Droef verval van een huwelijk

Tak, tak, slow, heup. Een koppel danst de rumba. Eerst met een vlotte heupswing, daarna steeds houteriger en aan het eind eenzaam alleen. Met die potsierlijke dans symboliseert de proloog van Een coming of age voor bejaarden de knullige methodiek van het leven. „Iedereen kan het”, zegt een dansleraar. „1,2,3,4. En we gaan door totdat het stopt.”

Daarna schetst auteur Rik van den Bos in een tekst vol levenswijsheid hoe het huwelijk van twee ouderen stapsgewijs verbrokkelt. Joke Tjalsma speelt mooi licht en enigszins ondeugend de vrouw die vergeet, verhuist en sterft. Acteur Paul R. Kooij ontroert als haar man die moet leren leven zonder het lichaam dat tot het zijne was gaan behoren. Achter zijn steeds meer verbeten glimlach schuilt veel ingehouden woede en verdriet.

Op ‘bejaarde’ leeftijd blijkt er voor de man nog genoeg op te steken over het volwassen leven. „Zeg een jong mens wat hij over veertig jaar allemaal heeft moeten verdragen, en hij zal het niet geloven.” Bijzonder is dat tegelijkertijd ook het jonge evenbeeld van het stel op het toneel staat. Acteurs Yara Alink en Maurits van den Berg spelen een wild zoenend koppel in de eerste weken van hun verkering.

Hun ontmoetingen werken bijzonder confronterend. De jonge geliefden kijken voortdurend tegen het onafwendbare verval aan, hun oudere versie naar het voor altijd vervlogen geluk. Ondertussen verbeelden subtiele schaduwen het ontstaan en vervagen van herinneringen. Het leidt tot een intens droeve voorstelling met een sterke aansporing nog dubbel te genieten van elk mooi moment.

    • Joke Beeckmans