‘Onvoldoende concurrentie tussen zorgverzekeraars’

Omdat veel polissen op elkaar lijken, is het volgens de ACM voor consumenten moeilijk om een afgewogen keuze te maken.

Foto Bart Maat / ANP

Zorgverzekeraars in Nederland onderscheiden zich nog te weinig van elkaar. Voor consumenten is het daarom moeilijk om een afgewogen keuze te maken bij het afsluiten van een zorgverzekering. Tot die conclusie komt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) dinsdag in een tussenrapportage over concurrentie tussen zorgverzekeraars.

Volgens de toezichthouder worden er weliswaar veel verschillende polissen aangeboden, maar is het maar de vraag hoe sterk die van elkaar verschillen op het gebied van bijvoorbeeld zorgkwaliteit of service. Het is namelijk ook mogelijk dat verzekeraars in hun reclames vooral doén alsof het aanbod heel divers is, aldus de waakhond.

Voor verzekerden is het goed als er “duidelijke en makkelijk te vergelijken producten” zijn, schrijft de ACM:

“Dat versterkt de concurrentiedruk tussen zorgverzekeraars. Het stimuleert hen om in het belang van de verzekerde kwalitatief goede zorg voor een goede prijs af te spreken met zorgaanbieders, zoals huisartsen, wijkverplegers of ziekenhuizen.”

Nauwelijks nieuwe verzekeraars

Een andere oorzaak voor de beperkte concurrentie is het gebrek aan nieuwe zorgverzekeraars. De oorzaak daarvan is volgens de ACM de uitgebreide regelgeving, waardoor nieuwe partijen “verschillende hordes moeten overwinnen als zij willen toetreden”. De laatste keer dat er een nieuwe zorgverzekeraar bijkwam was in 2006, aldus de waakhond.

Door het gebrek aan nieuwe partijen blijft de markt grotendeels in handen van de ‘Grote Vier’. Eind vorig jaar hadden CZ, VGZ, Achmea en Menzis nog steeds een gezamenlijk marktaandeel van 90 procent. Hoewel er steeds meer mensen overstappen, blijft hun marktaandeel echter grofweg gelijk.