Opinie

De oliemarkt is een Tarantino-film

Wordt het Ocean’s Eleven of Reservoir Dogs? Deze week was er een voorzichtig akkoord tussen Saoedi-Arabië en Rusland over het beperken van de olieproductie van beide landen. Of beter: het bevriezen van de productie op het niveau van afgelopen januari. De twee autocratische olielanden eisen wel dat andere (ook vaak autocratische) olielanden zich bij hen voegen. Het doel is duidelijk: overproductie van olie is de belangrijkste reden dat de prijs van ruwe olie is gekelderd tot rond de 33 dollar per vat.

Maar lukt die samenwerking wel? Onder leiding van George Clooney waren de elf criminelen van Ocean’s die een kraak zetten in Las Vegas een geoliede machine. Bij Reservoir Dogs van regisseur Quentin Tarantino zit dat anders – zoals bij wel meer van zijn films. Samenwerkende misdadigers zijn bij hem een contradictio in terminis. En daarom loopt er ook zoveel mis.

De oliemarkt bestaat voor 40 procent uit de productie van leden van de OPEC, de organisatie voor olie producerende en - exporterende landen. Tot een paar jaar geleden ging het daar als volgt: Saoedi-Arabië bepaalde, als grootste producent, de totale productie van OPEC door zelf te variëren. De Saoediërs waren, zeg maar, de Mister Wolf uit Tarantino’s Pulp Fiction – de man die alles komt oplossen als de anderen er een puinhoop van hebben gemaakt.

Omdat de productie van OPEC zelf overheersend was op de wereldmarkt, bepaalde Riad via OPEC dus in wezen de wereldwijde prijs van ruwe olie. Dat ging niet altijd vlekkeloos, maar meestal wel. Tot vorig jaar.

Door de perfecte storm van wegvallende vraag uit China en stijgend aanbod van Amerikaanse schalieolie, is de olieprijs sinds de zomer van 2014 gekelderd.

De Saoediërs lieten hun stabiliserende politiek achterwege, om de Amerikanen met een kelderende olieprijs uit de markt te drukken. Maar nu begint die lage olieprijs te veel pijn te doen. Rusland gaat zijn derde recessiejaar in, de Saoediërs moeten bezuinigen. Beide halen hun financiële reserves leeg om hun geldtekort aan te zuiveren.

Vandaar het gezamenlijke plan om de productie te bevriezen. Maar gaat het lukken? Iran zal mee moeten doen. Irak ook. En Venezuela, waar de economische chaos na de Chavez-jaren al niet te overzien is.

En zelfs dan: het bevriezen van de productie op het niveau van januari zou betekenen dat er, volgens het Internationaal Energie Agentschap, sprake blijft van een overproductie van 1,5 miljoen vaten per dag. Dat is, zei oud-topman Jeroen van der Veer van Shell dinsdag, een volle mammoettanker. Elke dag weer.

Nadat het akkoord bekend werd, wezen waarnemers meteen op de enorme geopolitieke complicaties. Met name door de conflicten in het Midden-Oosten staan veel landen die nu moeten samenwerken lijnrecht tegenover elkaar. Maar ook zonder geopolitiek lijkt het hele akkoord kansloos. Wie gaat het controleren? De financiële nood in bijvoorbeeld Rusland en Venezuela is zo groot dat de verleiding om toch extra te pompen onweerstaanbaar is.

Tot de Saoediërs hun oude rol weer op zich nemen, zal de wereld verdrinken in olie. Maar elke krapte, en dus elke grote prijsstijging, brengt meteen de Amerikaanse schalie-industrie in volle hevigheid terug op de markt. Het ziet er voor de olieproducenten vrij hopeloos uit.