Goede film die 'The Big Short', maar hoe werkt dat eigenlijk: short gaan?

Het fenomeen shorten is bijna zo oud als de aandelenhandel zelf, én het heeft Nederlandse roots, al uit de tijd van de VOC. Een introductiecursus short gaan.

Illustratie Aart-Jan Venema

Je hebt geen Minions, James Bond of Obi-Wan Kenobi nodig voor een filmhit. Met short sellers kom je ook al een heel eind. Momenteel draait The Big Short in de bioscopen. De Hollywoodfilm naar het gelijknamige non-fictieboek van Michael Lewis is zelfs voor vijf Oscars genomineerd. De film gaat over Amerikaanse beleggers die rijk werden van de kredietcrisis. Wereldwijd haalde de film al 118 miljoen dollar op (zo’n 106 miljoen euro).

‘Held’ in het verhaal is hedgefondsmanager Michael Burry. Hij ziet al vroeg de problemen op de Amerikaanse huizenmarkt aankomen, veroorzaakt door doorverkochte rommelhypotheken. Burry voorspelt dat de markt in 2007 zal instorten en krijgt banken zover dat er een nieuwe markt wordt gecreëerd waarop hij tegen de Amerikaanse huizenmarkt kan wedden: short gaan.

Veel investeerders van zijn hedgefonds Scion Capital zien het niet meer zitten, maar Burry houdt vol en haalt zijn gelijk. Hij verdient uiteindelijk zo’n 700 miljoen dollar voor zijn investeerders en 100 miljoen voor zichzelf: een ongekend hoog rendement van 489 procent.

The Big Short is niet het enige short sell-succes. Nog zo’n jongensboekverhaal: de Hongaars-Amerikaanse George Soros, tegenwoordig vooral bekend als filantroop, werd miljardair door in 1992 short te gaan op de Britse pond. Hij was ervan overtuigd dat de pond te hoog stond ten opzichte van de Duitse mark en dat de Bank of England de pond zou moeten devalueren. Met succes, sindsdien staat Soros bekend als de man die de Bank of England ‘brak’. In China zullen ze er niet helemaal gerust op zijn dat hij onlangs in Davos zei nu short op de yuan te gaan.

Hoe werkt het?

‘Shorten’ is erop speculeren dat het in de toekomst slechter gaat met een aandeel, valuta of ander financieel product. „Je verkoopt iets wat je nog niet hebt om het later goedkoper terug te kunnen kopen”, vertelt beleggerstrainer Peter Siks van BinckBank, tevens co-auteur van het boek Beleggen voor Dummies.

Hoe verkoop je iets wat je niet bezit? Door de aandelen die je moet leveren aan de koper tegen een vergoeding te lenen. Bijvoorbeeld van pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen of aandelenmakelaars. Dat kost meestal ongeveer 0,5 procent op jaarbasis. Je verkoopt dus de geleende aandelen, koopt ze later op de beurs weer terug en geeft ze aan de partij van wie ze oorspronkelijk geleend waren. Bij succesvol short gaan koop je de aandelen dus terug als de koers flink lager staat.

Hoe is het ontstaan?

Het fenomeen shorten is bijna zo oud als aandelenhandel zelf, én het heeft Nederlandse roots. Net zoals in 1602 het eerste bedrijf dat aandelen uitgaf een Nederlands bedrijf was – de VOC – was ook de eerste short seller afkomstig uit de Nederlanden, vertelt historicus en econoom Lodewijk Petram. Hij schreef het boek De Bakermat van de Beurs over het ontstaan van de beurshandel.

Die eerste short seller heette Isaac le Maire. Hij was een van de VOC-oprichters, maar raakte al snel gebrouilleerd met de anderen en werd uit de VOC gezet. „Daarna had hij nog maar één levensdoel: wraak nemen op de VOC.” Het voortbestaan van de compagnie was in die begindagen nog verre van zeker en Le Maire dacht dat de VOC zou worden opgeheven als hij de beurskoers naar beneden zou krijgen.

Via handlangers liet hij valse geruchten rondbazuinen op de Nieuwe Brug bij het huidige station Amsterdam Centraal waar toen de beurs was, zegt Petram. „Rotte ladingen, lekkende schepen, dat soort geruchten.” De beurskoers daalde en Le Maire profiteerde via door hem verkochte termijncontracten die meer waard werden.

Tot de VOC Le Maire doorkreeg.

Nou was Le Maire wat extreem. Hij verspreidde valse geruchten en deed aan naked short selling: de meest vergaande vorm van short selling omdat het gebeurt zonder de aandelen überhaupt te hebben geleend.

Petram: „Daarna zijn ze gaan lobbyen in Den Haag om naked short selling in de Republiek verboden te krijgen.” Met succes. In februari 1610 kondigde de Staten-Generaal een ban op ‘verkopen in blanco’ af: de eerste Nederlandse – en ook wereldwijde – regelgeving op het gebied van aandelenhandel.

En hoe zit dat nu?

Dat verbod is later gesneuveld, maar op den duur weer opnieuw ingevoerd. Na de financiële crisis werd het in Europa door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) grotendeels aan banden gelegd.

Tijdens de crisis in 2008 werd ook het normale short selling door een aantal landen waaronder de VS en Nederland tijdelijk gestopt. Het idee was dat dit de dalende aandelenkoersen zou moeten stoppen, maar uit later onderzoek van de Federal Reserve Bank van New York blijkt dat een dergelijk verbod niet werkt en dat short sellen niet voor hardere koersdalingen zorgt.

In Nederland werd het verbod per 1 juli 2009 weer opgeheven, daarvoor in de plaats introduceerde toezichthouder AFM een register waar partijen een short belang vanaf 0,5 procent moeten melden. Sindsdien is voor iedereen inzichtelijk op welke bedrijven flink wordt short gegaan en door wie.

„Het register is een goede bron om te kijken in welke bedrijven sommige marktpartijen geen vertrouwen hebben”, zegt Siks. Op dit moment is dat het geval bij maritiem dienstverlener SBM Offshore waar met 10,25 procent van de aandelen wordt short gegaan. Air France-KLM (7,6 procent) en bodemonderzoeker Fugro (6,78 procent) complementeren de topdrie.

Siks vindt dat er niks mis is met het fenomeen short selling. „Ik denk dat het goed is dat het bestaat omdat het helpt het totaal van vraag en aanbod in balans brengen.” Zonder short sellen zou je een beurs krijgen die alleen maar op stijgen gericht is, met alle bubbels van dien tot gevolg.

Kan ik zelf zomaar short gaan?

Voor particuliere beleggers is het vrijwel onmogelijk om short te gaan. Particulieren hebben niet de toegang tot de secundaire markt waarop pensioenfondsen en andere partijen hun aandelen uitlenen.

„De enige optie voor huis-tuin-en-keukenbeleggers is om op een handelsdag short te gaan. Dit betekent dat op de aandelen in de ochtend short gegaan kan worden, maar dat ze voor het sluiten van de handel weer teruggekocht moeten worden”, legt Siks uit. Wat overblijft is dus vooral ‘long’ gaan door aandelen te kopen met het idee dat de koers stijgt.

Hoe doen bedrijven dat dan?

Het short sell-register van de AFM staat dus niet vol particuliere, maar vol professionele beleggers. Hedgefondsen uit het Verenigd Koninkrijk en de VS met namen als Luminus Management, Millennium International, Steadfast Capital en Sunrise Partners. Zulke hedgefondsen combineren vaak de strategie van short gaan in het ene aandeel met die van ‘gewoon’ long gaan in een ander aandeel. Daarom hoeft ook niet iedere short positie in het register te wijzen op een slecht bedrijf.

Doorgaans treden de hedgefondsen niet op de voorgrond. Maar vorig jaar legde Thijs Hovers, een Nederlandse manager van het Amerikaanse Lucerne Capital aan NRC uit hoe Lucerne 25 miljoen dollar verdiende door drie keer short te gaan op het inmiddels failliete Imtech.

Zijn werkwijze? Ga enkel short op bedrijven waarvan je vindt dat de markt ze minstens de helft hoger waardeert dan jij zou doen. En ga ook enkel short op bedrijven waarover je fundamenteel met het management van mening verschilt.

Volgens Siks kan niet iedereen succesvol short seller worden. Het heeft te maken met de persoonlijkheid van een handelaar, of hij zich comfortabel voelt bij long of short gaan. „Of traders een positief of negatief wereldbeeld hebben dus. Ik ken eigenlijk geen belegger die goed in beide is.”