World Press Photo 2015

Dat een beeld van vluchtelingen tot winnende foto is gekozen, is niet geheel verrassend. Al waren er ook „krachtige beelden” van andere grote nieuwsgebeurtenissen.

‘Ik kon nauwelijks iets zien. Ik heb de foto bij maanlicht gemaakt.” De Australische freelancefotograaf Warren Richardson – dit jaar winnaar van de World Press Photo 2015 – fotografeerde op 28 augustus vorig jaar, rond drie uur ’s nachts, een aantal Syrische vluchtelingen op het moment dat ze de grens overgaan in de buurt van het Servische plaatsje Horgoš richting het Hongaarse dorpje Röszke.

Op het moment dat Richardson vader en kind vastlegde, was hij in Servië al vijf dagen non-stop bezig om grote groepen Afghaanse en Syrische vluchtelingen vast te leggen. „Ik volgde die avond een groep van zo’n tweehonderd Syrische vluchtelingen. Ze probeerden de grens over te gaan, maar moesten telkens uitkijken voor de Hongaarse politie. Op een gegeven moment hadden ze een grensgedeelte gevonden waar nog geen muur stond, maar dat was afgezet met prikkeldraad.”

Richardson maakte de foto vanaf de Servische zijde, de man die zijn kind aanpakt, staat aan de Hongaarse kant. „Het was pikkedonker. Ik kon geen zaklamp gebruiken omdat we misschien ontdekt zouden worden.” Hij maakte het beeld vanaf zijn buik omdat hij de camera, vanwege een lange sluitertijd, heel stil moest houden. „Ik heb op het moment zelf niet eens door de lens gekeken. En wat ik had gemaakt, heb ik pas later bekeken.”

De winnende foto – waarmee Richardson ook de eerste prijs won in de categorie Spot News – heeft volgens WPP-juryvoorzitter Francis Kohn, hoofd fotografie bij het Franse persbureau AFP, een enorme kracht vanwege de eenvoud van het beeld. „Het sobere licht, de man en het kind, de symboliek van het prikkeldraad. Deze elementen vangen in één keer de vluchtelingencrisis. Ik vind dit een tijdloze, klassieke foto.”

Dat dit jaar een beeld van de vluchtelingencrisis tot de winnende foto van 2015 is verkozen, komt niet geheel als een verrassing. In het aanbod dit jaar – er werden 82.961 foto’s door 5.775 fotografen uit 128 landen ingezonden – zaten volgens Kohn „heel veel beelden van vluchtelingen”. „Alle aspecten hebben we zien langskomen,” zegt Kohn. „Het vertrek uit Syrië, de aankomst in Griekenland, de mensenstromen door Europa, de aankomst van vluchtelingen in de asielzoekerscentra.”

Toch claimt hij dat de jury niet met opzet voor een foto over dit onderwerp heeft gekozen. „De kwaliteit was in de laatste ronde extreem hoog. Er waren ook krachtige beelden van de demonstraties na de aanslagen in Parijs of de aardbeving in Nepal. Maar deze foto kwam toch echt bovendrijven als de beste.”

Lars Boering, directeur van WPP, wijst erop dat er dit jaar „oude bekenden” bij de winnende categorieën zitten – zoals Paul Hansen (WPP-winnaar 2013) en Francesco Zizola (WPP-winnaar 1996) – maar is verheugd dat nieuw talent is opgedoken. „Er zijn nu ook twee Syrische fotografen onder de winnaars.” Fotojournalist Abd Doumany maakte een indrukwekkende reportage in Douma, een stad die in handen is van de Syrische rebellen, en Sameer Al-Doumy fotografeerde de luchtaanvallen van de regeringstroepen op diezelfde stad. „Het bewijst dat niet alleen sterfotografen, verbonden aan belangrijke persagentschappen, prijzen winnen. Een freelancer die zonder opdrachtgever op pad gaat, kan met goed werk ook onder de aandacht komen.”

Dit jaar heeft WPP voor alle ingezonden foto’s aangescherpte regels opgesteld met betrekking tot beeldbewerking, fotobijschriften en beïnvloeding van beeld op locatie. Vorig jaar moest de organisatie achteraf een winnende fotoserie over het verval in de Belgische industriestad Charleroi diskwalificeren omdat de fotograaf foute bijschriften had geleverd en de situatie ter plekke had beïnvloed. „Alle prijswinnende foto’s hebben we laten checken op beeldbewerking, zegt Boering. „Verder is voor alle foto’s geverifieerd waar en wanneer ze zijn gemaakt en wat er precies op de foto staat. Dit jaar hadden we meer inzendingen dan ooit, en het valt ons op dat fotografen zich beter aan onze ethische code houden. Onze nieuwe procedure lijkt te werken.”