Onderhandel wat slimmer met Erdogan

Morgenavond zit Turkije weer bij de Europese Unie aan tafel. Vergeet niet dat wij als EU behalve iets te vragen ook wel iets te eisen hebben, tipt Mehmet Cerit.

Turkije houdt de EU in een wurggreep. Met de opvang van Syrische vluchtelingen in Turkije heeft de EU zich te afhankelijk gemaakt. Erdogan kan in eigen land doen wat hij wil. De Europese Unie zou slimmer moeten onderhandelen en juist nu van de Turkse regering moeten eisen dat het de Kopenhagencriteria naleeft. Dit zijn voorwaarden waaraan een land moet voldoen wil het in aanmerking komen voor lidmaatschap. Ze gaan ondere andere over democratie en mensenrechten.

Vorige week overlegde premier Rutte met zijn Turkse ambtgenoot Davutoglu in Den Haag over het indammen van de vluchtelingenstroom naar Europa. Na het gesprek vroeg een journalist of zij ook hadden gesproken over mensenrechten in Turkije. Rutte antwoordde angstvalling dat dat niet het geval was: „We hoeven het niet in ieder gesprek over mensenrechten te hebben.” Davutoglu zei dat zijn land geen mensenrechtenprobleem heeft. Ruttes antwoord toont aan dat Nederland net als Merkel de Turkse regering te vriend probeert te houden om de vluchtelingenstroom naar Europa in te dammen. De EU durft de Turkse regering niet aan te spreken op mensenrechtenschendingen. Het antwoord van Rutte na zijn gesprek met Davutoglu over de mensenrechten lees ik zo: Erdogan helpt ons met vluchtelingen en jij mag je gang gaan in Turkije: met mensenrechtenschendingen, met het omverwerpen van de trias politica, met het onderdrukken van kritische groepen, met het belegeren en verwoesten van steden in het (zuid)oosten van Turkije en met het opsluiten van journalisten die waarheden publiceren. Ben ik de enige die dat zo leest?

Erdogan wil, naast geld voor de opvang in eigen land, dat de EU een deel van de 3 miljoen vluchtelingen in Turkije overneemt en hij wil dat Turkse burgers visumvrij naar Europa kunnen reizen. Op 11 februari zei Erdogan op een bijeenkomst van Turkse ondernemers confederatie live op tv: „We worden door de EU aan het lijntje gehouden. Ons geduld raakt op. Als Europa niet doet wat wij willen, openen we de deuren en sturen we vluchtelingen met bussen en vliegtuigen naar Europa.”

Terwijl deze onethische onderhandelingen over vluchtelingen gaande zijn moeten Europese politici en lidstaten juist de schendingen van mensenrechten in Turkije blijven agenderen. Anders hebben we straks dankzij Erdogans angstregime nog een instabiel land in de regio. Europa zou in dit geval de vlucht vooruit moeten kiezen en het feit dat Turkije kandidaat-lidstaat is moeten uitspelen. De vraag is of Europa voldoende troeven in handen heeft om de Turkse regering bij de les te houden. Ik denk het wel. De Europese Unie kan haar invloed op Ankara aanzienlijk vergroten door de toelatingsonderhandelingen serieus te nemen en te versnellen. Alleen dan heb je als EU wat te vertellen.

Stel voor dat de EU de hoofdstukken 23 en 24 van de Kopenhagencriteria opent voor Turkije; de hoofdstukken die gaan over rechtsstaat, democratie en vrijheden. Dit is jaren belemmerd door de kwestie met Grieks-Cyprus – waardoor de EU Turkije met Erdogan bewust aan zijn lot heeft overgelaten – maar moet juist nu voortvarend worden aangepakt om grotere zaken te regelen.

En dat kan, als je bedenkt hoe hard de Turkse regering de EU nodig heeft. De Turkse economie is sterk afhankelijk van handel met EU-lidstaten. In 2014 was Turkije met 128 miljard euro de vijfde grootste handelspartner van EU-landen. Sinds de crisis met Rusland wordt de EU in dit opzicht alleen maar belangrijker voor Turkije.

Ook als geopolitieke partner heeft de Turkse regering de EU hard nodig. In het Midden-Oosten kent Turkije bijna geen vrienden meer. Als gevolg van het onrealistische buitenlandbeleid van Erdogan verloor Turkije Egypte, Israël, Iran en – als laatste – Rusland als vrienden en handelspartners. Tot slot lopen de spanningen tussen de VS en Turkije hoog op door de Syrisch-Koerdische militante groepering PYD. Turkije ziet de PYD, die vecht tegen IS, als een tak van de terroristische organisatie PKK. De VS zien de PYD echter als bondgenoot tegen IS.

Komende donderdag en vrijdag is er weer een Europese top met Turkije. De EU-leiders zouden Erdogan hier scherp moeten herinneren aan de Kopenhagen-criteria. De Turkse regering heeft immers niet de luxe om tegen de EU te zeggen ‘bekijk het maar’ – al zou de ondemocratisch Erdogan dat best willen; toetreding tot de EU betekent namelijk meer vrijheid en meer democratie. Geen speerpunten voor deze Turkse president.

De EU heeft Turkije hard nodig in het beheersen van de vluchtelingencrisis, maar de EU kan slechts effectief samenwerken met Turkije als het land zich democratischer opstelt. De wereld ziet er anders uit dan vijftien jaar geleden, en gebeurtenissen in het Midden-Oosten hebben direct effect op Europa, denk aan de aanslagen in Parijs en de Syrië-gangers. Een compromisloze houding jegens Erdogan is daarom van groot belang, want een ondemocratisch geleid Turkije kan een groot gevaar opleveren.

Komende donderdag en vrijdag kan en moet de Europese Unie zich slimmer en robuuster opstellen. Naleving van de Kopenhagencriteria ligt dan voor het oprapen. Maar misschien moeten de EU-leiders eerst beter getraind worden om met een straatvechter en politiek genie als Erdogan te onderhandelen voordat zij de troeven die ze in handen hebben kunnen verzilveren.