Eerst al die naamvallen, dan een baan

In Duitsland schreeuwen bedrijven om meer en goed opgeleid personeel, veel vluchtelingen willen werken. Grote hobbel: taal. Werkgevers organiseren en betalen nu zelf cursussen Duits.

Voorzetsels met verschillende naamvallen. De lidwoorden en zelfstandige naamwoorden mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. Vier naamvallen, voor ieder geslacht anders. Het Duits is geen gemakkelijke taal. Maar met hulp van bedrijven die geschoold personeel zoeken, slaan Joshua uit Syrië, Gwan uit Pakistan en Adhanon uit Eritrea zich er dapper doorheen.

Iedere dag komen ze met een klein groepje asielzoekers naar de tweede verdieping van een flatgebouw in een buitenwijk van Keulen, ingeklemd tussen twee supermarkten. Vier uur per dag, vijf dagen per week, drie maanden lang. Hier krijgen ze een taalcursus voor gevorderden die wordt georganiseerd en betaald door de Industrie- en Handelskamer (IHK) van Keulen . „Ik wil kunnen doorstuderen en daarvoor moet ik de taal beter leren beheersen”, zegt Gwan. Net als Jilan uit Irak, die droomt van een baan als apothekersassistente. Of Adhanon, die iets in de techniek wil.

Overal in Duitsland zetten werkgeversorganisaties zelf cursussen op in een poging vluchtelingen aan het werk te krijgen. Het is een combinatie van welbegrepen eigenbelang en wat in Nederland maatschappelijk verantwoord ondernemen zou heten. „De integratie van vluchtelingen werkt alleen als ze ook op de arbeidsmarkt kunnen integreren”, zegt Werner Grosch, woordvoerder van IHK-Keulen. „Dat is voor de maatschappij van groot belang. Maar het is ook een kans voor de economie, die het potentieel van deze mensen kan benutten.”

De IHK-Keulen heeft 1 miljoen euro uitgetrokken voor taallessen en cursussen voorbereiding op de arbeidsmarkt, gevolgd door vier tot acht weken praktijkervaring in een van de 150.000 aangesloten bedrijven. In heel Duitsland zijn dergelijke initiatieven opgezet, vaak als vervolg op de taallessen voor beginners die de overheid voor haar rekening neemt. De regionale IHK’s, de vakorganisaties, het verbond van familiebedrijven, de overkoepelende werkgeversorganisatie, allemaal hebben ze plannen voor projecten, praktica, proefperiodes, aanvullende cursussen. Want op zich is er werk genoeg. „Er is in Duitsland vooral behoefte aan geschoolde arbeidskrachten’’, zegt Axel Plünnecke, bij het Instituut voor de Duitse economie (IW) in Keulen verantwoordelijk voor migratie en innovatie. „Ik denk dat er ongeveer 160.000 vacatures openstaan in technische beroepen en in de IT.”

De economische vooruitzichten zijn redelijk goed. Dit jaar wordt een groei verwacht van 1,7 procent, net als vorig jaar – de werkgevers in de industrie rekenen op 1,9 procent. „De situatie in Duitsland is goed en blijft dat”, zei minister Gabriel van Economie twee weken geleden. De werkloosheid is met 6,3 procent historisch laag.

Optimisme met een ‘maar’

In september, toen rijen mensen op het station van München stonden te applaudisseren toen de vluchtelingen aankwamen, was de sfeer bij sommige ondernemers bijna euforisch. „In het beste geval kan dit het fundament onder het volgende Duitse economische wonder worden”, juichte de baas van Daimler, Dieter Zetsche. En de topeconoom van Deutsche Bank, David Folkerts-Landau, sprak van „een reusachtige kans om de positie van Duitsland in de wereldeconomie en binnen Europa in de komende decennia te versterken”.

Het optimisme is gebleven, maar er is een ‘maar’ achter gezet. Het massale seksuele geweld met Oudjaar in Keulen heeft laten zien dat nieuwkomers niet naadloos aansluiten op een andere samenleving, een andere manier van denken, van praten ook. In hun gezamenlijke verklaring over vluchtelingen, vorige maand, hadden Werkgeversorganisatie, Industrieverbond en Handwerkverbond dan ook twee dingen bovenaan hun prioriteitenlijst gezet: verplichte integratiecursussen voor iedereen die mag blijven en uitbreiding van het aanbod aan taallessen.

Daaraan gekoppeld: het zal niet van de ene dag op de andere gaan. Minister Nahles van Arbeid sprak een paar weken geleden nog over „de arbeidskrachten van morgen”. Dat zijn nu „de arbeidskrachten van overmorgen” geworden.

„In het algemeen is het opleidingsniveau laag”, zegt Plünnecke. „Onder Syrische vluchtelingen vallen natuurlijk de artsen en verpleegkundigen op. In het algemeen zijn de Syriërs beter opgeleid dan mensen uit Irak, Afghanistan of Eritrea, van wie een meerderheid slechte of geen scholing heeft gehad. Maar de taal blijft een probleem, en ook onder de Syriërs zijn er volgens de eerste gegevens niet zo veel goed opgeleide vakmensen.”

Taal plus opleiding: je bent al snel een paar jaar verder. Het duurt sowieso ruwweg een half jaar voordat de papieren zodanig in orde zijn dat iemand mag gaan werken. Detlef Scheele, de baas van het Duitse Arbeidsbureau, rekende het eerder deze maand voor: „We gaan ervan uit dat 10 procent van de vluchtelingen na een jaar een baan kan vinden, 50 procent na vijf jaar, en 75 procent na twaalf tot dertien jaar.”

Daarbij speelt een rol, zegt Plünnecke, dat niet iedereen komt voor een opleiding of een baan. „Dat is een groot verschil met de hoog opgeleide mensen uit Spanje, Italië of India. Die zijn zeer gemotiveerd de taal te leren. Vluchtelingen zijn hier om humanitaire redenen. Daarom is hun potentieel niet zo groot als dat van werkloze ingenieurs uit Italië of Spanje.”

Een voorbeeld zijn voor anderen

Bovendien is het tijdsperspectief anders. Sommige nieuwkomers nemen ongeschoold werk aan omdat ze snel iets willen verdienen en niet voor de lange termijn kiezen, met een taalcursus voor gevorderden en een opleiding, zoals het groepje op de IHK-cursus. Woordvoerder Grosch hoopt wel dat Joshua, Gwan, Adhanon en Jalil anderen aansteken. „De deelnemers leren Duits en doen een praktijkstage bij bedrijven”, zegt hij. „Zo stijgen hun kansen op opleidings- of arbeidsplaatsen. Daarmee kunnen zij een voorbeeld voor veel andere vluchtelingen zijn.”

Ondanks dat ‘maar’ blijven veel Duitse ondernemers positief over de mogelijke nieuwe arbeidskrachten – en ook over de verjonging in een verouderende bevolking. In een aantal sectoren betekent de komst van 1,1 miljoen nieuwkomers vorig jaar ook meer werk. Zo komen er in de officiële vrijwilligersdienst voor vluchtelingen 10.000 betaalde banen bij.

Arbeidsmarkt is het probleem niet

Economen zijn het oneens over het uiteindelijke effect van de grote aantallen nieuwkomers op de economie. Het IW van Plünnecke heeft getracht de gevolgen voor de overheidsuitgaven te becijferen voor de komende twee jaar – met onder andere de veronderstelling dat er dit jaar nog eens 800.000 nieuwkomers zijn, en 500.000 in 2017. Opvang, sociale zekerheid en cursussen, minus de belastingen van nieuwkomers die werk hebben gevonden, komen in die berekening op ruim 22 miljard euro uit voor 2016 en 27,6 miljard in 2017.

Dat zijn ook voor Duitsland, met vorig jaar een begrotingsoverschot van ruim 12 miljard, forse bedragen. Toch lijkt voor ondernemers de hoop op meer gekwalificeerd personeel belangrijker dan zorgen over de kosten voor de opvang. Tekort aan goede mensen is een van de grote problemen voor Duitse bedrijven. In een onderzoek eind vorige maand onder de Mittelstand, het Duitse mkb, zei 55 procent van de ondervraagde bedrijven te verwachten dat de nieuwkomers helpen het tekort aan vakmensen op te vangen. En 85 procent zei bereid te zijn een vluchteling een baan aan te bieden.

De arbeidsmarkt is het probleem niet, suggereerde Detlef Scheele van het nationale Arbeidsbureau. „Puur kwantitatief gezien zijn 350.000 vluchtelingen per jaar voor de Duitse arbeidsmarkt geen probleem, want ieder jaar komen er 700.000 nieuwe arbeidsplaatsen bij.” Maar dan moet je wel een geldig diploma of certificaat hebben. En dat is vrijwel onmogelijk voor wie nog struikelt over de voorzetsels en de naamvallen in het Duits.