Vechtfilm zonder special effects

The Assassin

De nieuwe film van regisseur Hou Hsiao-hsien die volgende week in première gaat, is een droomachtige vechtfilm. Hou noemt het historische verhaal over een jonge huurmoordenares vooral realistisch.

Actrice Shu Qi, nieuwe muze van regisseur Hou Hsiao-hsien, speelt inThe Assassin een mysterieuze wreekster.
Actrice Shu Qi, nieuwe muze van regisseur Hou Hsiao-hsien, speelt inThe Assassin een mysterieuze wreekster.

Een jonge vrouw wacht in de schaduw van een boom op de man die zij moet doden. Dan slaat zij toe, en het is alsof de wind haar dolk optilt en hem vervolgens op de keel van haar doelwit zet. Scherp als een windvlaag. De boomtoppen schrikken ervan en laten warrelig hun bladeren uitrazen. Zo introduceert de Taiwanese regisseur Hou Hsiao-hsien (1947) huurmoordenares Nie Yinniang in zijn nieuwe film The Assassin. Het is de eerste martial arts-, of wuxia-film van de grootmeester, gebaseerd op een verhaal dat hij als jongen las en dat altijd door zijn hoofd is blijven spoken.

Hou was in de jaren tachtig een van de voormannen van de Eerste Taiwanese New Wave, filmmakers die de populaire Chinese genrefilms inruilden voor meer realistische schilderingen van het leven van alledag. Hij ontpopte zich al snel als chroniqueur van de geschiedenis van zijn land. Te beginnen met het semiautobiografische The Time to Live and the Time to Die (1985), waarin hij een Chinese familie volgt die na de Tweede Wereldoorlog van het vasteland van China naar Taiwan verhuist. In The Puppetmaster (1993) vertelt hij het verhaal van poppenspeler Li Tian-lu tegen de achtergrond van de Japanse bezetting. En in Three Times (2005) schetst hij drie liefdesgeschiedenissen tegen de sociale omstandigheden van 1911, 1966 en 2005.

In die laatste film werkte hij ook voor het eerst samen met actrice Shu Qi, zijn nieuwe muze, die in The Assassin de mysterieuze wreekster speelt. De film is in al zijn eenvoud bijna een parabel. Een jonge huurmoordenares wordt erop uitgestuurd om de gouverneur van Weibo te doden, de man aan wie zij ooit beloofd was. Maar haar opdrachtgeefster is niet onpartijdig. Deze non-prinses, en tante van het meisje, ontvoerde het kind uit jaloezie en wraak en voedde haar op tot wapen in haar eigen politieke spel. Zo wordt een persoonlijk verhaal politiek, en wordt er een draad gesponnen tussen de politieke woelingen in de 9de-eeuwse Tang-dynastie en het Chinese heden. En wat zouden wij doen? Kiezen voor liefde of principes? Voor eer of geweten? Bovendien is wreekster Nie Yinniang een kick-ass heldin, zoals zoveel van de hoofdpersonen van wuxia-verhalen vrouwen zijn: zwijgzaam, elegant en trefzeker.

Beeldschoon, maar hermetisch

Dertig jaar maakt Hou nu films. Om dat te vieren is hij deze week in Amsterdam, waar filmmuseum Eye de Nederlandse première van The Assassin vergezeld laat gaan van een miniretrospectief met gerestaureerde versies van zijn debuutfilm Cute Girl (1980) en eerste succes Dust in The Wind (1986). Twee films die al sporen dragen van zijn latere signatuur: de weloverwogen mise-en-scène, zijn voorkeur voor lange takes waarin het leven zich ontrolt, en zijn elliptische vertelstijl.

Ook bij The Assassin gaat het er niet primair om de plot tot in alle finesses te ontrafelen. Al zijn er online voldoende stambomen te vinden die de precieze familierelaties nog eens hebben uitgetekend.

Ik vertel Hou in Amsterdam dat ik zijn film een half jaar geleden voor het eerst zag in Australië, aantekenboekje op schoot, gewaarschuwd door verhalen uit Cannes waar The Assassin werd bekroond met de Palm voor Beste Regie, waar de film het predicaat „beeldschoon, maar ook hermetisch” meekreeg. De zestienjarige in mijn gezelschap verzuchtte na afloop alleen maar: „Prachtig!” En op mijn vraag of hij de film niet moeilijk te volgen had gevonden, vertelde hij haarfijn de plot na. Hou moet lachen om deze anekdote: „Goeie intuïtie”, zegt hij. En op de vraag of hij als regisseur steeds intuïtiever is gaan werken, antwoordt hij dat hij niet zoveel verschil ziet tussen ratio en intuïtie.

Een mot op de filmset

Om dat te illustreren vertelt hij over een van de eerste scènes van de film, waarin Nie Yinniang erop uit is gestuurd om een man te doden. Het is een belangrijke scène, omdat we daarin voor het eerst zien dat ze naast een koelbloedige ook een menselijke kant heeft, en dat die mix haar kracht en haar zwakte is. Doordat de man met zijn zoontje aan het spelen is, besluit ze om hem in leven te laten. „Toen we deze scène aan het filmen waren vloog er opeens een mot naar binnen. Het jongetje reageerde daarop, en de vader speelde mee, waardoor er een moment ontstond wat we niet van tevoren hadden kunnen bedenken, en als we het hadden kunnen bedenken, niet op die manier hadden kunnen regisseren.”

Hou praat altijd in de wij-vorm, omdat hij daarmee ook zijn vaste cameraman Mark Lee Ping Bin bedoelt, met wie hij al zijn films maakt, en die onder meer ook Wong Kar-wai’s In the Mood for Love draaide. Lee is net zo belangrijk voor zijn werk als hijzelf. Hij is het zesde zintuig van de regisseur: „Begint soms al met draaien voordat ik actie heb geroepen, omdat hij weet dat er iets bijzonders gaat gebeuren.”

De mot keert in ons gesprek vaak terug, als voorbeeld voor hoe je als regisseur door voorbereiding het toeval kunt herkennen. En om uit te leggen waarom Hou zelfs in een artificieel genre als de wuxia, toch de hoogstmogelijke graad van realisme zoekt: geen special effects, geen stunts die de acteurs niet zelf konden uitvoeren, niet in een studio filmen, altijd gebruikmaken van zoveel mogelijk natuurlijk licht, en de stand van de zon.

„Zelfs als je een mot tijdens die scène had losgelaten, dan had hij nooit zo natuurlijk gevlogen als de mot die daar toevallig naar binnen fladderde.” Hij geeft een ander voorbeeld, een buitenaards mooi beeld van Nie Yinniangs meesteres die op een rotspunt boven een wolkenlandschap uittorent, als symbool voor haar fragiele macht. „Kwestie van de juiste timing. Het had geregend, dus we wisten dat de lucht vochtig was, en de wolken zouden opstijgen.” Het tederste en het betoverendste moment van de film, kwestie van timing en toeval.

Als diep doorvoelde schoonheid een naam zou hebben, dan zou dat The Assassin zijn. Een film die even raadselachtig is als mooi. Omdat de schoonheid zich, hoe goed je je er ook op instelt, toch nooit helemaal (be)grijpen laat. Als een windvlaag.