Jammer voor Trudeau, dat wapencontract met Saoedi-Arabië

De nieuwe premier wil graag vredelievend zijn, maar niet ten koste van alles (lees: werkgelegenheid).
Premier Trudeau tijdens een persconferentie met (van links naar rechts) zijn minister van Defensie Harjit Sajjan, zijn minister van Internationale Ontwikkeling Marie-Claude Bibeau en zijn minister van Buitenlandse Zaken Stéphane Dion. Foto Chris Wattie/Reuters
Premier Trudeau tijdens een persconferentie met (van links naar rechts) zijn minister van Defensie Harjit Sajjan, zijn minister van Internationale Ontwikkeling Marie-Claude Bibeau en zijn minister van Buitenlandse Zaken Stéphane Dion. Foto Chris Wattie/Reuters

Toen Justin Trudeau vorig najaar surfend op een golf van optimisme aantrad als nieuwe premier van Canada, beloofde hij de constructieve rol van zijn land op het wereldtoneel te herstellen na tien jaar conservatief bewind. Canadese kiezers wilden dat hun land weer een model werd van vredelievendheid en internationale samenwerking.

Onlangs kondigde de 44-jarige sterpremier aan het wapenhandelsverdrag van de Verenigde Naties (ATT) te tekenen, iets wat zijn voorganger Stephen Harper steeds had geweigerd. „Canada is terug”, verzekerde Trudeau de wereld.

Maar na ruim honderd dagen aan de macht wordt het internationale idealisme van de charismatische premier op de proef gesteld door een Canadees miljardencontract voor de levering van militaire voertuigen aan Saoedi-Arabië. Hoewel dat contract, gesloten onder Harper, in strijd is met de principes van Trudeau én met het VN-verdrag waarbij Canada zich wil aansluiten, weigert de nieuwe regering om het te schrappen.

Het megacontract ter waarde van 15 miljard Canadese dollar (bijna 10 miljard euro) is het grootste wapencontract uit de Canadese geschiedenis. Het werd in 2014 afgesloten. Een Canadese krooncorporatie bemiddelde de levering van naar schatting 700 pantservoertuigen door de wapenproducent General Dynamics aan de Nationale Garde van Saoedi-Arabië. Het contract is goed voor 3.000 banen in Canada voor 14 jaar, plus duizenden banen bij toeleveranciers. Het Belgische CMI Defence levert wapensystemen voor de voertuigen, waaronder automatische vuurwapens.

Het contract is zeer omstreden omdat Saoedi-Arabië bekend staat als een ernstige schender van mensenrechten. Volgens critici, onder wie mensenrechtenorganisaties als Amnesty International, is de transactie in strijd met geldende Canadese richtlijnen tegen de leverantie van wapens aan landen waar mensenrechten routinematig worden geschonden. De regering-Harper liet na om uit te leggen hoe het contract aan die eis voldoet.

Het Wapenhandelsverdrag (Arms Trade Treaty, ofwel ATT) dat Trudeau wil tekenen maakt het contrast nog groter. Dit akkoord, dat in 2014 werd gesloten, regelt de internationale handel van conventionele wapens, van vuurwapens en munitie tot tanks en gevechtsvliegtuigen. Het is getekend door ruim 130 landen, waaronder de Verenigde Staten. Canada is het enige NAVO-land dat zich nog niet bij het akkoord heeft aangesloten – een situatie die Trudeau nu wil rechtzetten.

Volgens artikel 7 van het ATT verplicht Canada zich om „na te gaan of wapens kunnen worden gebruikt bij een ernstige schending van mensenrechten”. Als daar groot risico op bestaat, dan mag het land „de export niet goedkeuren”.

Het Canadese ministerie van Buitenlandse Zaken moet exportvergunningen afgeven voor de levering van de voertuigen aan Saoedi-Arabië wanneer ze klaar zijn (de bouw is nog niet begonnen). Schipperend tussen het nieuwe idealisme en de realiteit heeft het departement laten weten dat het al gesloten Saoedische wapencontract wat de Canadese regering betreft niet valt onder het nog te tekenen Wapenhandelsverdrag.

Critici verwerpen dat argument, omdat het gebruikelijk is om de beginselen van een internationaal verdrag na te leven als je toch van plan bent eraan mee te doen. Volgens de Canadese minister van Buitenlandse Zaken Stéphane Dion, die begin dit jaar nog felle kritiek uitte op de massa-executie van 47 gevangenen door de Saoedische autoriteiten, staat het wapencontract echter niet meer ter discussie. „Gedane zaken nemen geen keer”, zei hij.