Gras kan vaak harder groeien

Grasland kan veel meer veevoer leveren, als het gras tijdens de groei genoeg fosfor zou krijgen.

Op de steppe van Mongolië brengt grasland tien keer minder veevoer op dan in Noordwest-Europa.
Op de steppe van Mongolië brengt grasland tien keer minder veevoer op dan in Noordwest-Europa.

Om de groeiende vraag naar melk, kaas en vlees te kunnen bijbenen zullen graslanden wereldwijd veel beter bemest moeten worden. Nu is er te weinig gras voor de vele koeien, schapen en geiten. Dat schrijft een groep Nederlandse onderzoekers in een artikel dat dinsdag in het tijdschrift Nature Communications is verschenen.

Van het wereldwijde landbouwareaal bestaat tweederde uit grasland. Maar de opbrengst loopt erg uiteen, zegt Martin van Ittersum, hoogleraar Plantaardige productiesystemen aan de Wageningen Universiteit. Hij coördineerde de studie.

Een hectare weiland levert in Nederland circa 10 ton aan ‘droge stof’ op. In veel andere delen van de wereld is dat vaak slechts eentiende. „De grasproductie is vaak laag”, zegt Van Ittersum. Gevolg is dat vee nu wordt bijgevoerd met granen en soja. Dat leidt tot concurrentie met de menselijke voedselketen. „En dat kan weer leiden tot extra kap van bossen”, zegt Van Ittersum.

Fosfortekort is, naast stikstofgebrek, een van de belangrijkste beperkende factoren voor gras. Fosfor is een essentieel element voor plantengroei. Voor de periode 1970-2005 analyseerden de onderzoekers hoeveel fosfor er jaarlijks uit graslandbodems wereldwijd verdween, via de groei en consumptie van gras. En ook hoeveel fosfor er terugkwam, via dierlijke mest of kunstmest. In grote delen van de wereld is die zogeheten fosforbalans negatief, met name in Azië en Latijns-Amerika. „Vaak komt in een jaar maar de helft van het verwijderde fosfor weer terug”, zegt Van Ittersum. Gebruik van kunstmest is heel beperkt. En de dierlijke mest wordt deels afgevoerd naar andere gewassen, zoals maïs. Of het wordt gebruikt om hutten mee te bepleisteren. Het komt erop neer dat veel graslandbodems interen op hun fosforvoorraad. Dit remt de grasgroei.

Alleen in Noordwest-Europa werd in de gemeten periode, met uitgereden mest, veel meer fosfor toegediend dan er werd onttrokken aan de weilanden. Zeker in Nederland was dit lang een groot probleem. Die meststoffen spoelen uit naar het oppervlaktewater en zorgen daar voor een explosieve algengroei.

Wereldwijd zal de fosforbemesting van graslanden tot 2050 moeten verviervoudigen, zo berekenen de onderzoekers.