot ooit in staat zijn ons te troosten?

Straks bestaat mijn vak niet meer, verzucht chirurg in opleiding Emma Bruns. Wat overblijft is de romantiek van de doktersroman.

1957, meisje geeft bloemen aan verpleegster.
1957, meisje geeft bloemen aan verpleegster. Foto Spaarnestad

‘Iedereen die nu achter een Excelsheet zit, kan het de komende jaren wel vergeten. Het menselijk handelen is ook maar een functie van een aantal determinanten.” De taal van de arts Max Welling, hoogleraar artificiële intelligentie, is duidelijk. Kwestie van tijd of elke taak die complexe dataverwerking vereist, wordt overgenomen door robots. Ik beluister hem op de fiets naar het AMC, waar ik even later Excel open. Na mijn periode van onderzoek wil ik chirurg worden, maar in hoeverre speel ik viool op de Titanic? Wat is de toekomst van de arts?

 Foto Spaarnestad 

Een week na het relaas van Welling zit ik tegenover arts Gavin Francis, auteur van Avonturen in de Mens. Hij ziet juist een bittere noodzaak voor artsen. „Patiënten vertrouwen me, verwachten dat ik help. Een goede dokter weet wat voor dokter een patiënt wil. Een die luistert naar dat wat niet gezegd wordt.” Maar wie heeft er gelijk? Welling of Francis?

Het maakt niet uit wie beter is: dokter of robot, makelaar of Funda, reisbureau of Vliegwinkel. Wat is de vraag – dat is de essentie van elke dienstensector. Als je ergens wil wonen, zoek je een huis. Wil je met vakantie, dan zoek je een hotel. Als je ziek bent, zoek je iets of iemand die je beter maakt. Maakt het dan uit of dat een robot of mens is? Alleen de patiënt kan daar antwoord op geven.

Dat leidt al direct tot problemen. De dienst die geleverd moet worden is zorg die leidt tot gezondheid. Gezondheid is een subjectief gevoel van een patiënt. Ons oordeel is niet statisch en binair, zoals een computer. De geneeskunde is een snijvlak tussen wetenschap en mensenkennis. Als zorgverleners proberen we ons handelen te laten berusten op bewijs. Tegelijk is er voor veel ziektes geen rotsvast bewijs. Maar niets doen wil niemand. Zowel zorgverleners als patiënten voelen zich ongemakkelijk bij berusting. En in de loop der jaren hebben hersenen zich zelfs zo ontwikkeld dat patiënten beter kunnen worden van een pil die niets doet: placebo. Empathie is ook een vorm van behandeling. Kunnen wij ooit getroost worden door een robot? Of sterk genoeg om de diagnose van kille computers te aanvaarden?

Er gaat nog een stap aan vooraf. Wanneer ben je ziek? De komende jaren zal draagbare technologie ons in staat stellen dag en nacht feedback te krijgen over wat er zich in ons lichaam afspeelt. Hoe wenselijk is het om de hele dag op je Google Glass te zien hoe hoog je bloeddruk is, wat je temperatuur is en hoeveel stappen je die dag gezet hebt? Het lichaam is de hele dag bezig om de boel in balans te houden. We hebben altijd een beetje kanker (celdeling is cruciaal voor genezing), soms een beetje koorts (hyperthermie als je rent voor de trein) en zijn chronisch depressief (de basale staat van de mens is somber). Partijen die baat hebben bij ‘wearables’ zien een verdienmodel in jouw data gekoppeld aan bedrijven die geld kunnen verdienen aan het feit dat jij je ‘ziek’ voelt.

Met Francis verschuil ik me graag in de romantiek van het artsenvak. Eindeloos boeiend om je te verdiepen in een medemens en hem bij te staan gedurende ziekte. Tegelijk erken ik Welling. Evolutionaire algoritmen die een complexe casus veel sneller analyseren, patronen zien in grote hoeveelheden data. Essentieel om meer te begrijpen van het menselijk lichaam.

De Titanic zonk. Decennia later werd er een romantische film van gemaakt. Waarschijnlijk bestaat mijn vak over vijftig jaar niet meer in de vorm zoals wij het nu kennen. Misschien is al wat overblijft de doktersroman, waarbij een echt mens nog liefdevol zijn stethoscoop op de borstkas legde om te luisteren. Naar het hart. Dat klopte.