Waarom het grootse mijnbouwbedrijf van Afrika 78.000 mensen ontslaat

Internationale avonturen breken het Zuid-Afrikaans-Britse concern op. De mijngigant ontslaat 78.000 werknemers.

Foto Reuters / Siphiwe Sibeko

Decennialang was Anglo American de spil van de Zuid-Afrikaanse economie – het hoofdkantoor was in het centrum van Johannesburg net zo dominant als het bedrijf op de aandelenbeurs. Het werd in 1917 opgericht door Sir Ernest Oppenheimer, zoon van een Duitse sigarenboer die met Amerikaans en Brits geld ’s werelds grootste goudproducent creëerde.

Anglo American veroverde niet alleen een meerderheidsbelang in diamantreus De Beers, het overheerste het grootste deel van de vorige eeuw ook in de handel in koper, steenkool en papier. Nog steeds is Anglo American ’s werelds grootste platinaproducent. De verhuizing van het hoofdkantoor naar de Britse hoofdstad en notering aan de Londense aandelenbeurs eind jaren negentig bewees het onstuitbare succes van een in essentie Afrikaans bedrijf.

Maar het Anglo American dat was, is niet meer. Het bedrijf maakte deze week bekend binnen vier jaar 39 van de 55 mijnen in zijn bezit te willen afstoten.

Foto Reuters / Siphiwe Sibeko

Daarmee komt een einde aan de overmacht van een van de meest gediversifieerde mijnbedrijven. In totaal 78.000 werknemers verliezen hun baan, dat is 60 procent van het totale aantal personeelsleden.

Anglo wil terug naar de basis en zich alleen nog richten op platina, diamanten en koper. Kredietbeoordelaar Moody’s verlaagde de kredietwaardigheid van Anglo naar de status van schroot (junk) nadat het bedrijf een nettoverlies van 5,6 miljard dollar had gemeld. Dat was een verdubbeling van het verlies ten opzichte van het jaar ervoor.

„Het is zo droevig te zien hoe een iconisch bedrijf als Anglo American niet eens de schaduw meer van zichzelf is”, zegt Martin Creamer, mijnspecialist bij het weekblad Mining Weekly. Hij verheft zijn stem als hem naar de oorzaken van die neergang wordt gevraagd. „Het is allemaal misgegaan door de notering aan de aandelenbeurs in Londen”, zegt hij. „Het constante koeioneren door de aandeelhouders heeft ons geleid tot waar we nu zijn. De olifant Anglo is niet eens een muis meer.”

Nagel aan de doodskist

De gang naar Londen moest Zuid-Afrika’s wereldwijde ambities illustreren. Anglo American als multinational die zijn primaire notering op de aandelenbeurs in Johannesburg inruilde voor de beurs waar alleen de groten der aarde meespelen. Maar het maakte de bestuurders vatbaar voor de grillen van aandeelhouders die weinig ophebben met de uitdagingen van Zuid-Afrika, vreest Creamer. „De regering was te genereus. Vergelijk dat eens met BHP Billiton in Australië, waar de regering zei: over mijn lijk. De primaire notering bleef in Melbourne, BHP bleef een Australisch bedrijf.”

Kort na de notering in Londen begon het bedrijf te investeren in ijzerertsmijnen, in de hoop te kunnen meeliften op de explosieve groei van de economie in China. Het maakte Anglo American kwetsbaar ten opzichte van zijn concurrenten, zoals BHP Billiton en Rio Tinto die meer ervaring hadden in de sector. De vraag in China daalde. IJzerertsprijzen verloren in drie jaar tijd 70 procent van hun waarde. De paniek sloeg toe op het hoofdkantoor in Londen. De aandeelhouders dwingen Anglo American nu af te slanken en verlieslijdende mijnen te verkopen, „tegen historische lage prijzen”, zegt Creamer hoofdschuddend.

De beurswaarde van drie grote mijnbouwbedrijven:

De nagel aan de doodskist was het Minas Rio-ijzerertsproject in Brazilië. Het kostte Anglo American 14 miljard dollar – meer dan de nettoschuld (12,9 miljard). Topman Mark Cutifani zei er eerder deze week over: „Het was een ongelukkige beslissing. We hadden er beter voor gestaan als we een andere beslissing hadden genomen.”

De problemen bij Anglo tekenen de wereldwijde crisis in de grondstoffenindustrie. De koper- en goudprijzen daalden net zo snel als die van olie en drijven hele economieën naar de afgrond. De grondstoffencrisis valt samen met groeiende sociale onrust in Zuid-Afrika, waar stakende arbeiders de mijnbedrijven maanden in gijzeling hielden, in de hoop op betere salarissen. Die mijnwerkers komen nu met tienduizenden tegelijk op straat te staan. Sinds 2011 verloren 145.000 mijnwerkers hun baan. Meer dan 8 miljoen van de 50 miljoen Zuid-Afrikanen zijn werkeloos, officieel 24 procent van de beroepsbevolking. In combinatie met een dalende rand en stijgende voedselprijzen stevenen de krottenwijken een giftige cocktail.

„Dit is een bloedbad”, zegt Sizwe Pamla van vakbondskoepel COSATU. „De mijnbedrijven met hun hoofdkantoor in Londen gebruiken dit land als een casino. Anglo American is gebouwd met het zweet van de mensen van dit land. En nu wordt die mensen verteld om naar huis te gaan.”

COSATU wil dat de regering de mijnen nationaliseert. „Maar het enige wat we horen is privatisering van staatsbedrijven. Het is tijd dat we terug gaan slaan.”De crisis bij Anglo is een crisis van heel Zuid-Afrika.