Opinie

    • Daan van Lent

Internationale allure in Amsterdam. Ook in Rotterdam?

Ivo van Hove die een regie gaat doen bij De Nationale Opera, waar het Concertgebouworkest onder leiding van de nieuwe chef Daniele Gatti in de bak zit voor de Salome van Richard Strauss. Een grotere bundeling van internationale grootheden met uitvalsbasis Amsterdam is bijna niet denkbaar. Het plan dat deze week bekend werd gemaakt kun je zien als een showcase waarmee de elite onder de Nederlandse gezelschappen in 2017 wil laten zien wat in Amsterdam te verwezenlijken is. Daarmee kunnen zij zelf pronken, maar ook beleidsmakers van gemeente en Rijk. Dit hebben wij dus in huis, met ons subsidiestelsel.

In Rotterdam leek ook zoiets moois te groeien. Uit een interne notitie van Johan Simons bleek dat Theater Rotterdam met het Rotterdams Philharmonisch Orkest zou gaan samenwerken. Gedetailleerd stonden twee producties omschreven: Faust Szenes van Robert Schumann, in de regie van Simons zelf. En Het vlot van Medusa van Hans Werner Henze in de regie van beeldend kunstenaar Hans Op de Beeck.

We schreven het vorige week op in NRC. Dat waren nog eens ambitieuze plannen! Maar op de dag van publicatie belde orkestdirecteur George Wiegel. Hij was verbaasd, hij wist van niets. Ja, hij had met Simons gesproken, maar dat was over een project op de Ruhrtriennale. Ook de directeur van Theater Rotterdam belde. Die was ietsje bozer. Dit lag allemaal „erg gevoelig”. Ja, dat hadden we wel begrepen.

Maar hoe erg is het? Laat Theater Rotterdam en het Rotterdams Philharmonisch vooral snel afspraken maken. Wie kan er tegen hun samenwerking zijn? Zou de komende subsidieperiode niet juist in elke stad de samenwerking tussen toneelgezelschap en symfonieorkest tot iets moois en uitdagends kunnen leiden?

Vorige week sprak ik ook twee Amerikaanse choreografen, op hun uitnodiging. Te gast bij Introdans wilden ze mij uitleggen dat zij er helemaal niets van begrepen dat er hier mensen zijn die het Nederlandse systeem voor een Amerikaans systeem willen inruilen. Want dat werkt niet, zeiden zij. Ze vertelden hoe zij meer dan 80 procent van hun tijd bezig zijn met fondsen werven. En dan nog was de opbrengst gering, al sinds de crisis van 2008. Ze zien het probleem niet alleen bij hun eigen, kleinere gezelschappen, maar ook bij topgezelschappen. De artistieke kwaliteit zien ze in hun stad New York snel teruglopen. Overigens hoef je de Amerikaanse media maar een beetje te volgen om te weten dat de reserves van veel orkesten en topgezelschappen daar in rap tempo teruglopen.

Zo slecht doen we het dan niet in Nederland. Ambities met internationale allure kunnen dat onderstrepen. Misschien kunnen we dan zelfs eens met een licht gevoel van trots kijken naar het circus van de subsidieverdeling dat nu weer volop gaat draaien.

    • Daan van Lent